Column

Klingelklangel

Georgina Verbaan

Klingelklangel. Ik loop Jay’s Juices binnen om even bij te komen van een aanval met klauwen en hengels met weerhaakjes door zo’n zuignap van HelloFresh. Dit keer was zo’n bijverdienende student helemaal meegelopen naar mijn fiets terwijl hij met een tandpastaglimlach dingen zei als „Zwaar he? Die boodschappen? Zou het niet fijn zijn als...” – er was uiteindelijk een stevig „NEE!” nodig om hem te doen afdruipen, met zijn schort.

Jay’s Juices dus. De sappenbar die al eeuwen in de winkelstraat bij mij om de hoek zit. Jay, altijd goedgeluimd, staat een houten snijwerk te bewonderen dat met kralen om de nek van een hemels lachende vrouw hangt. „Hey, Georgie!”, roept hij naar me. „She’s from Nepal!”

Jay en de vrouw naar wie hij wijst kijken stralend naar me op.

„Ah...”, zeg ik, omdat ik zo snel niets beters weet. Er worden namastés uitgewisseld en de vrouw vertrekt. Ik bestel een gembershot, dat is het sap van een stuk gember ter grootte van een kinderhand, en sla het achterover. In mijn oren branden kacheltjes.

„Stom, hè?”, begin ik. „Dat er een hele grote tabak- en lectuurzaak tegenover het kleine sigarenwinkeltje van hiernaast komt?” Het lijkt onmogelijk om Jay’s chagrijnige kant naar boven te toveren, maar ik blijf het proberen.

„Moet je horen, Georgie”, en hij steekt van wal over unieke kansen en dat de aarde niet rond is, maar vol heuvels en bergen en cactussen waar je met je kont in kan vallen en dat je er dan lang over doet om de stekels er weer uit te plukken, maar dat dat nou eenmaal zo is. En hoewel ik het niet helemaal begrijp, snap ik wel wat hij zegt. Ik kom namelijk nog steeds graag in de tabakszaak, voor de gezelligheid, ook al rook niet meer. Nu koop ik er een krant, ook al lees ik geen papier meer.

Hij gaat verder over de nieuwe hippe sap- en healthfoodtentjes die in de buurt verrezen zijn, ik klaag dat ze ongezellig en onpersoonlijk zijn en dat ze volgens concepten werken. Jay demonstreert hoe anders dat bij hem is door een ananas boven zijn hoofd te houden en te verklaren dat hij de ananas mag neerzetten waar hij wil. In het spaarvarken op de toonbank duw ik wat kleingeld. Jay spaart voor een piano voor zijn vriendin.

Ik word blij van Jay en zou ook langskomen als hij friet verkocht. Alles liever dan een met de post bezorgde HelloFresh-doos met ‘authentieke’ en ‘verrassende’ gerechten.