Niet leuker, wel vaak simpeler dan het lijkt

Een aangifte invullen is echt geen hogere wiskunde. Let wel goed op als je net een huis hebt gekocht, met pensioen bent of gescheiden.

Een eenvoudige aangifte kun je best zelf invullen. Dat roept de Consumentenbond al jaren. Dit jaar deed de bond een testje. Vijftien panelleden vulden hun aangifte in en lieten dat ook doen door een (door hun brancheorganisatie erkende) belastingadviseur en door een belastingmannetje-van-om-de-hoek. De erkende adviseurs handelden tweederde van de aangiften foutloos af. Van de panelleden maakte iets meer dan de helft een belangrijke fout. Bij de adviseurs zonder keurmerk ging het nog vaker mis: in 60 procent van hun aangiften zat een fout.

Voortaan dus maar doe-het-zelven? Dat hangt er vanaf. Je kunt een aangifte makkelijk zelf doen als je financiële situatie overzichtelijk is. Dat wil zeggen: als je in loondienst werkt en eventueel een eigen huis hebt. Het kan verstandig zijn een adviseur in te schakelen als het ingewikkelder is dan dat – je bent net getrouwd, gescheiden of met pensioen, of hebt een huis gekocht. In dat soort situaties gaat het in tweederde van de gevallen fout bij de doe-het-zelvers, blijkt uit het onderzoek van de Consumentenbond.

Tips voor wie het toch zelf wil doen, of zijn adviseur scherp wil houden.

Net gepensioneerd

Een echtpaar is net met pensioen gegaan – vorig jaar werden ze allebei 65. Sinds ze niet meer werken bestaat hun inkomen uit AOW, pensioen en lijfrente-uitkeringen. Ook hebben ze een aardig kapitaal op de bank staan. Waar moeten ze op letten?

Mensen betalen minder belasting zodra ze met pensioen zijn. Zodra je AOW krijgt, hoef je geen AOW-premie meer te betalen. Over de eerste 19.645 euro inkomen betaal je dan geen 36,25 procent belasting meer, maar 18,35 procent. Nieuw bij de aangifte over 2014 is dat dit lage tarief niet meer ingaat op de dag dat je 65 wordt, maar net als de AOW een paar maanden later.

Een tegenvaller is de vermogensrendementsheffing, de belasting over spaargeld. Per persoon geldt een vrijstelling van 21.139 euro. Heb je meer geld, dan heft de fiscus over dat bedrag 1,2 procent belasting. „De rente die je krijgt op je spaargeld is vaak lager”, zegt Jaap van der Meulen, belastingadviseur bij Accon Avm in Zutphen. Met een beetje pech teer je dan dus in.

De Bond voor Belastingbetalers is een procedure begonnen tegen de vermogensrendementsheffing, met een beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarin staat dat je recht hebt op „ongestoord gebruik van je eigendom” en belastingheffing is een inbreuk op je eigendom. Dat is volgens het Europese recht geen probleem, zolang sprake is van evenredigheid. De vraag is of een heffing van 1,2 procent evenredig is nu de rente al lange tijd erg laag is. Van der Meulen adviseert om bezwaar te maken tegen de vermogensrendementsheffing. „Dan kun je straks meeliften op de uitspraak van de rechter.”

Volgens Carolien Hagemeijer van Hagemeijer en Tissen Belastingadviseurs in Amstelveen is de vraag of dat geld oplevert. „Misschien oordeelt de rechter dat de vermogensrendementsheffing aangepast moet worden. Dat is gunstig voor de toekomst, maar het betekent niet dat bezwaarmakers met terugwerkende kracht belasting terugkrijgen.”

Over lijfrente-uitkeringen moet belasting worden betaald. De premies die het net gepensioneerde echtpaar betaalde, hebben ze destijds waarschijnlijk afgetrokken van de belasting. „Maar het is de moeite waard om in je oude aangiften te checken of je dat inderdaad hebt gedaan”, zegt Van der Meulen.

Volgens hem komt het voor dat mensen elk jaar bijvoorbeeld 10.000 euro opzij zetten voor later, maar slechts 8.000 euro konden aftrekken. Hoeveel je mag aftrekken, hangt namelijk af van je inkomen en van de fiscale spelregels op dat moment. „Als je jarenlang 2.000 euro niet kon aftrekken, maar wel belasting hebt betaald over het volledige bedrag aan lijfrente-uitkeringen, ben je onterecht belasting aan het betalen”.

Als het echtpaar zorgkosten maakt, zoals de rekening van de tandarts, logopedist of fysiotherapeut, medicijnen die de zorgverzekeraar niet vergoedt of reiskosten naar het ziekenhuis, zijn die aftrekbaar zodra ze boven een drempel uitkomen. Die drempel is afhankelijk van het inkomen, en ligt bij een modaal inkomen rond de 545 euro.

Gescheiden stel

Vorig jaar gingen ze uit elkaar. Zij woont nog in hun oude huis. Hij huurt nu een etage. Omdat hij het hoogste inkomen heeft, betaalt hij nog steeds de hypotheek. Hoewel de kinderen vaak bij hem zijn, wonen ze het grootste deel van de tijd bij hun moeder. Daarom betaalt hij alimentatie voor hen. Waarmee moet dit ex-stel rekening houden?

„Het is vaak slim om na de scheiding fiscale partners te blijven”, zegt Hagemeijer. Ook als de scheiding in januari 2014 is aangevraagd, kun je ervoor kiezen het hele jaar fiscale partners te blijven. Dan zijn aftrekposten onderling te verdelen zoals financieel het voordeligst is. Een aftrekpost opvoeren bij de partner met een hoog inkomen levert bijvoorbeeld meer geld op. Zolang het ex-stel elkaars fiscale partner is, kan hij de volledige hypotheekrente blijven aftrekken. Anders kan dat maar voor de helft. Wel kan hij dan de andere helft van de hypotheekrente (tot maximaal twee jaar na zijn vertrek) aftrekken als partneralimentatie. Voor haar is dat wel inkomen, waarover ze belasting moet betalen.

Aanrader: laat de afspraken die je samen vastlegt in een scheidingsconvenant controleren door een belastingadviseur voor je ze definitief vastlegt. Hagemeijer: „Met sommige afspraken schiet je jezelf in de voet.”

Er is één situatie waarin je in het jaar van scheiding beter geen fiscale partners kunt blijven. Dat is als je allebei een eigen huis koopt en allebei de hypotheekrente wil aftrekken.

Omdat de vrouw uit dit voorbeeld kinderbijslag krijgt en haar ex-man niet, mag hij de kosten van levensonderhoud van hun kinderen aftrekken, ook de kinderalimentatie. Hoeveel dat is, hangt af van de leeftijd van de kinderen: het bedrag varieert van 820 euro voor baby’s en kleuters tot 3.000 euro per jaar voor kinderen tussen 18 en 21 jaar die op zichzelf wonen en geen studiefinanciering krijgen. Dat kun je volgens Hagemeijer dit jaar voor de laatste keer doen; de regeling wordt geschrapt.

Nieuw huis gekocht

Een stel kocht vorig jaar een nieuw huis. Hun oude huis waren ze snel kwijt – met winst. Daar zat een hypotheek op van 200.000 euro en de twee verkochten het voor 220.000 euro. Waar moeten ze rekening mee houden bij hun aangifte?

Alle kosten die je maakt om een hypotheek af te sluiten, mag je aftrekken, zoals de taxatie- en notariskosten en de aanvraag van de Nationale Hypotheek Garantie. De grootste aftrekpost van het stel is de hypotheekrente.

Het stel krijgt wel te maken met de zogeheten bijleenregeling, omdat er 20.000 euro overwaarde op hun vorige huis zat. Over dat bedrag krijgt het geen hypotheekrenteaftrek. Dus als op het nieuwe huis een hypotheek rust van 250.000 euro, krijgt het stel over maximaal 230.000 euro renteaftrek.

Omdat banken tegenwoordig streng zijn bij het geven van een hypotheeklening, kloppen veel mensen bij familie aan voor een extra lening. Van der Meulen: „Die rente kun je ook aftrekken, maar alleen als je de lening registreert bij de Belastingdienst en haar aflost.”

Als het stel een hoog inkomen heeft en 52 procent belasting betaalt, krijgt het over 2014 iets minder hypotheekrente terug dan voorheen. Want sinds 2014 gaat de aftrek elk jaar met een half procent omlaag. Van elke 1.000 euro rente die je vorig jaar betaalde, zie je geen 520 euro maar 515 euro terug.

Stel dat dit koppel minder mazzel had gehad en hun oude huis niet zo snel had verkocht. Dan hadden ze nog twee huizen gehad. Normaal mag je alleen rente aftrekken van het huis waarin je woont, maar in dit geval mag je de rente van het oude huis nog maximaal drie jaar aftrekken.