Een willekeurige schiettent wordt het

illustraties cyprian koscielnak

„Zelf bepalen waar de wetenschap zich mee bezig moet houden (…) het kan nu!” Zo opende Matthijs van Nieuwkerk afgelopen donderdag het item over de Nationale Wetenschapsagenda bij DWDD. In een dubbelinterview in deze krant leggen voorzitters Alexander Rinnooy Kan en Beatrice de Graaf uit dat de democratietheorie van de Duitse filosoof Jürgen Habermas model staat voor hun aanpak. Ironischer kon hun keuze niet zijn. Kijkend naar DWDD wordt het opstellen van de wetenschapsagenda een willekeurige schiettent van vragen waarvan de gevolgen nog niet te overzien zijn. Dit proces heeft weinig te maken met de rationele uitwisseling van argumenten die Habermas voor ogen heeft.

Bovendien is onduidelijk wat de financiële consequenties ervan zijn. Vervangt de wetenschapsagenda de topsectoren? Blijft er ook voldoende geld over voor onderzoek dat niet binnen de wetenschapsagenda valt? Rinnooy Kan en De Graaf geven aan dat zij ‘niet over het geld gaan’. Maar hoe verstandig is het een Nationale Wetenschapsagenda op te stellen zonder te weten wat de financiële gevolgen zijn? Het ministerie van OCW is hierover oorverdovend stil.

Wat De Graaf ‘het feest voor de wetenschap’ noemt, dreigt dus het Project X van de wetenschap te worden. De wetenschap sturen is één ding, de wetenschap top-down sturen is een tweede; de wetenschap via willekeurige processen met onduidelijke uitkomsten sturen, nog een ander. Dit moet niemand willen. Ook ‘de burger’ niet, want die is uiteindelijk gebaat bij een wetenschap die zichzelf kan zijn.

Promovenda cognitiefilosofie, RU Nijmegen Sem de Maagt Promovendus normatieve ethiek, UU