Het werk moet af

De PvdA leed deze week de derde zware nederlaag in een jaar tijd. Toch ziet vrijwel niemand een andere optie dan verder regeren met de VVD, blijkt uit gesprekken en een enquête. „Samsom moet wel wat vaker nee zeggen.”

PvdA-leider Diederik Samsom Foto David van Dam

Verliezen went. Toen de PvdA een jaar geleden een historische klap kreeg bij de lokale verkiezingen, viel de ontreddering van de gezichten af te lezen. Op de uitslagenavond in Amsterdam vloeiden tranen, aanwezigen hingen aangeslagen in een stoel. Partijleider Diederik Samsom hield een korte toespraak en zei: „We hebben verloren, maar zijn niet verslagen.”

Toen de PvdA deze week een even dramatische nederlaag leed bij de provinciale verkiezingen, waren de reacties beheerst en gelaten. Op de uitslagenavond in Amsterdam werd niet gehuild, de aanwezigen probeerden er toch nog een feestje van te maken. Samsom hield een korte toespraak en zei: „We hebben verloren, maar zijn niet verslagen.”

Hoe vaak kun je verliezen zonder verslagen te zijn? De resultaten voor de PvdA zijn voor de derde keer op rij – tussen de lokale en provinciale zaten ook nog Europese verkiezingen waar de partij het nóg slechter deed – bar en boos. Verlies in alle 12 provincies en 393 gemeenten, vaak met een kwart tot een derde van de stemmen. Op veel plaatsen de vijfde of zesde partij en voorbijgestreefd door de SP (in het noorden en zuiden van het land) en D66 (in de Randstad). Nederland kent niet één PvdA-bolwerk meer, de partij heeft in de Eerste Kamer straks acht schamele zetels.

Voor PvdA’ers moet deze week voelen als een flashback naar een jaar geleden. Net als toen kwam de Tweede Kamerfractie deze week sombertjes bijeen om te praten over de vraag: hoe nu verder? Net als toen schreef Diederik Samsom gisteren een excuusbrief over „de dreun” aan alle PvdA-leden, mede namens senator Marleen Barth en alle provinciale lijsttrekkers. En net als toen kunnen de bestuurders en volksvertegenwoordigers volgende week hun hart luchten tijdens een nazorgavond op het partijbureau in Amsterdam.

Verkiezingen kwamen te vroeg

Toch heerst na de derde zware nederlaag op rij bij de PvdA geen boosheid, maar gelatenheid. Een rondgang langs provinciale partijkopstukken levert telkens dezelfde teksten op: we hadden het zien aankomen, het had allemaal nóg slechter gekund, je krijgt nu eenmaal klappen als je regeert in moeilijke tijden. Eén citaat komt bij vrijwel iedereen voorbij: „De verkiezingen kwamen te vroeg.” Als het economisch herstel doorzet, als de „bangmakerij van de SP en de media” over de hervormingen van het kabinet is gaan liggen – dan komt de waardering voor de PvdA vanzelf. Hoopt men.

Sommige provinciale PvdA’ers zeggen zelfs „tevreden’’ te zijn met de uitslag. „Het is niet teleurstellend slecht”, zegt Stijn Smeulders uit Noord-Brabant (van 7 naar 4 Statenzetels). „Ten opzichte van de peilingen een jaar geleden valt dit nog best mee.” Rob van Muilekom uit Utrecht (van 7 naar 5): „Als vierde partij in de provincie kunnen we serieus meepraten over een coalitie.” Jannewietske de Vries uit Friesland (van 11 naar 7): „In Friesland heeft de PvdA het toch het beste gedaan van alle provincies.”

De lijsttrekkers in de regio berusten niet alleen in de nederlaag, maar ook in hun eigen rol daarin. De afstraffing kwam door de landelijke coalitie met de VVD, de impopulaire maatregelen van dit kabinet, en niet door welk provinciaal thema of welke persoonlijkheid dan ook. Hoe hard zij ook hun best hebben gedaan de afgelopen jaren, hoeveel ze ook hebben bereikt voor hun achterban, hoe fanatiek ze ook campagne hebben gevoerd – ze raken hun baan kwijt omdat hun partij bestuurt in Den Haag. „Dat voelt heel wrang”, zegt Tjeerd Talsma, lijsttrekker in Noord-Holland (van 11 naar 7 zetels).

Kabinetscrisis is geen optie

Toch zien de PvdA’ers geen andere optie dan doorgaan met het kabinet dat ze zoveel electorale ellende heeft bezorgd. Rutte II moet zijn klus afmaken, vinden de lijsttrekkers – nu stoppen en verkiezingen forceren zou waanzin zijn. Dat blijkt ook uit een enquête onder ruim duizend actieve PvdA’ers die onderzoeksbureau Overheid in Nederland heeft uitgevoerd voor deze krant: 83 procent wil de coalitie voortzetten.

De PvdA zou vrijwel zeker opnieuw een zware nederlaag lijden en vermoedelijk niet meer terugkeren in de regering, benadrukken partijleden. „De vorige keer dat de PvdA heeft gebroken kregen we daarvoor een CDA-VVD-kabinet terug met de PVV als gedoogpartner”, zegt de Groningse lijsttrekker William Moorlag (van 12 naar 6 zetels). „Ben je dan beter uit? Nee.”

De meeste lijsttrekkers prijzen uitvoerig de bewindslieden van de PvdA: vicepremier Lodewijk Asscher, minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem en staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid). Ook de namen van PvdA-burgemeesters Ahmed Aboutaleb (Rotterdam) en Eberhard van der Laan (Amsterdam) komen geregeld voorbij. Die tonen leiderschap. „Ze voeren moeilijke maatregelen door, maar weten toch respect te oogsten”, zegt Rob van Muilekom uit Utrecht. „Zij krijgen ook buiten de partij veel waardering”, zegt Tjeerd Talsma uit Noord Holland. „Het is toch ergerlijk dat we dat niet weten om te zetten in succes bij de verkiezingen?”

De naam van Diederik Samsom valt minder spontaan. Niet dat de lijsttrekkers in de provincies vinden dat hij weg moet: aan een leiderswissel heeft de PvdA op dit moment helemaal niets. Bovendien blijft Samsom toch de man die in 2012 voor een fabuleuze verkiezingswinst zorgde. „Je kunt van Diederik zeggen: hij valt van hoog naar laag”, zegt de Groninger Moorlag, „maar hij heeft ons wel zo hoog gebracht”.

Ben de Reu, gedeputeerde en lijsttrekker in Zeeland (van 7 naar 4 zetels): „Samsom is op dit moment de pispaal. Iedere insider weet dat hij een goede debater is, maar door hoe hij glimlacht, door zijn pak, doordat hij zijn kinderen inzet, vinden mensen hem toch niet te vertrouwen. Ik doe daar niet aan mee.”

Wel is er kritiek op Samsom. De politiek leider moet zich eindelijk eens wat fermer opstellen tegenover het kabinet, vinden sommige lijsttrekkers. „Lodewijk Asscher kan de boel wel bij elkaar houden in het kabinet”, zegt Rob van Muilekom uit Utrecht. „Samsom moet vaker nee zeggen tegen de VVD. Dan haalt een kabinetsvoorstel het maar eens niet.” Talsma uit Noord-Holland vraagt zich af „waarom het Mark Rutte ondanks alle gemopper en gedoe in de VVD wel lukt om kiezers aan zich te binden” en „Alexander Pechtold met steun aan hetzelfde beleid gigantisch stijgt”.

De speelruimte voor een eigen PvdA-geluid is echter kleiner dan ooit, nu het kabinet en de gedoogpartners geen meerderheid meer hebben in de Eerste Kamer – dat erkennen de provinciale PvdA’ers ook. Als het kabinet tot 2017 wil blijven zitten, rest er niets anders dan de VVD stevig vast te houden. „De PvdA moet in Den Haag stug doorgaan waarmee ze begonnen is”, zegt de Zeeuwse lijsttrekker Ben de Reu.

Zo zou nederlaag nummer drie, paradoxaal genoeg, juist tot meer rust binnen de PvdA kunnen leiden. Het gevoel, ook bij Tweede Kamerfractie: het is ellendig, maar we zitten hieraan vast. Crisis is geen optie. „Als de lijn naar beneden gaat”, zegt Tijs de Bree, lijsttrekker in Overijssel (van 9 naar 5 zetels), „heb je daar ook mee te dealen.”