Martinair ging naar KLM, maar hoe?

Piloten en cabinepersoneel van Martinair proberen via de rechter promotie bij KLM af te dwingen

Rood was de kleur van Martinair. Foto Ruud Taal/Capital Photos

De werkweek begon met de toekomst van Martinair, en eindigde met het verleden van Martinair.

De toekomst is weinig glorieus. Maandag maakte de directie van Martinair bekend dat de vrachtvloot vóór juni 2016 zal worden teruggebracht van tien naar vier toestellen. Voor 110 piloten dreigt ontslag. Dat zou leiden tot een kostenpost van 56 miljoen euro omdat de piloten bij gedwongen ontslag een half miljoen euro (twee jaarsalarissen plus pensioenpremie) meekrijgen. De ondernemingsraad van Martinair spreekt van een ‘sterfhuisconstructie’ en stapt naar de Ondernemingskamer. De werknemers willen dat serieus gekeken naar een alternatief plan, waarin de Martinair doorgaat met zes vrachttoestellen.

Gisteren ging het in het gerechtshof van Amsterdam om het verleden van Martinair. Meer precies: om de slotfase van de in 1958 door Martin Schröder opgerichte chartermaatschappij, die in de bloeiende jaren vakantiegangers naar Curaçao, Cuba, Mexico en Florida vloog. Toen Martinair in november 2011 na aanhoudende verliezen stopte met passagiersvervoer, werden de werknemers overgenomen door KLM, sinds eind 2008 volledig eigenaar.

Dat woord ‘overgenomen’ is inzet van een slepende juridische strijd tussen voormalige Martinair-werknemers aan de ene kant en KLM en de vakbonden VNV (piloten), VNC en FNV (allebei cabinepersoneel) aan de andere kant. In mei vorig jaar oordeelde de kantonrechter in het voordeel van KLM, de oud-medewerkers gingen in hoger beroep.

Dus troffen de partijen elkaar gisteren opnieuw in de overdadig marmeren ambiance van het Amsterdamse Paleis van Justitie. Vooral de advocaten van de vakbonden riepen hoorbare weerstand op bij de ruim aanwezige oud-werknemers van Martinair. Ze worden vertegenwoordigd door twee claimstichtingen, Stichting Cockpitbelangen en Stichting Cabinebelangen.

De vraag waar de hele zaak om draait is: wel of geen ovo? Het voormalige Martinair-personeel eist dat KLM erkent dat er in 2011 sprake was van ovo, overgang van onderneming. Dat arbeidsrechtelijke begrip, vastgelegd in een Europese Richtlijn, garandeert dat werknemers bij een overname dezelfde rechten en plichten behouden die ze hadden bij de oude werkgever.

In deze zaak gaat het vooral om carrièreperspectief. KLM nam 380 stewardessen en 70 vliegers van Martinair over, maar plaatste ze onderaan de senioriteitslijst. Die lijst, heilig in de luchtvaart, bepaalt de kansen op promotie en andere rechten. De bonden zijn fel gekant tegen inbreuk op de lijst want het ‘horizontaal instromen’ van nieuwkomers vertraagt de carrières van hun leden. Die hebben hun hypotheek afgestemd op hun plaats op de lijst, aldus de VNV-advocate.

Daartegenover staat de situatie van sommige ervaren Martinair-gezagvoerders, die opnieuw moesten beginnen als tweede officier en niet meer mochten starten of landen. Alsof je van de examenklas wordt teruggeplaatst naar de brugklas, volgens de advocaat van de stichtingen. De medewerkers ervaren het als vernederend en demotiverend.

Wel of geen overgang van onderneming, daar probeerden beide partijen het hof van te overtuigen. Welles, zeggen de oud-medewerkers: er veranderde niets, we behielden onze identiteit binnen KLM, bestemmingen werden overgenomen. Nietes, zeggen KLM en de bonden: Martinair is op 1 november 2011 gestopt met passagiersvervoer, er zijn geen vliegtuigen of bestemmingen van Martinair overgenomen door KLM.

Het hof mag kiezen en neemt daar de tijd voor; uitspraak op 16 juni.