Niemand kan meer om China heen

foto Thinkstock

Martin Jacques verslikt zich in zijn met veel melk aangelengde thee. „Wow, de altijd trouwe Britse poedel loopt opeens weg van zijn Amerikaanse baasje. Dit is zonder overdrijving een historisch moment”, grijnst de Britse auteur van When China rules the world, het meest geciteerde, bediscussieerde en bekritiseerde boek over de onstuitbare opmars van China.

Als eerste westerse natie besloot het Verenigd Koninkrijk de toorn van de Verenigde Staten te trotseren door politiek en financieel kapitaal te investeren in het Chinese initiatief om een concurrent van de Wereldbank op te richten, de zogeheten Aziatische Infrastructurele Investeringsbank. Volgens de historicus Jacques een „zeer opmerkelijk moment in de wording van de nieuwe financiële institutionele wereldorde”. „Ik word er vaak van beticht dat ik de snelheid van de opmars van China als wereldmacht zwaar overdrijf, maar mijn grootste fout is eigenlijk dat ik niet heb voorzien hoe snel de oude pikorde aftakelt. Die orde, opgebouwd door de Amerikanen vanaf 1944, is op veel verschillende manieren aan het afbrokkelen, om niet te zeggen aan het desintegreren. De Wereldbank is aan het afglijden en wie weet nog van het bestaan van de G7 of de G8?” Duitsland, Frankrijk en Italië hebben inmiddels het Britse voorbeeld gevolgd.

Martin Jacques, die gastcolleges geeft aan de Nationale Universiteit van Singapore, wil weten of Nederland ook aandeelhouder en mede-stichter van de Chinese tegenhanger van de Wereldbank wordt. „Nog geen beslissing? Echt niet? Ik kan Nederland alleen maar adviseren de knoop snel door te hakken, dit is een heel belangrijk moment om Chinese bonuspunten te winnen. Het is niet slim om in het slinkende Amerikaanse kamp van refusniks te blijven hangen.” Bovendien, voegt hij er aan toe: „China wil niet langer wachten op hervormingen van de Wereldbank en het IMF die er toch niet komen door de blokkade van het Amerikaanse Congres. China accepteert niet langer dat bijvoorbeeld Nederland en België een zwaardere stem hebben in Washington.”

Davos-achtig beraad

Premier Mark Rutte begint woensdag in Shanghai aan een vierdaags werkbezoek aan China. Evenals Martin Jacques zal hij deelnemen aan een Davos-achtig beraad van de hoogste Chinese partij- en zakenleiders. Hij sluit zijn handelstournee langs fabrieken in Zuid-China af met een ontmoeting met partijleider en president Xi Jinping op Hainan, het Chinese Hawaii en de basis van de nucleaire onderzeeërvloot. Het is al de derde keer in amper anderhalf jaar dat Rutte Xi ontmoet, en de tweede keer dat hij langere tijd in China is. De Duitse kanselier Merkel spreekt de Chinese leiders zelfs ieder jaar uitvoerig.

„Iedere verstandige regeringsleider weet dat hij of zij zich niet kan afkeren van de meest fundamentele geopolitieke trend van onze tijd, de opkomst van China als nieuwe grootmacht”, zegt Jacques. Een trend die niet onderbroken zal worden door de lagere groei van 5 tot 7 procent in de komende vijftien jaar. De Chinese economie is nu al even groot als de Amerikaanse, althans volgens koopkracht-vergelijkende berekeningen van de Wereldbank. In 2019 zal de Chinese economie 20 procent groter zijn, in 2020 50 procent. „Wie wil nog tot de oude orde gerekend worden als zich de realiteit van een nieuwe economische en politieke orde aandient”, vraagt Jacques retorisch.

De tijd dat bezoekende westerse politici China bekritiseerden over oneerlijke handelspraktijken en mensenrechten is voorbij, contacten met de Tibetaanse Dalai Lama worden ostentatief gemeden. „De Chinezen hebben altijd gewalgd van die kritiek, vooral die van Europese machten die China in de negentiende eeuw hebben gekoloniseerd, geruïneerd en vernederd. Het is fascinerend om te zien hoe snel de toon en de inhoud van de gesprekken zijn veranderd. Waarom? China is te machtig geworden en kritiek is alleen maar contraproductief, hebben de Europeanen gemerkt.”

Despoot

Uitzondering zijn de Verenigde Staten waar de ergernis over de Europese „appeasement” van China groeit. Het boek van Jacques heeft een vloedgolf van vooral Amerikaanse tegenboeken uitgelokt, een Billy-boekenkast vol. Een van zijn belangrijkste critici is de Amerikaanse politieke wetenschapper David Shambaugh van de George Washington University. Shambaugh, en met hem het Amerikaanse Congres en de belangrijkste Amerikaanse media, gelooft er niets van dat China op weg is een grootmacht te worden. Sterker nog, volgens hem staat de Communistische Partij van China (CPC) op instorten en zal zij zeker niet bij machte zijn de enorme problemen (milieuvervuiling, economische stagnatie en gebrek aan innovatie) op te lossen. Althans niet zonder ingrijpende veranderingen van het politieke systeem.

In een essay deze maand in The Wall Street Journal noemt hij partijleider Xi Jinping „een despoot” die weet dat het einde van de CPC nadert en daarom zijn toevlucht zoekt bij nog zwaardere politieke repressie. Europese leiders, onder wie dus ook premier Rutte, laten zich volgens Shambaugh in de luren leggen en zien niet wat er werkelijk aan de hand is in China.

Jacques is oprecht verbaasd over de snoeiharde analyse van Shambaugh, die ook hij beschouwt als een van de meest gezaghebbende westerse China-experts. „Hij heeft een enorme draai gemaakt in zijn analyse over het vermogen van de CPC zich steeds opnieuw uit te vinden en ik kan dat alleen maar verklaren uit de groeiende onrust en angst in de VS over China. De Amerikanen vinden, net als de Britten in de vorige eeuw, het zeer moeilijk te aanvaarden dat zij niet langer de enige supermacht zijn”, vermoedt Jacques.

Natuurlijk, erkent hij, het is een feit dat China grote, structurele problemen heeft en dat het huidige economische model, dat gebaseerd is op export en goedkope arbeid, industrialisering en urbanisering, zijn langste tijd heeft gehad. Maar de ondergang van de CPC voorspellen, vindt hij dwaas en historisch onjuist. „China heeft altijd grote problemen gehad, vandaag, gisteren, 30 en 60 jaar geleden. Dat is dus geen nieuwe constatering. Ik heb nog nooit iemand in het westen gehoord die optimistisch is over China. Diepe scepsis over het politieke systeem en vooroordelen domineren het denken en belemmeren het zicht op de historische realiteit. Dat komt omdat in het westen niemand werkelijk kan bevatten dat het mogelijk is de economie te hervormen zonder grote politieke veranderingen naar westers voorbeeld. Alsof alleen democratieën in staat zijn tot ingrijpende economische hervormingen.”

Tip voor reislustige Nederlandse filmliefhebbers: bekijk de zwartwit-films van Joris Ivens in het doodarme China van de jaren zestig en wandel erna door de ultramoderne centra van Beijing, Shanghai of Chengdu, bereikbaar met de hogesnelheidstrein.

Wie zich – in Jacques’ ogen – blind staart op de zwakte van de CPC, ziet de geschiedenis over het hoofd. „Dat China de laatste 65 jaar geleid wordt door een communistische partij is een feit, maar de historische dynamiek is 2000 jaar oud. Chinese leiders, of zij nu keizers waren of hedendaagse partijleiders, willen het gigantische land op ordelijke, stabiele wijze bijeenhouden en ontwikkelen. En je kan niet anders dan vaststellen dat de CPC daarin succesvol is en in eigen land, Azië en Afrika groot respect heeft geoogst.”

Openheid, debat, tegenspraak worden in het westen gezien als het hoogste goed; de Chinese politieke instincten zijn anders. „De bereidheid autoriteit te aanvaarden zit ingebouwd in hun historische, Confuciaanse psyche. Je ziet dat in de relatie tussen ouders en kinderen en tussen staat en onderdanen. Bovendien weet iedere Chinees, jong of oud, dat stabiliteit, orde en eenheid de sleutels zijn tot het succes van hun land.”

Jacques erkent niettemin dat de sleutelvraag in China gaat over het vermogen van de CPC om de economie, het staatsbestuur en ook de partij zelf zo te hervormen dat nieuwe bronnen van groei aangeboord kunnen worden. Shambaugh denkt van niet, waarbij hij verwijst naar de ondergang van de Sovjet-Unie. Hij verwacht dat de CPC snel respect en relevantie zal verliezen.

Jacques, geconcentreerd redenerend: „Wat goed begrepen moet worden is dat de Chinese communistische partij een totaal ander wezen is dan de communistische partijen in de voormalige Sovjet-Unie en het Oostblok. De CPC had en heeft heel diepe wortels op het platteland en in de steden. Zulke diepe wortels heeft de Russische communistische partij nooit gehad. Het basale respect voor wat de partij bereikt heeft in de afgelopen 35 jaar is groot. 700 miljoen mensen uit de armoede trekken, van China de tweede economie van de wereld maken, een welvarende middenklasse laten ontstaan, steden vernieuwen – het is allemaal tamelijk indrukwekkend vinden de meeste Chinezen.”

Hoe pragmatisch en flexibel Chinese leiders kunnen zijn, in tegenstelling tot de Sovjets, heeft volgens hem Deng Xiaoping in de jaren 80 bewezen. Na de dood van Mao Zedong en diens krankzinnige politieke experimenten schafte Deng de centrale planning af en verlegde de politieke koers met 180 graden. „Dat gebeurde in zeer moeilijke omstandigheden en wekte veel intern verzet, maar het gebeurde toch. Iedereen die nu de ondergang van de partij en het systeem voorspelt, houdt geen rekening met het enorme vermogen van de CPC om zichzelf steeds weer te vernieuwen. Alles wijst erop dat de nieuwe leider Xi de prestatie van Deng gaat herhalen.”

Xi is in zijn ogen „een echte politieke leider” die bezig is zijn land klaar te stomen voor pijnlijke hervormingen. „Hij bouwt steun op, onder andere met zijn campagne tegen corruptie. De hervormingen gaan traag omdat er veel verzet is en het sociale vangnet eerst uitgebreid moet worden, maar ze komen er zeker.”

Angst voor chaos

Paradoxaal genoeg gaan hervormingen gepaard met onderdrukking, onder andere van massabetogingen en dissidenten, maar ook met verruiming van persoonlijke vrijheden, experimenten met inspraak en openheid. „Repressie is een realiteit – angst voor chaos en verlies aan controle is van alle tijden – en natuurlijk wordt daarover veel gekankerd en geklaagd op het internet. Maar zolang de CPC met de tijd meegaat en niet vermolmd raakt, zoals de Russische en Oost-Europese communistische partijen, behouden de Chinese leiders respect en de steun van de bevolking”, zegt Jacques.

Met een uitdagende blik: „Wie China bekijkt door de lens van eenvoudig te besturen kleine landen als Nederland en het VK zal snel het gebrek aan een democratisch systeem opvallen. Vergelijk China daarentegen met de EU, ook een autoritaire, ondemocratische organisatie, en je begrijpt de problemen van het bestuur van een land dat tweemaal zo groot is als Europa en twintig procent van de wereldbevolking herbergt, iets beter.”

Boude, maar altijd stevig onderbouwde stellingen en pakkende teksten behoren tot Jacques repertoire; hij is er miljonair mee geworden. Maar soms speculeert hij ook. „We zien dat westerse democratische waarden met de neergang van de VS en Europa onder grote druk komen te staan. Ik voorzie daarom een moment in de toekomst dat de westerse wereld zich gaat afvragen hoe de Chinezen het in hemelsnaam hebben geflikt zo snel te groeien. Er komt een dag, zeker in Azië, dat China als voorbeeld wordt gesteld van hoe het wel moet.”