In Groningen bestaat al ervaring met publieksparticipatie

In het interview ‘Roept-u-maar’ als leidraad voor de wetenschap (NRC, 14 maart) zegt Beatrice de Graaf dat de aanpak om te komen tot een Nationale Wetenschapsagenda niet eerder gevolgd is. Daarom wijzen we op het project 400-dagen-voor-400-vragen dat de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) uitvoerde in het kader van de viering van haar 400-jarig bestaan in 2014. Via de media werd iedereen uitgenodigd vragen te stellen aan wetenschappers van de RUG.

Onder de vragenstellers waren ook kinderen en mensen op hoge leeftijd en hun maatschappelijke achtergrond en opleiding waren zeer divers. Een deel van de ingediende vragen is beantwoord in de media, zoals het Dagblad van het Noorden, de Leeuwarder Courant (wekelijks) en RTV Noord (dagelijks) of in culturele evenementen, debatten en lezingen waaronder die binnen de RUG Kinderuniversiteit.

Het project beoogde niet alleen burgers dichter bij de wetenschap te brengen, maar het had ook tot doel richting te geven aan nieuwe kennisverwerving. Uit de vele ingediende vragen heeft een wetenschapsjury daartoe drie onderzoeksvragen gekozen die voldeden aan de opgestelde criteria, zoals de mogelijkheid tot multidisciplinaire benadering en de mogelijkheid nieuwe wetenschappelijke paden in te slaan. Middels een open internetverkiezing waaraan ruim 8.000 mensen deelnamen is bepaald welk onderzoek daadwerkelijk uitgevoerd zou gaan worden.

Veel vragen gingen over rechtspraak, openbaar bestuur, opvoeding, gezondheid, geneesmiddelen, werkgelegenheid, aardbevingen, energieopwekking etc. De actualiteit stond vaak voorop.

De ervaringen van de RUG met het project 400-dagen-voor-400-vragen lijken ons relevant voor het verdere verloop van de Nationale Wetenschapsagenda.

Ton Schoot Uiterkamp