Ik richt zorgcentra in zoals ik een café aankleed

„De foto met de stoelen komt uit mijn boek Het geluk van binnen. We hebben heel wat met meubels lopen sjouwen om foto’s zoals deze te maken.”

„Komend najaar word ik vijfenzestig. Ik blijf werken als binnenhuisarchitect, maar op een andere manier. Mijn dochter en ik gaan door met ons bureau. Daarnaast ga ik meer losse klussen doen: dingen die voorbijkomen, die ik leuk vind, die ik zelf op mij neem.

„ Dit zijn de jaren waarin mijn ‘derde helft’ begint. De tweede helft duurde tot een paar jaar boven m’n 55ste. In die fase ging een hoop energie naar het werk - stijgende lijn, mooie klussen doen. Ik ontwikkelde mijn eigen niche, ontwierp interieurs voor cafés en restaurants. Alleen al in Tilburg heb ik ’r heel wat ingericht. Ten slotte kreeg ik werk in het hele land. Voor zo’n zestig vestigingen van Bagels & Beans heb ik het concept bedacht, in een aantal vestigingen heb ik dat ook uitgewerkt.

„Zo’n tien jaar geleden ging het bij me knagen. Ik haalde m’n energie niet meer uit de breedte van m’n werk, ik wilde de diepte in. Via een vriend ben ik lid geworden van de Vrijmetselarij. Dat heeft mijn leven veranderd. Voor veel mensen klinkt het nogal geheimzinnig, Vrijmetselarij. Maar er is niks duisters aan. Ja, alles wat wordt besproken, blijft binnen de vier muren van het gebouw, ‘achter de getande rand’. Verder is het een levenshouding die volledig open naar de samenleving staat. Als Vrijmetselaar voel je de opdracht niet alleen voor jezelf te leven, maar om je in te zetten voor een betere wereld.

„Klinkt hoogdravend, maar in de kern is het overzichtelijk: je draagt bij naar de kracht van je talent en vermogens. Leef je leven met aandacht, en leef je in andere mensen in.

„In mijn werk kan ik die levenshouding uitstekend kwijt. Ik heb nooit gewerkt als een artiest die z’n eigen binnenhuiscreaties tot een hoger doel verhief. Vooral in mijn beginjaren kreeg ik opdrachten van horecaondernemers: „Maak het gezellig voor m’n klanten, André.” Dat was de klus. En zo zit ik ook in elkaar: een stoel is niet belangrijk, het gaat om de mensen die op die stoel gaan zitten en om de sfeer die zij in zo’n interieur kunnen laten ontstaan.

„Net toen ik een jaar of tien geleden meer belangstelling kreeg voor zingeving en filosofie kreeg ik de opdracht om de centrale ruimtes van een Tilburgs zorgcentrum in te richten. Het zorgcentrum werd gerenoveerd en uitgebreid. Nooit eerder had ik zo’n huis met professionele ogen bekeken. Dan ga je nadenken, met bewoners en personeelsleden praten. Wat gebeurt er in zo’n huis? Waar komen de mensen vandaan? In welke sfeer willen ze verkeren?

„Ik ging bij mezelf te rade: stel dat ik hier op een dag kom te wonen? Wil ik de hele dag achter zo’n witte deur zitten, aan een lange gang, met tl-buizen in het systeemplafond?

„Ik kreeg de vrije hand van de directeur. Met de aannemers ontstond onmiddellijk bonje. Zo’n instellingsbouwer - en zeker toen - wil stucwerk op de muur, linoleum op de vloer, alles wit, alles strak. Ik wilde een bruin café, volières in een atrium, klokken aan de muur, boekenkasten, servieskasten, veel verschillende soorten stoffering en behang. De bewoners komen uit hun knussen en persoonlijke huizen en dan zouden ze zich opeens moeten laten wegstoppen in een steriele omgeving? Het leek me niks. En ik heb m’n zin gekregen - in goeie harmonie uiteindelijk.

„Het interieur van het zorgcentrum in Tilburg verscheen in allerlei tijdschriften. Opeens kwamen er allerlei opdrachten uit de zorgsector. Er werd me naar mijn visie gevraagd. Hoezo visie? Ik paste in de huizen voor ouderen en zieken toe wat ik in de horeca gewend was. Niets bijzonders. Maar de conventies, de protocollen, de regels - daar word je niet altijd even vrolijk van. Wit is hygiënisch. Maar is zo’n huis opeens minder schoon als je een andere kleur op de muur smeert?

„De komende jaren wil ik me toeleggen op schrijven: over interieurs, kunst, alles wat het leven de moeite waard maakt. Ik geef graag lezingen, houd workshops, organiseer excursies. Het boek De architectuur van het geluk van filosoof Alain de Botton, over interieurs en geluksbeleving, is een geweldige inspiratiebron geweest. Dat geldt ook voor het boek Tegen de onverschilligheid van filosoof Joep Dohmen. Hij schrijft dat het je heilige plicht is tegenover je medemensen om iets moois van je leven te maken.

„Dat fascineert mij op dit moment. Reflecteren. Nadenken en praten over schoonheid, stilte, liefde, het begin en het eind van het leven. Heb ik een boek over geschreven, Het geluk van binnen. En inmiddels werk ik aan een volgend boek, De kunst van het genieten.

„Het leven is een leerweg. Dat ervaar ik steeds sterker. In de eerste decennia van je leven ontwikkel je je min of meer vanzelf. Je gaat naar school, bouwt een eigen leven op, zoekt je weg om je brood te verdienen. En dan ontstaat het moment waarop je ’t allemaal zo’n beetje op de rails hebt, alles al een keer gedaan en gezien hebt, en nog ’s. Dan moet je bewust keuzes maken, om niet vast te lopen in het spoor waarin je al zo lang zit.

„Als je je oren en ogen open zet, kom je zoveel prachtige dingen tegen. Ik ben in gesprek met een vrouw die excursies in musea organiseert voor dementerende ouderen: Onvergetelijk Stedelijk en zo. Hoe kunst en cultuur extra betekenis aan je leven kunnen geven als je ouder wordt. Schitterend thema. Kan ik nog lang mee vooruit.”

Zie ook: www.andrevandergun.nl