Magnus coacht papa

De Engelse grootmeester Danny Gormally schreef laatst een artikel over zijn ervaringen met het schaakprogramma Komodo, misschien het sterkste dat er op het ogenblik is. Gormally is 38 jaar en hij gaf de indruk dat hij niet veel ervaring met sterke schaakprogramma’s had. „In bevende afwachting installeerde ik de dvd op mijn laptop”, schreef hij.

Hij speelde trainingspartijen tegen Komodo waarin hij werd verpletterd en paste de opgedane kennis toe in een partij in het toernooi in Hastings. Die partij verloor hij, doordat hij op een kritiek moment vergat wat Komodo had gedaan.

Een paar ronden later ging het beter. Hij versloeg een Frans meisje van zestien in een partij die tijdens zijn voorbereiding door Komodo bijna tot mat toe was uitgewerkt. Daarna werd hij overmand door schuldgevoel. Had hij niet op eigen kracht van dat meisje kunnen winnen? Gormally knoopte er nog wat algemene beschouwingen aan vast over de computer als mentale doping, de geestelijke luiheid die daar uit voortkomt en de saaiheid van de partijen van de baby’s die de computer als hun zuigfles gebruiken.

Hij is misschien te laat toegetreden tot de moderne tijd. Van Erwin l’Ami (29), die deze week het belangrijke open toernooi in Reykjavik won, herinner ik me een interview waarin hij enthousiast vertelde over de bliksemsnelle multi-core processors van zijn supermoderne computer waarop hij niet één, maar een flink aantal schaakprogramma’s tegelijk liet lopen. Niks schuldgevoel, je schaakt tenslotte om te winnen.

In de loop der jaren hebben veel wereldkampioenen en bijna-wereldkampioenen in Reykjavik meegedaan. Deze keer was Magnus Carlsen er, niet als speler, maar als begeleider van zijn vader Henrik. Die is er bijna altijd bij als Magnus ergens speelt, maar nu speelde hij zelf in het toernooi.

Het deed me denken aan een oude cartoon van Gummbah. Op een nachtkastje zat een klein kwaad mannetje. Op het bed ernaast stond een wekker en het mannetje riep triomfantelijk: „Zo, nu zijn de rollen een keer omgedraaid!”

Erwin l'Ami - Sjachriar Mamedjarov, Reykjavik Open 2015

1. d4 d6 2. c4 e5 3. Pc3 exd4 4. Dxd4 Pc6 5. Dd2 g6 6. b3 Lg7 7. Lb2 Pf6 8. g3 0-0 9. Lg2 Te8 10. Pf3 Nauwkeurig. In soortgelijke stellingen gaat het paard vaak naar h3, maar hier zou zwart na 10. Ph3 d5 niets te klagen hebben. 10...Lf5 11. Ph4 Na 10. 0-0 lost zwart met 10...Pe4 alle problemen op. 11...Ld7 Nu gaat 11...Pe4 niet wegens 12. Lxe4 Lxe4 13. f3. 12. 0-0 Dc8 13. Tfe1 Lh3 L’Ami had hier 13...Pe5 verwacht. 14. Lh1 Dg4 Speelt de aanvalsspeler Mamedjarov op een kansloze koningsaanval? 15. Pg2 Dd4 Nee, op een omslachtige manier speelt hij op dameruil. 16. Tad1 Nu had zwart zich moeten verzoenen met een slechter eindspel na 16...Dxd2. 16...Pe4 Als dit zou gaan, zou zwart er al zijn problemen mee oplossen, maar er is een weerlegging. 17. Dxd4 Lxd4

Zie diagram.18. Txd4 Dit ijzersterke kwaliteitsoffer is de enige manier om voordeel te krijgen. 18...Pxd4 19. Pf4 Pg5 Ook 19...Pxc3 20. Lxc3 g5 21. Lxd4 gxf4 22. Lxb7 is goed voor wit, maar zwart had dit toch moeten doen. 20. Pxh3 Pxh3+ 21. Kf1 Zwart gaf op.

Op het eerste gezicht een wonderlijke beslissing, want hij staat een kwaliteit voor. Toch is zwart er slecht aan toe met twee paarden in nood, een hangende pion op b7 en zetten voor wit als Pe4 of Pd5 in de lucht. Een van de mogelijkheden - niet aantrekkelijk voor zwart, maar er is niets goeds - is 21...c6 22. Pe4 Txe4 23. Lxe4 Pg5 24. Lg2 Pf5 25. Tad1. Wit heeft dan beslissend voordeel, maar bijna iedere zwartspeler had dat nog wel even willen zien.