Poging tot omkoping

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Op 14 maart vierde Herman van Veen zijn zeventigste verjaardag met de publicatie van het tweede deel van zijn memoires, onder de aan Judith Herzberg ontleende titel Herinnerde dagen [1]. Behalve terugblikken op zijn Utrechtse jeugd bevat het boek herinneringen aan overleden vrienden en collega’s. Vaak richt hij zich per brief tot gestorven dierbaren, zoals pianist en componist Erik van der Wurff, met wie Van Veen ruim een halve eeuw samen optrad. Zichzelf schetst de gevierde podiumkunstenaar als een vitaal en gelukkig mens met maar een angst: dat hij geen viool meer zou kunnen spelen of zingen. ‘Ik denk dat ik dan ophoud te bestaan. (…) Die viool is deel van mijn geluk. Ook denk ik dat ik niet zou durven zingen zonder viool en omgekeerd.’ Over de Nederlandse politiek laat hij zich alleen in bedekte termen uit, behalve als het gaat over ‘een partij asociaal rechts, hufters die vrijheid beloven door vijanden voor ons te verzinnen’. Tot de zwartste van zijn herinnerde dagen rekent stripliefhebber Van Veen de aanslag op Charlie Hebdo. Cartoonist Georges Wolinski was zijn grote held.

Afgelopen week schaarde Henry Kissinger zich onder de beroemdheden die prematuur dood zijn verklaard. Een Facebook-pagina die het overlijden van de 91-jarige oud-staatsman wereldkundig maakte kreeg in een mum van tijd een miljoen ‘likes’. Vrijwel op hetzelfde moment verscheen zijn nieuwe boek in Nederlandse vertaling: Wereldorde [2]. Opnieuw een bewijs van Kissingers reusachtige formaat. Rode draad in deze verzameling geopolitieke commentaren is de vraag of krachten die buiten elke orde staan de toekomst gaan bepalen. Orde staat voor Kissinger vrijwel gelijk aan het Westfaalse systeem waarmee in 1648 voor Europa het concept van soevereine staten werd geschapen. Zoals altijd draait het bij Kissinger ook in dit boek om de verhouding tussen als cynisch en manipulatief ervaren machtspolitiek en de morele aanspraken die de VS doen gelden bij de verdediging van hun belangen op het wereldtoneel. Kissinger spreidt zijn historische kennis ten toon, trekt dan lijnen naar de actualiteit, maar houdt zich op de vlakte over oplossingen van bestaande conflicten. Steeds als hij zich afvraagt of op enig gebied de chaos bedwongen kan worden, luidt het antwoord: dat hangt er maar vanaf of het lukt op regionale of wereldschaal orde tot stand te brengen. World Order is in deze krant besproken op 24 oktober 2014.

Nu de door Michel van Egmond geschreven biografieën van bekende oud-voetballers als Wim Kieft en René van der Gijp zulke verkoopsuccessen zijn gebleken, is er misschien ook wel een markt voor vroegere voetbalgeschiedenis. Het drama Wim Landman [3] van Jan D. Swart, vertelt, niet zonder horten en stoten, het tragische maar ook nogal ingewikkelde verhaal van een doelverdediger die in 1959 ruim een jaar werd geschorst door de KNVB wegens het ‘in eerste instantie ingaan op een poging tot omkoping’. Matchfixing! Landman (1921-1975) was hierna een gebroken man die zich uiteindelijk van het leven beroofde. Maar hij was onschuldig. Het verhaal speelt rond de invoering van het betaald voetbal in Nederland. Beschonken types van BVV Den Bosch hadden Landman, de keeper van Scheveningen Holland Sport, een envelop met 500 gulden proberen toe te stoppen. Maar die had dat teruggegeven. Niettemin wonnen de Bosschenaren met 5-1 zodat ze konden promoveren naar de nieuwe Eredivisie. Voetbal corrumpeert en betaald voetbal corrumpeert absoluut. Swart maakt aannemelijk dat Landman slachtoffer is geworden van kwalijke BVV-praktijken. Eerherstel voor de keeper dus, die in zijn tijd een beroemdheid was en zeven keer onder de lat heeft gestaan bij het Nederlands elftal.

Martin ten Cate, bestuurslid van ABN Amro, ontfermt zich in Een land moet rijk leven [4] over de grote financiële overschotten die volgens hem de oorzaak zijn van de economische problemen die zich na de crisis van 2008 hebben voorgedaan. Hij heeft daarbij vooral het oog op de spaaroverschotten en op het structurele overschot op de lopende rekening van de betalingsbalans. Hoofdstukken over de betalingsbalans, de huizenmarkt en het pensioenstelsel vormen de kern van het boek. Zijn conclusie is dat er binnenslands sprake is van een ernstige onderbesteding. Tegenover het kweken van overschotten en het exporteren van kapitaal stelt hij voor de consumptieve bestedingen op te voeren door een aanzienlijke verhoging van de netto lonen en door investeringen in eigen land. Hier zullen ook de zuidelijke landen in Europa, die dan hun export zien stijgen, het meest bij gebaat zijn. Hoewel Ten Cate niet over een vloeiende schrijfstijl beschikt, is zijn betoog ook voor niet-ingewijden in het denken over economie goed te volgen.