Ook India en China voelen dure dollar

Dankzij de lage rente was lenen in dollars goedkoop voor bedrijven in opkomende landen. Maar nu is de dollar duur én komt er een rentestap.

Alleen China houdt munt overeind

Pas op, Fed, als je de rente te snel verhoogt, komen opkomende landen als India in de problemen. En pas op, opkomende landen, wees voorbereid op schokken door de hoge koers van de dollar. Dat was de dubbele waarschuwing die Christine Lagarde, de voorzitter van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), afgelopen dinsdag gaf vanuit het Indiase Mumbai.

Lagarde sprak een dag voor een andere financiële topvrouw, de voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve Janet Yellen. De ogen van beleggers waren gericht op Yellen: zij zinspeelde in haar persconferentie na de Fed-vergadering op een renteverhoging, overigens zonder duidelijk te maken wanneer die er zal komen. Voor wie landen als India, China en Brazilië in de gaten houdt, was de toespraak van Lagarde minstens zo interessant. Het „gevaar” bestaat volgens de IMF-voorvrouw dat de Fed daar „substantiële instabiliteit” creëert.

Lagarde noemde twee grote risico’s. Als de Fed plots een strakker monetair beleid gaat voeren, kan het kapitaal snel wegtrekken uit opkomende landen: als de rente hoger wordt in de VS, is daar het rendement voor beleggers groter. Zo’n kapitaalvlucht vond plaats in 2013, toen de voorganger van Yellen, Ben Bernanke, onverwacht aankondigde het grootschalige Fed-opkoopprogramma van obligaties te zullen afbouwen. „Ik ben bang dat dit niet iets eenmaligs was”, zei Lagarde.

Van een kapitaalvlucht is nu nog geen sprake. Maar het tweede door de IMF-baas genoemde risico manifesteert zich wel al. Veel bedrijven in opkomende landen hebben obligaties uitgegeven in Amerikaanse dollars. Lenen in de VS was de afgelopen jaren goedkoop, de rente was er laag. Maar de waarde van de dollar is aanzienlijk gestegen – niet alleen ten opzichte van de euro, maar ook ten opzichte van munten van opkomende landen. Dit betekent ook dat de in dollars uitgegeven bedrijfsschulden oplopen.

Ten opzichte van de Indiase roepie steeg de dollar sinds 2013 met meer dan een kwart, ten opzichte van de Braziliaanse reaal zelfs met bijna 40 procent. Vooral de laatste maanden gaat het hard.

En dat wordt een probleem wanneer de obligaties aflopen en de schuld moet worden terugbetaald. The New York Times noemde afgelopen week bedrijven in India, China en Brazilië die door de hoge dollar acuut in de problemen zijn gekomen. De Indiase elektriciteitsfirma Jaiprakash voert gesprekken met schuldeisers over latere terugbetaling van dollar-obligaties die eigenlijk afliepen in februari. De Chinese vastgoedontwikkelaar Kaisa onderhandelt met obligatiehouders over betere voorwaarden – daar wezen de schuldeisers gisteren een aanbod af. In Brazilië zijn in korte tijd twee suikerbedrijven failliet gegaan op hun dollarschulden.

Groei vlakt af

Hoe groot is het probleem? Lagarde wijst erop dat de Indiase bedrijfsschuld in dollars de laatste vijf jaar gegroeid is met de helft, tot 120 miljard dollar. In Azië staan vooral Chinese bedrijven in het krijt bij schuldeisers (dikwijls zijn dat grote Amerikaanse vermogensbeheerders). Van de 392 miljard dollar aan obligaties die Aziatische bedrijven vorig jaar uitgaven, was meer dan 60 procent Chinees. De zeer interventionistische Chinese centrale bank laat de renminbi niet te veel fluctueren ten opzichte van de dollar. Maar door de inzakkende Chinese vastgoedmarkt komt een bedrijf als Kaisa toch in moeilijkheden.

De hoge dollar komt bovenop andere economische problemen. „Er is in veel opkomende markten een verzwakking van de groei gaande in opkomende landen”, zegt Marijke Zewuster, hoofd Emerging Markets bij het Economisch bureau van ABN Amro. „Tel daar lokale omstandigheden bovenop, zoals in Latijns-Amerika de lage prijzen van grondstoffen die worden geëxporteerd, en er is een zekere kwetsbaarheid van bedrijven”.

Het stijgende risico voor bedrijven in opkomende markten is te zien aan de rentes die ze betalen op hun obligaties. Die stijgen parallel aan de dollarkoers, zo blijkt uit Bloomberg-data.

Crisis als in jaren ’90?

Zewuster is niet bang voor een tweede crisis zoals in Mexico (1994-1995) of Azië (1997-1998). Ook toen daalden de munten ten opzichte van de dollar, zij het veel scherper. „De buitenlandse overheidsschuld van opkomende landen is nu een stuk lager. Het risico dat een bedrijfsschuldencrisis overslaat naar overheden, is veel kleiner”, aldus de ABN-econoom. „Bovendien hebben de meeste landen reserves opgebouwd in buitenlandse valuta, als buffer tegen instabiliteit.”

De hoge dollar is voor opkomende economieën niet alleen negatief, zegt Zewuster. „Bedrijven die naar de VS exporteren, profiteren: voor de Amerikaanse consument worden hun producten goedkoper.” Nog maar een paar jaar geleden, tijdens de kredietcrisis, kreeg de Fed het verwijt dat ze met een aantal renteverlagingen op rij geen rekening hield met de concurrentiepositie van opkomende landen.

Het laat zien hoezeer de beslissingen van de Fed in een tijd van grote internationale kapitaalstromen de hele wereld kunnen raken. En daar wringt het. Mensen als Lagarde kunnen de Fed wel oproepen om bij de timing van rentebesluiten ook de effecten op de wereldeconomie in de gaten te houden. Maar uiteindelijk is haar mandaat binnenlands: ze moet de Amerikaanse inflatie op rond de 2 procent krijgen.