Je staat hier af en toe in windkracht 12

Na acht jaar stopt hij als president-commissaris bij Feyenoord. Van Well verlaat de club na een tur- bulente periode, waarin hij oog in oog stond met de harde kern.

Dick van Well over het het technisch beleid van Feyenoord: „Ik had liever nog de goals gehad van Graziano Pellè dan de miljoenen voor zijn transfer.” Foto Andreas Terlaak

Dick van Well trekt een strak gezicht. Weg is zijn schaterlach die vaak klinkt in het vergaderzaaltje bij de Kuip. De vraag is of hij in de directiebus zat in Rome, toen Feyenoord-aanhangers binnendrongen. Hij knikt. Zo’n tien leden van de harde kern persen zich bij een opstapplaats de bus in, die op weg is naar het stadion van AS Roma. De aftredend president-commissaris van de club ziet het gebeuren, maar is machteloos.

Een hectische situatie met veel geschreeuw en directieleden die worden bedreigd. De secretaresse van technisch directeur Martin van Geel probeert de mannen met een moedig optreden buiten de bus te houden. „Een pittige tante, zij dook erop.” Het helpt niet, de mannen rijden in een gespannen sfeer mee naar het stadion.

In de nieuwsstorm rond de supportersrellen in Rome, blijft het incident onderbelicht. „Ik heb het als uitermate onprettig ervaren”, zegt Van Well. „In de bus hadden we mensen die met hun onderneming de club financieel steunen en dan wordt dit visitekaartje afgegeven.”

Hij hoeft zich er niet langer druk over te maken. Vijf dagen na de ongeregeldheden in Rome draagt hij zijn functie over aan Gerard Hoetmer, de nieuwe voorzitter van de raad van commissarissen. Na twee termijnen van vier jaar zit het werk erop.

Dick van Well (67) leunt ontspannen achterover in zijn stoel. Hij is niet het type dat zich snel gek laat maken. Gepokt en gemazeld bij bouwconcern Dura Vermeer. En gehard bij de broeierige volksclub Feyenoord. Zijn grote liefde, als fanatieke fan was hij er bij toen de club in 1970 in Milaan de Europa Cup I won.

Acht jaar lang is Van Well de belangrijke man op de achtergrond geweest. Hij is het die algemeen directeur Eric Gudde – het gezicht naar buiten – „rugdekking geeft”. Letterlijk zoals in het veld. „Als president-commissaris moet je eigenlijk nooit aan de bal komen. Ik ben de allerlaatste stop.”

De Rotterdammer verlaat de club na een paar turbulente weken. De mislukte plannen rond de toekomst van de Kuip, het komende vertrek van trainer Fred Rutten, de rellen in Rome, de verwachte straf van de UEFA voor het thuisduel tegen AS Roma. Bij zijn aantreden was het niet anders. Van Well komt in 2007 binnen in een roerige tijd, na het tijdperk onder oud-voorzitter Jorien van den Herik. De club zit in die jaren financieel, sportief en bestuurlijk in een diepe crisis.

Voor hem op tafel ligt een oude sportpagina van deze krant, uit april 2007. Kort na zijn start bij Feyenoord had hij zijn eerste interview. Op zoek naar een koffer met geld, is de kop. Die koffer is uiteindelijk gevonden, met veel creativiteit en inzet, vertelt hij.

Wat is uw balans na acht jaar Feyenoord?

„Ik heb voor rust in dit gebouw gezorgd. We komen uit een lastige beginperiode, met veel druk op ons als raad van commissarissen. De leiding van het stadion vroeg of ik mij zorgen maakte of we de huur wel konden betalen. Nee, dat deed ik niet. Met huur kom ik er altijd wel uit, ik had op dat moment andere zorgen: kunnen wij volgende maand de salarissen betalen?”

De club overleeft financieel zware tijden. Op het dieptepunt in 2010 bedraagt de schuld 43 miljoen euro. Door flink te saneren én een injectie van 30 miljoen door de Vrienden van Feyenoord (een vermogende groep Rotterdamse ondernemers) in ruil voor aandelen wordt een groot deel weggewerkt. Dat resulteert erin dat de club dit seizoen voor het eerst een positief eigen vermogen heeft van 3 miljoen euro – en dat bedrag is fors groeiende.

Bent u opgelucht?

Zijn stem slaat een beetje over: „In september belde Eric Gudde mij op: Dick, ik ben net van de boekhouder terug, er staat een bedrag van zeven cijfers voor de komma. En niet rood, maar zwart. Dat geeft best een lekker gevoel. En tegelijkertijd: de kampioensschaal was tweemaal maar zo’n stukje weg.” Met zijn vingers houdt hij een ruimte van een centimeter tussen duim en wijsvinger.

De laatste landstitel was in 1999. Ook in de acht jaar van Van Well bleef de schaal buiten bereik.

„We hebben een schitterende jeugdopleiding, maar er komen bij ons jongens in het eerste elftal die nog man moeten worden. Dat worden ze hier snel, omdat ze voor de leeuwen worden gegooid. Maar je mist ervaring. Ik had liever nog de doelpunten gehad van Graziano Pellè dan de miljoenen die hij heeft opgeleverd.”

Waarom deed de clubleiding niets toen vorige zomer vier basisspelers vertrokken die ruim 30 miljoen euro opleverden?

„We hebben interne spelregels die bepalen hoeveel geld er geherinvesteerd wordt, onder meer afhankelijk van het eigen vermogen. We moesten afgelopen zomer eerst verkopen voordat we konden kopen. En de bottleneck was ook, een andere spelregel, dat het salarisbudget op zijn maximum zat. Dat maximum gaat nu omhoog. En aan het eind van dit seizoen nemen we afscheid van een aantal duurdere spelers. Dus er komt ruimte.”

Dat ziet er goed uit. Toch vertrekt coach Fred Rutten omdat er te weinig perspectief is om met Feyenoord de absolute top te halen in Nederland. Begrijpt u zijn besluit?

„Het is zijn keuze.”

U schetst in feite een heel positief beeld. Het gaat financieel veel beter, er is weer ruimte.

„Laten we duidelijk zijn: trainer zijn bij deze club geeft aanzienlijk meer druk op je dan president-commissaris zijn bij deze club. Als president-commissaris krijg je ook wel wat voor je kiezen. Je moet niet alle sites lezen, dan raak je overspannen of je gaat aan jezelf twijfelen. Trainer bij deze club is natuurlijk wel wat.”

Dus de druk was eigenlijk te hoog voor Rutten?

„Dat zal je aan hem moeten vragen.”

De toekomst van Feyenoord hangt nauw samen met de toekomst van het stadion: vorige week ging er een streep door de grondige renovatieplannen van bouwbedrijf BAM. Ziet u dit als een zwarte bladzijde?

„Het is in ieder geval een onderdeel wat ik niet afgemaakt heb.”

Heeft u gefaald?

Hij laat een stilte vallen. „In 2013 had de gemeenteraad met een garantie moeten komen voor een lening van 165 miljoen euro, voor het nieuwe stadion. Als het nou om falen gaat, vind ik dat ik onderschat heb in welke politieke arena wij kwamen. Ik heb niet goed getaxeerd in welk veld ik gelopen ben. Dat vind ik falen. Ik dacht dat het rond was.”

„Het hele verkennerstraject dat daarop volgde voor renovatie, ja hallo, dat is mij ook gewoon overkomen. Dat is mij opgedrongen. Uiteindelijk dachten we: misschien kan het nog wel ook met het plan van BAM. Het kon dus niet. Ik ga bij de vervolgplannen geen rol spelen. De perceptie is dat het zittende gezelschap niet gebracht heeft wat moest, ik was de aanvoerder, dus ik moet er niet gaan zitten. Terwijl ik een van de weinigen ben in de organisatie die grootschalige bouwprojecten op zijn eigen cv heeft staan.”

Er is een sterke stroming binnen de club voor nieuwbouw. Zijn alle pijlen daar nu op gericht?

„Er is nog geen enkele pijl. Ik kom al een jaar of vijftig in de Kuip. Ik constateer één ding: aan dit stadion zitten grenzen. Ik herken me wel in de uitspraak: als je een oud huis verbouwt, heb je nog altijd een verbouwd oud huis.”

Er zijn veel betrokkenen in het Kuipdossier, zo’n acht partijen en 35 mensen praten mee.

„Ja. Het probleem gaat ontstaan als op zo’n gezelschap druk van buiten komt, waarbij er niet echt een leider is. Dit soort processen vraagt een milde vorm van dictatuur. Bij Dura Vermeer kon ik goed luisteren, maar op een bepaald moment nam ik een beslissing. Dat is in een conglomeraat als een betaald voetbalorganisatie anders. Maar dat is goed. Feyenoord is een publiekseigendom, dat mag niet door één persoon gerund worden.”

Maar is de leiding nu strak genoeg? Recentelijk kwam van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb het verwijt dat Feyenoord al jaren geen baas is in eigen huis.

„De burgemeester vindt dat de gangpaden op de trappen vrij moeten zijn. Een deel van onze supporters vindt dat nou net een plek waar je ideaal kan zitten.”

Is Feyenoord baas in de Kuip?

„Ik denk dat wij voor 99 procent baas in het stadion zijn. En die laatste 1 procent word je het nooit. Ik denk dat wij er heel veel aan doen, daar verschillen we van mening over met de burgemeester.”

Wat doe je tegen het gooien van aanstekers?

Van Well geeft geen antwoord. Hij pakt zijn telefoon en laat een foto zien van een van zijn schoonzoons, die voor het thuisduel tegen AS Roma in een enorm lange rij staat om gefouilleerd te worden. Ook hijzelf werd gecontroleerd. „Mijn kofferbak moest open. Er zat geen aansteker in, ik rook niet.”

Vindt u het terecht dat Gudde niet zijn excuses aanbood voor wat er gebeurd is in Rome?

„Ja. Feyenoord moet heel erg opletten dat wat buiten het stadion gebeurt, de club niet in zijn verantwoordingsgebied gaat trekken.”

Is het wel eens voorgekomen dat de continuïteit van de directie in gevaar was?

„Dat is niet aan de orde geweest. Eric wist precies waar ik stond: twee passen achter hem, om hem rugdekking te geven en niet om hem een zetje te geven.”

U heeft veel over u heen gekregen, is het moeilijk om dat langs u heen te laten gaan?

„Websites lees ik niet meer, ik heb ook mijn gevoelens. Je staat bij Feyenoord af en toe in windkracht twaalf en het enige warme gevoel wat je krijgt, is als er een tegen je poten aan pist.”

Wanneer wordt Feyenoord eindelijk kampioen?

De schaterlach is terug: „Als het volgend seizoen niet is, ga ik natuurlijk roepen dat het een klote bestuur is.”