Over drie dagen is het voedsel op...

Cycloon Pam heeft relatief weinig doden geëist maar veel materiële schade veroorzaakt op de archipel in de Stille Oceaan. ’De echte crisis begint volgende week. Dan slaat de honger toe.’

Dat haar dak van golfplaat in de mangoboom hangt, interesseert Rose Firiam (35) niet. Kan gemaakt worden. Haar man Solo kapt hout voor een nieuwe overkapping. Dat ze zaterdagnacht tijdens de cycloon Pam met haar vier kinderen acht uur onder een matras moest bivakkeren deert haar niet. Het drama voor Firiam zijn haar kippen. Minstens tien zijn er dood. Weg eten, inkomsten, geld. „Misschien kan ik een paar van mijn sierplanten verkopen. Denk jij dat mensen nu sierplanten willen kopen?”

Zagen is op het platteland van Vanuatu een mannentaak, maar de puinhoop op het erf van Firiam is zo groot dat zij aan de slag is gegaan om de gevelde palmbomen te ruimen. Het zaagsel krijgt ze niet uit haar krullen, hoe graag ze zich ook wil fatsoeneren. „Onze watertank is vervuild. We koken wat we hebben. Maar veel is het niet. Nu is het droog en valt er geen regen meer. Bovendien begint straks het droge seizoen”, zegt ze.

Drinken uit de modderige rivier

Een tocht over het eiland Efate, langs dorpjes zoals Tanoliu, waar Firiam woont, maakt duidelijk hoe krachtig de cycloon was, hoe groot de schade voor de natuur is. Het dodental staat volgens de regering op 13. Enorme banyanbomen, die met hun bovengrondse wortelstelsels makkelijk een diameter van vijf meter hebben, zijn neergekwakt op hun zij alsof het vederlichte grassprietjes zijn. Weggedeelten zijn weggeslagen door de zee, een herinnering dat bij een cycloon het water altijd wint van het land. Bewoners vullen ketels water uit modderige rivieren omdat hun drinkwater opraakt. Fleswater is uitverkocht.

Vijf dagen nadat cycloon Pam, met windstoten van ruim 300 kilometer per uur, over het eilandenrijk Vanuatu in de Stille Oceaan trok, is het contrast tussen de dorpjes en het hoofdstadje Port Vila enorm. Elektriciteit is daar terug, net als het telefoonsignaal. Bij Au Péché Mignon aan de haven zitten gestrande toeristen en expats tijdens de lunch alweer aan de steak-frites en vanille-ijsjes.

Enorme onderschatting

Je zou haast zeggen dat supercycloon Pam meeviel. „Dat zou een enorme onderschatting zijn. Dat er gelukkig weinig doden en zwaargewonden zijn gevallen fascineert mij ook”, zegt Benjamin Shing, vicedirecteur van de rampendienst en adviseur van de premier. „Ik denk dat een groot deel van de bevolking in traditionele huizen van palmbladeren en hout woont. Er is dan minder kans dat je geraakt wordt door rondvliegende golfplaten. Dat is zeer gevaarlijk materiaal”, zegt Shing. Hij heeft gelijk. Huizen met daken van golfplaten liggen vaak compleet in puin. Als het dak eraf waait, worden de muren meegetrokken. Bij traditionele hutten waaien de palmbladeren makkelijker weg.

De wind wint het ook altijd van palm- en papajabomen, bananenplanten en knolgewassen. Op de getroffen eilanden is de oogst compleet verloren gegaan. „De storm is gepasseerd. De echte crisis begint volgende week. Dan slaat de honger toe”, zegt Christopher Bartlett, een Amerikaan die ruim vijftien jaar het ministerie van landbouw adviseert en nu verantwoordelijk is voor de coördinatie van voedselvoorziening na de ramp.

Op het coördinatiecentrum van de noodhulp krioelt het van gezanten van tientallen andere organisaties.

De hulpverlening, en de verslaggeving, begint op gang te komen maar is ook hypegevoelig. Als een regeringswoordvoerder zegt dat het zuidelijke eiland Tanna verwoest is, springen alle hulpverleners, met cameraploegen in hun kielzog, op vliegtuigen naar Tanna. Gebieden waar de schade even groot is, zoals het dorp Tanoliu en de oostkust van Efate, worden nog overgeslagen. Op een tocht van ruim honderd kilometer is geen voedselkonvooi of hulpverlener te zien.

Rose Firiam overziet de puinhoop op haar erf. Onder een zeil bewaart ze de laatste bananen. „Voor drie dagen eten. Weet je hoeveel mijn zoons eten? We zien de hulpvliegtuigen. Maar waarom stoppen ze hier niet?”