Nederland mag geen belastingparadijs zijn

Terecht gaat Nederland door middel van verdragen de betaling van dubbele belasting tegen. Maar dan moet de regering ook de belastingontwijking via zogeheten brievenbusbedrijven tegengaan, schrijven Barbara Baarsma en Marco Kerste.

Vorige week vroeg Kamerlid Ed Groot (PvdA) aan de regering om het ‘weglekken’ van rente en royalty’s naar belastingparadijzen te voorkomen. Zijn motie werd weggestemd. Waarom? VVD, D66 en CDA pleiten terecht voor een internationale, of tenminste, Europese context. Zolang die ontbreekt, valt er echter iets voor te zeggen dat Nederland zich internationaal hard maakt voor invoering van zulke regels.

Overheden hebben regels gemaakt om te voorkomen dat internationaal opererende bedrijven dubbel belasting betalen. Dat kan immers een belemmering vormen voor internationale handel. Voor morele oordelen over de internationale belastingplanning moeten we onderscheid maken tussen illegale en legale praktijken. Ontduiking is illegaal. Ontwijking is dat niet – al kan het wel tegen de geest van de wet zijn als het ertoe leidt dat bedrijven nauwelijks belasting betalen.

Een voorbeeld. Fictieve internetmultinational Boogle heeft een dochter in een ander land: Boogle Junior. Junior verstrekt een lening aan het moederbedrijf waarover rente is verschuldigd. De rente die Junior van het moederbedrijf ontvangt, is belast als deel van de winstbelasting. Wordt in het moederland over de uitgekeerde rente ook belasting (bronbelasting) gerekend, dan wordt over dezelfde rente tweemaal belasting geheven.

Om dubbele betaling van belasting te voorkomen, heft Nederland geen bronbelasting over uitgaande rente. Daarom loont het voor de multinational om een bedrijf in Nederland op te richten – op voorwaarde dat Nederland een belastingverdrag heeft met het moederland van Boogle waarin de bronheffing op rente wordt gereduceerd. In de volksmond heten die tussenschakels ‘brievenbusmaatschappijen’.

In dat geval verstrekt de dochter de lening niet direct aan de moeder maar aan de Nederlandse brievenbusmaatschappij. Die verstrekt de lening weer aan de moeder. Door het belastingverdrag tussen Nederland en moederland betaalt het moederbedrijf geen of minder bronbelasting over de naar Nederland uitgekeerde rente, terwijl in Nederland geen bronbelasting wordt geheven over uitgekeerde rente, dus ook niet over rente uitbetaald aan het dochterbedrijf. Het belastingverdrag en het gebrek aan bronheffing in Nederland worden zo dus gebruikt om dubbele belasting te voorkomen.

Of er daadwerkelijk sprake is van voorkoming van dubbele belastingheffing hangt af van de verdere behandeling van rente in het land van dochterbedrijf Junior. Stel, er geldt daar een winsttarief van nul procent. Er wordt dan nergens in de keten belasting geheven. Dan kan niet meer worden gesteld dat via de Nederlandse brievenbusmaatschappij dubbele belastingheffing wordt voorkomen. Hoewel niet illegaal, gaat de Nederlandse constructie daarmee tegen de geest van de wet in. Het verhaal over royalty’s of auteursrechten is vergelijkbaar met het verhaal over rente.

Omdat over door Nederlandse bedrijven uitbetaalde rente en royalty’s geen bronbelasting hoeft te worden betaald en omdat Nederland een groot aantal belastingverdragen heeft gesloten, zijn brievenbusmaatschappijen een aantrekkelijke tussenschakel om bronbelasting te verminderen of zelfs te elimineren. Mede op basis hiervan kan worden vastgesteld of een internationaal concern brievenbusmaatschappijen misbruikt om belasting te ontwijken. Dat is waarschijnlijk zo als een Nederlandse brievenbusmaatschappij rente of royalty’s uitbetaalt aan een laag belastend land. Dankzij de Nederlandse tussenschakel wordt dan weinig tot geen bronbelasting over de rente en royalty’s betaald en door uitbetaling aan de laag belastende land ook weinig tot geen winstbelasting. Om hoeveel geld gaat dit?

Dan rijst de vraag: wanneer is er sprake van een belastingparadijs? Men kan uitgaan van alle landen met een winstbelastingtarief lager dan 10 procent, een grens die impliciet in de Nederlandse deelnemingsvrijstelling zit. In dat geval werd in 2012 over ongeveer 1,6 miljard euro aan rente weinig tot geen belasting betaald door deze bedragen via Nederlandse brievenbusmaatschappijen te laten lopen, zo blijkt uit onze berekeningen. Dit is nog een conservatieve schatting, en exclusief royaltystromen. Het gaat dus over forse bedragen die hun weg vinden naar landen als de Verenigde Arabische Emiraten, Bermuda en de Caymaneilanden.

Staatssecretaris Wiebes stelde in het debat vorige week dat dit probleem vooral ligt bij de landen waar de Boogles van deze wereld, en hun operationele dochters, zijn gevestigd. Zij zouden dan ook vooral actie moeten ondernemen om dit tegen te gaan.

Die redenering is al te makkelijk. Dit soort constructies staat of valt immers met faciliterende belastingregimes, zoals die van Nederland. Het zou goed zijn als de Nederlandse regering zich inspant om in Europees en OESO-verband te komen tot maatregelen om te voorkomen dat rente- en royaltystromen via brievenbusmaatschappijen laag of onbelast naar belastingparadijzen gaan. Zo zou Nederland het beleid kunnen beschermen waar het voor staat – voorkomen van dubbele belastingheffing – en tegelijk verantwoordelijkheid nemen voor de ongewenste effecten.