Opinie

    • Caroline de Gruyter

Gewoon oorlog met andere middelen

Er wordt wat afgesneerd in Europa, op het moment. Eerst de Griekse premier Tsipras die Duitse schadevergoeding eist vanwege de oorlog. Toen minister Varoufakis met zijn zogenaamde middelvinger-video op de Duitse tv. En vervolgens de Duitse minister Schäuble die zegt dat Athene alle vertrouwen heeft verkwanseld. Alles in een paar dagen tijd.

Het is waar dat veel ministers in de eurogroep het gehad hebben met Griekenland. Veel betrokkenen vrezen al weken dat het fout loopt. Maar op zichzelf hoeven rotopmerkingen en beschuldigingen over en weer niet desastreus te zijn. Harde taal is altijd een instrument geweest in de Europese politiek.

Laten we Brussel eens even niet beschouwen als een nest ongekozen bureaucraten die constant nationale bevoegdheden naar zich toetrekken – de simplistische zienswijze dezer dagen – maar Europa van een historische afstandje bekijken. Europese staten hebben altijd uiteenlopende belangen gehad. Vroeger gingen ze vaak schieten als het uit de hand liep. De Europese geschiedenis zit vol oorlog, meestal met Duitsers en Fransen in de hoofdrol, die beiden hegemonie over het continent wilden of de ander ervan af wilden houden.

Na de twee wereldoorlogen in de vorige eeuw besloten Duitsers en Fransen voortaan met woorden te schieten. Ze begonnen in de jaren vijftig een clubje van zes, waaronder Nederland. Het werd in Brussel gevestigd. Ideale plek: een stad in een klein landje zonder hegemoniale aspiraties. Een grote ex-koloniale stad bovendien, waar meer dan genoeg kantoren en huizen leegstonden.

Nu zijn er 28 landen in wat uitgroeide tot de Europese Unie. Brussel heeft zich ontwikkeld tot de meest gehate stad van Europa. Maar rond het Schumanplein gebeurt nog steeds waar Brussel destijds voor werd uitgekozen: alle landen proberen daar de problemen van het continent op te lossen (die nog steeds bestaan) terwijl ze keihard hun eigen belangen verdedigen en pogen hun concurrenten uit te schakelen. Als je zo naar de crisis kijkt, is het een vorm van oorlog, alleen schiet iedereen tegenwoordig met geld. Als je rijk bent, heb je prestige en hoor je tot de winnaars van de globalisering. Alle landen doen hun uiterste best om hún banken als kampioenen uit de strijd te laten komen en andermans banken een kopje kleiner te maken.

Duitsland wilde alleen Europees bankentoezicht als Duitse banken er nauwelijks onder vallen, maar Franse wel. Nederland elleboogde zich in één weekend in 2008 naar de ‘beste’ onderdelen van de falende bank Fortis – Belgen en Luxemburgers perplex achterlatend. Het geld dat wij Griekenland ‘lenen’, wordt op een geblokkeerde rekening gestort, vanwaar onze banken worden afbetaald. Kortom, we redden onszelf.

Het is een illusie dat ‘Brussel’ is verzonnen om landen ineens aardig tegen elkaar te laten doen. Het moet landen, die nu eenmaal meestal onaardig tegen elkaar zijn, op een ándere manier onaardig laten zijn. Krantenkoppen over ‘ruzie’, ‘zware gevechten’ of ‘monsterzeges’ in Brussel zijn, zo bezien, doodnormaal. Het toont aan dat het model werkt, alle euroscepsis ten spijt. Althans, tot nog toe.

Terug naar het gekift tussen Athene en de rest. Dat is niet waarom insiders verontrust zijn. Aan politici met korte lontjes zijn ze wel gewend. Maar gewoonlijk gaat verbaal geweld gepaard met ‘constructief’ gedrag in de vergaderzaal. Dat er serieus wordt onderhandeld. Dat je de wil hebt om eruit te komen, wat voor harde taal je buiten ook gebruikt. Die wil lijkt bij de Griekse delegaties nu te ontbreken. Bij veel anderen intussen ook. Daarom is het schelden ditmaal echt een veeg teken.

    • Caroline de Gruyter