Fabels uit de favela’s

Deel van Complexo da Penha, een grote sloppenwijk in Rio de Janeiro die wordt beheerst door drugscriminaliteit. Foto Robin Utrecht

1. Wat vooraf ging

Zodra hij gaat zitten komt er bier op tafel. Dit is het terras van het vaste café van Nanko van Buuren in Complexo da Penha, een enorme sloppenwijk in Rio de Janeiro.

Uit alle hoeken schieten jongens tevoorschijn. Eén voor één kussen ze de Nederlandse welzijnswerker op het hoofd. Bijna alle jongens hebben tatoeages, sommigen dragen dure shirts.

Het is augustus 2014. Van Buuren is gekleed als een heer, als altijd. Op de linker revers van zijn jasje prijkt zijn Koninklijke onderscheiding. Daaronder een speldje van een rode vogel: de ibis, die zijn naam gaf aan de organisatie die Van Buuren sinds 1989 in Rio leidt. Ibiss staat voor Braziliaans Instituut voor Innovatie in de Sociale Gezondheidszorg.

„Hij was de gevaarlijkste drugsbaas van allemaal”, knikt Van Buuren naar een tengere jongen. „En híj daar heeft zeker twintig moorden op zijn geweten”, wijst hij naar een ander. „Nu doen ze allemaal eerlijk werk.”

Deze jongens zijn enkele van de vele ‘kindsoldaten’ die Van Buuren met zijn etalageproject Soldado nunca mais (Nooit meer soldaat) uit het drugsgeweld zegt te hebben gehaald.

De afgelopen vijfentwintig jaar leidde Van Buuren honderden mensen rond in de favela’s van Rio; zijn unieke werkterrein. Onder hen popster Madonna en de selectie van Ajax. Steevast oogstte hij bewondering en ontzag. Dat gold ook in goede doelen-kringen in Nederland en Brazilië. Bekende Nederlanders als presentatrice Linda de Mol en kinderombudsman Marc Dullaert zitten in het Comité van Aanbeveling. Vriend en oud NOS-nieuwslezer Gijs Wanders noemt hem „een monumentale man”.

Maar dat was niet het hele verhaal over Van Buuren. In brede kring groeiden al langer twijfels over de stichting en de man die het gezicht ervan was. Dat was de aanleiding voor een onderzoek door deze krant. Daaruit bleek dat Van Buuren feit en fictie moeiteloos vermengde en dat tienduizenden euro’s, deels van Nederlandse donoren, ontraceerbaar waren. Opmerkelijk genoeg leidde dat niet tot ingrijpen van het Braziliaanse Ibiss-bestuur of het bestuur van het Nederlandse Ibiss-steunfonds.

Ook werd duidelijk dat al jarenlang verdenkingen bestonden dat Van Buuren jongens seksueel misbruikte, al leidden die voor zover bekend niet tot officiële aangiftes. Van Buuren is in de loop der jaren minstens vijf keer geconfronteerd met beschuldigingen. Even zo vaak ontkende hij. De beschuldigingen zijn vastgelegd in een fax, e-mails en gespreksverslagen, die in het bezit zijn van deze krant. Toch leidden deze verdenkingen, waarvan Nederlandse bestuursleden in zeker drie gevallen op de hoogte waren, nooit tot een onderzoek.

Deze krant sprak de afgelopen maanden een aantal keer met Van Buuren in Rio de Janeiro en Amsterdam. In die gesprekken gaf hij zijn weerwoord op de gerezen vragen. Het had moeten uitmonden in een artikel over Van Buuren en zijn organisatie. Op zaterdag 14 februari, drie dagen na het laatste gesprek met hem in Rio, overleed hij echter onverwacht in een ziekenhuis.

Het plaatste de krant voor een dilemma: was een publicatie over Van Buuren nog opportuun?

De krant besloot het onderzoek voort te zetten. Immers, Ibiss is een bekende ngo met Nederlandse wortels, die deels wordt gefinancierd met Nederlands geld en waaraan prominente landgenoten hun naam hebben verbonden. En: waarom negeerden beide besturen al die jaren alarmerende signalen?

Van Buuren runde naar eigen zeggen een organisatie met „honderden” werknemers en een begroting van, omgerekend, een paar miljoen euro. Daarvan was per jaar tussen de twee en vijf ton afkomstig van het Nederlandse steunfonds, een vrijwilligersorganisatie. Het bestuur bestaat uit prominente (oud-)werknemers van ABN Amro, Ahold en mijnbouwbedrijf BHP Billiton.

„Helaas is Ibiss exemplarisch voor ontsporingen zoals die plaatsvonden in de subsector van particuliere initiatieven sinds de jaren negentig”, constateert Louk Box, emeritus hoogleraar internationale samenwerking, die inzage kreeg in de bevindingen van deze krant. „Dat hangt samen met gebrekkig management en controlecapaciteiten, een te grote invloed van charismatisch leiderschap (...), te grote aandacht voor fondsenwerving en media-aandacht en te weinig competentie bij betrokken bestuurders.”

Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit: „Goede doelenorganisaties kunnen zich op twee manieren laten controleren: door het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) óf door de directe omgeving. Die moet dan wel de rug recht houden. Dat laatste lijkt hier niet te hebben gewerkt. Zeker het feit dat het CBF-keurmerk nooit is verkregen, zou de directe omgeving hebben moeten alarmeren. Ook dat is niet gebeurd”.

2. Het bouwsel

Een wit tenue, stethoscoop om de nek, luisterend naar hart en longen van kinderen. Zo presenteert ‘dr. Van Buuren’ zichzelf eind jaren negentig steevast in Ibiss-promotiemateriaal. Maar in dezelfde tijd ontstond bij donoren twijfel of de man die zich uitgaf als arts en psychiater recht had op die titels. Dat had hij dan ook niet; Van Buuren studeerde nooit geneeskunde en was niet gepromoveerd. Een van degenen die hem daarmee confronteerde, in 2004, was Monique van ’t Hek, die destijds goede doelenorganisaties adviseerde: „Hij zei een bul te hebben maar kon die niet tonen.”

Desondanks bleef Van Buuren zich als arts uitgeven. Dat leek in 2007 een probleem te worden, toen zijn vriend Rolf Oosterbaan, penningmeester van het Nederlandse Ibiss-bestuur, Van Buuren een Koninklijke onderscheiding hoopte te bezorgen.

In een brief die de aanvraag voor een lintje moest ondersteunen schreef de voorzitter van het Braziliaanse Ibiss-bestuur aan Oosterbaan: „Vooral in de favela’s, als er geschoten wordt, moet ik altijd oppassen dat het niet lijkt of hij als arts optreedt, want hij is sociaal psychiater (dus heeft wel medicijnen gestudeerd).”

Oosterbaan mailt terug: „Het is verstanding [om] niet aan [te] geven dat Nanko arts is. Daarover is wat gedoe in Nederland en daar moeten we uitblijven.” Op 21 december 2007 werd Van Buuren geridderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Door de jaren heen bouwde de charismatische Van Buuren met verzinsels de mythe rond zijn persoon en organisatie op. Zijn beweerde onderscheiding door Yoko Ono („als een van tien mensen ter wereld”), zijn beweerde ereburgerschap van Rio de Janeiro en zijn beweerde nevenfunctie als bestuurslid van profclub Botafogo – ze werden niet door het bestuur betwist.

En datzelfde gold voor de cijfers waarmee Van Buuren schermde: „ruim 4.500” uit het drugsgeweld geredde kindsoldaten, met een „terugvalpercentage van vier procent”. Of de jaarlijkse organisatie van „1.200 tot 1.500” begrafenissen waarvoor Van Buuren zei een contract „met kwantumkorting” te hebben met een lokale begrafenisondernemer. Voor geen van beide beweringen bestaat hard bewijs, maar men geloofde Van Buuren op zijn woord.

Hoe kón er ook twijfel zijn over een organisatie die onder financiële controle zou staan van de „Braziliaanse Rijksaccountant”, zoals Van Buuren en zijn bestuurders bezwoeren? En die onderscheiden zou zijn met een prijs van Banco Santander „voor goede en transparante aansturing en verantwoording”, zoals Ibiss haar Nederlandse donateurs nog in 2011 meldde? Maar beide claims waren onwaar.

Het ging nog verder: bij Van Buuren verdwenen donaties. Drie voormalige donateurs bevestigen dat zij nooit verantwoording ontvingen over de besteding ervan. Eén van hen is Stichting Pequeno, die zelf een onderzoek startte. Onaangekondigd bezocht de stichting in 1998 een Braziliaanse landbouwschool waaraan zij meebetaalden. De school bleek al tijden gesloten. Dat was zelfs al het geval op het moment, een jaar daarvoor, toen Van Buuren zijn handtekening onder het financieringscontract zette. Van de 130.000 euro die Pequeno in totaal doneerde, kwam over 85.000 euro geen verantwoording.

Gerard van Kesteren, grondlegger van de gelijknamige Foundation, zegde Van Buuren in 2012 een bedrag van 180.000 euro toe voor een werkgelegenheidsproject. Toen Van Kesteren langsging in Rio, bleek Van Buuren de eerste tranche van 65.000 euro niet te kunnen verantwoorden. Van Kesteren: „Hij had niks. Zelfs geen foto’s.”

Van Kesteren stopte de samenwerking direct maar deed, net als de andere benadeelde donateurs, geen aangifte. „Het was, helaas, lost money.” Wat Van Buuren wel deed met het geld, valt niet na te gaan.

Dat een reeks donateurs, die meerjarige toezeggingen hadden gedaan, Van Buuren vroegtijdig de rug toekeerden, leidde bij geen van beide besturen tot argwaan. Het Braziliaanse bestuur wilde niet met deze krant praten. De Nederlandse vicevoorzitter Sander Visser ’t Hooft zegt: „Overal lopen wel eens donateurs weg.”

Zo bagatelliseerden bestuurders vaker kritiek. Of ze beschuldigden klagers, zoals Pequeno, van „laster”, blijkt uit notulen van Ibiss-Nederland. Wel kwam het bestuur met de toezegging een gedragscode in te voeren per 2007. Oud penningmeester Rolf Oosterbaan, tot zijn pensionering 32 jaar directeur van de Nederlandse speeltuinenvereniging, zegt nu: „Die gedragscode is nooit opgesteld, dat klopt. Het was windowdressing.”

Het bestuur schermde op haar website ook jarenlang met het voor goede doelen zo belangrijke keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF), dat „binnenkort” zou worden verkregen. Ook dat was niet waar. De daarvoor benodigde ‘goedkeurende accountantsverklaring’ heeft Ibiss nog altijd niet.

En zelfs toen Nederlandse bestuursleden in 2005, 2011 en 2014 verschillende verdenkingen van seksueel misbruik door Van Buuren ontvingen, leidde het niet tot een onderzoek.

3. De onkwetsbaarheid

Hoe was dit alles meer dan 25 jaar mogelijk? Het begin van een antwoord is de vanzelfsprekendheid waarmee Van Buuren fabuleerde. Daarnaast had hij al vroeg door dat sterke verhalen aandacht opleveren. „Als ik vanavond in het achtuurjournaal wil, kost me dat één telefoontje”, zei hij in 2001.

Zijn fabels hielden gelijke tred met de goedgelovigheid van zijn omgeving. Die grensde soms aan het onwaarschijnlijke. Van Buuren leed naar eigen zeggen aan darmkanker en een chronische infectie. Niettemin was hij een groot drinker. Ibiss-voorzitter Frank Plantenberg: „Door zijn darmproblemen maakte eten Nanko ziek. Bier daarentegen kon hij goed verdragen.”

In Van Buuren projecteerden velen de wens om goed te doen. Om daadwerkelijk iets te veranderen aan de schrijnende omstandigheden in de favela’s. Van Buuren was de poortwachter tussen de Braziliaanse werkelijkheid en zijn bewonderaars en donateurs. De taalbarrière vergrootte daarbij zijn patent op de waarheid.

Over zijn activiteiten hing bovendien een gevoel van dreiging. Veel bronnen verklaren bang te zijn voor het netwerk van ‘drugssoldaten’ dat Van Buuren door betalingen met contant geld op het goede pad zei te leiden. Waren ze daar aanvankelijk nog van onder de indruk, bij toenemende twijfel durfden ze om dezelfde reden niet tegen hem in te gaan.

„Van Buuren was machtig”, zegt Inge Broere, die tussen 2002 en 2007 als vrijwilliger voor diverse Ibiss-projecten werkte. „Bijna geen Nederlander kwam in de favela zonder hem.” Een andere, in Rio woonachtige, oud-medewerker die anoniem wil blijven: „Hij financierde een hele poppenkast van zwaar bewapende jongens. Die hebben geen opdracht nodig om te schieten.”

Van Buuren gebruikte de geweldscultuur in de favela om pottenkijkers weg te houden. Als mensen kritische vragen stelden en zelf een kijkje wilden nemen bij een project, had daar volgens Van Buuren toevalligerwijs vaak net een ernstige schietpartij plaatsgevonden, vertellen verschillende betrokkenen. Stasio Komar, voorman van stichting Pequeno: „Dan dreigde er zogenaamd net gevaar waardoor het niet doorging.”

Het beeld is echter niet zwart-wit. Hij deed ook goed werk in een schemerzone van de samenleving. Een plek waar hij dingen kon fixen. Hij had een imponerend netwerk. Of zoals een uitgetreden drugssoldaat over Van Buuren zei: „Uiteindelijk heb je een man in een pak nodig.”

Hij heeft volgens betrokkenen „enkele tientallen” jongens uit de drugscriminaliteit gehaald, er waren tal van voetbalprojecten en tienermoeders vonden dankzij geld van Van Buuren een plek waar ze zelfstandig leerden te zijn. Die resultaten zijn weliswaar vaak niet te kwantificeren, maar de stichting van de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu eerde Ibiss in 2012 om zijn werk. Waarom die successen in gevaar brengen door aandacht te vestigen op de keerzijde?

Kritiekloosheid valt ook journalisten, inclusief van deze krant, aan te rekenen. Door een opeenstapeling van positieve verhalen ontstond een beeld van haast mythische proporties. Willem Vissers in de Volkskrant (2005): „Als een herder uit het verre Nederland waakt Nanko van Buuren over de sloppenwijken. Verschoppelingen koesteren zich aan de brede borst van de man die geen geloof brengt, maar vooral hoop.” Marjon van Royen, oud NRC-correspondent in Rio in 2010: „Hij is echt een held. Het is een man, daar heb je er maar een paar van op de hele wereld.”

Of neem het interview dat Van Buuren in 2000 met De Groene Amsterdammer had. Daarin vertelt hij hoe hij een AD-journalist meenam naar de favela’s. „Eenmaal binnen kwam een lokale drugsbaron, een absolute maniak die King Kong werd genoemd, met zijn mannen bij ons staan. Op een gegeven moment beval King Kong zijn manschappen om op een veldje te gaan voetballen. Een van zijn adjudanten zei daar geen zin in te hebben. Prompt joeg King Kong hem een kogel door de kop, pakte een groot kapmes en onthoofdde hem ter plekke. Toen kregen de anderen de opdracht om met dat hoofd te voetballen. De journalist begon te kotsen. Een verhaal heeft hij er bij mijn weten nooit over geschreven.”

De betreffende journalist was AD-correspondent Jos Schurink, zei Van Buuren begin dit jaar desgevraagd. Maar Schurink herkent de anekdote niet. „Daar was ík niet bij.”

Ook buitenlandse journalisten vroegen Van Buuren niet naar harde bewijzen. Zo citeerde de BBC „psychiater Van Buuren” in 2013 over „het wonder”: sinds Ibiss haar werk begon, liep het percentage kinderen dat naar school ging op van „40 naar 98 procent”. BBC-reporter Ben Smith: „Een ongelooflijk en hartverwarmend succesverhaal.”

Misschien de belangrijkste oorzaak dat Van Buuren zijn gang kon gaan, is dat ook degenen wier taak het was vragen te stellen, dat nalieten. Een van hen is Jan Roelfs, sportcommentator bij de NOS. Hij trad in 1997 toe tot het Nederlandse bestuur, nadat hij naar eigen zeggen „bedwelmd” was geraakt door Van Buuren en zijn befaamde tours door favela’s langs drugsbazen en hun bewapende handlangers.

Maar in 2009 ging Roelfs twijfelen, zegt hij. „Tijdens een langer verblijf in Rio hoorde ik zoveel verhalen dat ik wist: dit klopt niet.” Roelfs noemt het voorbeeld van een inzameling voor een kindertennisbaan in een favela, die echter nooit was aangelegd. Roelfs, die twaalf jaar lang actief geld inzamelde als bestuurslid, trok zich datzelfde jaar terug uit het bestuur. Zonder de werkelijke reden te noemen. „Ik had niet voor alles harde bewijzen maar durfde ook niet. Ik was bang voor intimidatie van Nanko zelf, of mensen om hem heen.”

4. De omslag

Toch leek er in 2011 iets te veranderen, onder een vernieuwd bestuur, onder leiding van Vincent Moolenaar, senior vice president bij Ahold. „Ik schrok van wat ik aantrof”, zegt hij terugblikkend.

In een vertrouwelijke mail aan zijn bestuur in mei 2011 somt Moolenaar de problemen binnen Ibiss op: „geen duidelijke afspraken over transparantie in de verslaglegging door Van Buuren”, „een zeer informele wijze van financiering” en „onduidelijkheid over de bestemming van gelden”. Daarnaast gaat er veel „contant geld” om in de organisatie „waarbij geld wordt gegeven aan personen zonder dat er een duidelijke tegenprestatie tegenover staat”.

En dat is niet het enige. Van medebestuurslid Ina Smittenberg, die in dezelfde periode Van Buuren in Rio bezoekt, ontvangt hij alarmerende mails. „Ik heb hem [Van Buuren, red.] een aantal keer op liegen betrapt. Meest vervelende leugen is dat hij al 4 keer met behoorlijke trots heeft verteld over (...) zijn deskundigheid als arts & psychiater en we allemaal weten dat hij dat NIET is.”

Gedetailleerd schrijft de verbijsterde Smittenberg over tal van niet bestaande Ibiss-projecten: „Er gebeurt VEEL MINDER dan hij zegt”. Er is financieel gerommel door Van Buuren („Strooien met geld”) en ze typeert diens omgang met zijn doelgroep. „Ik vind het gedrag van Nanko, zeker met meer drank op, niet OK.” Hij „vraagt om knuffels en kussen op de mond”. „Het Klopt Gewoon Niet. Het is grensoverschrijdend en zeker gezien zijn positie, invloed en macht, niet normaal. Ook niet in Brazilië.” Bij terugkomst informeert Smittenberg de rest van het Nederlandse bestuur.

En ook dat staat niet op zichzelf. Kort daarvoor krijgt Moolenaar een bericht doorgestuurd via oud-bestuurslid Jan Roelfs. Het is een mail die de NOS heeft gekregen na een item over Van Buuren. In de mail, waarvan de afzender zich identificeert, staat dat Van Buuren is „gevlucht” uit Groningen omdat hij zich „aan diverse kinderen vergrepen zou hebben”. „Het is maar dat jullie het weten.”

Het misbruik zou, leert navraag bij de afzender door deze krant, zijn gebeurd in jeugdinrichting Het Poortje in Groningen, waar Van Buuren in die jaren kwam als hulpverlener. De naam van het slachtoffer wil de man niet geven. „Dat zou hij me niet in dank afnemen.”

Voor de meeste betrokken bestuursleden was de NOS-melding naar eigen zeggen de eerste keer dat ze hoorden over mogelijk misbruik. Voor vicevoorzitter Visser ’t Hooft en de dan net afgezwaaide Oosterbaan was het echter zeker de tweede keer, na die in 2005. Los van de NOS-melding werd Van Buuren zelf ten minste vier keer, door verschillende mensen met soortgelijke verdenkingen geconfronteerd. De documenten daarover zijn door deze krant aan Ibiss voorgelegd.

De bevindingen van Smittenberg en de ‘NOS-melding’ leiden tot een bestuurscrisis. Moolenaar wil, na overleg met bestuursleden, een onderzoek instellen. Afgesproken wordt Van Buuren daarover niet in te lichten om de waarheidsvinding niet te belemmeren. Moolenaar belt de forensische afdeling van KPMG voor advies. Die noemt de NOS-melding „geloofwaardig” genoeg om verder te onderzoeken.

Maar weer komt er geen onderzoek. Oud-penningmeester Rolf Oosterbaan, die Van Buuren hielp aan een lintje, hoort van de melding en maant het Ibiss-bestuur per mail tot zwijgen. „De stichting is geen partij, het gaat om Nanko 30 jaar geleden.”

Bovendien licht Oosterbaan zijn vriend Van Buuren in. Die ontsteekt in woede over het bestuur dat „als een soort geheime dienst” optreedt. Opnieuw zonder inhoudelijk op de beschuldiging in te gaan, verwijt hij het bestuur een „onethische en juridisch incorrecte handelswijze”.

Op 12 juni 2011 stapt Moolenaar „gedesillusioneerd” op. „Doorgaan op deze weg is volstrekt zinloos”, mailt hij zijn bestuur. Samen met Ina Smittenberg, een derde bestuurslid plus de beoogde, nieuwe penningmeester.

De drie achterblijvers in het bestuur laten zich door Van Buuren overtuigen dat hijzelf een advocatenkantoor uit Groningen de melding van misbruik zal laten onderzoeken. Een aantal weken later laat Van Buuren ze weten dat „het onderzoek niets heeft opgeleverd”. En hoewel de verdachte hier zelf als boodschapper fungeert, geloven de bestuurders hem opnieuw op zijn woord.

Onterecht, want er heeft nooit een onderzoek plaatsgevonden, zegt Winfryd de Haan, naamgever van het kantoor en al jaren donateur van Ibiss desgevraagd. „De afzender van de mail aan de NOS bleek een cliënt van ons te zijn in een andere zaak. Dus wij konden Nanko niet helpen.”

Met het opstappen van de bestuursleden, verstomt de interne kritiek. Wel vertelt Moolenaar zijn beoogd opvolger, Frank Plantenberg, de echte redenen van zijn vertrek. Plantenberg, voor zijn pensionering werkzaam BHP Billiton, besluit toch in te gaan op Van Buurens verzoek om voorzitter te worden van Ibiss. Zijn vertrouwen in Van Buuren is na „een goed gesprek” met hem juist „herbevestigd”. Naar mogelijke eerdere meldingen van misbruik vraagt Plantenberg Van Buuren niet. „Het ging en gaat om het vertrouwen in Nanko,” zegt Plantenberg terugblikkend. „En daarover is voor mij, nog altijd, geen twijfel.”

Ook een nieuwe melding van verdenking van misbruik in juni 2014 bracht daar geen verandering in. Weer stelden de bestuurders geen onderzoek in. Ruim vijfentwintig jaar na zijn komst naar Brazilië werkte Van Buurens toverformule nog altijd.

Zijn vele bewonderaars treuren om zijn dood en roemen zijn inspiratie. Zoals vriend en oud NOS-nieuwslezer Gijs Wanders in 2014 al schreef in zijn boek Rafels van Rio: „Voor Nanko en de inwoners van Rio de Janeiro, die mij hebben gevoed met verhalen die ik nooit had kunnen verzinnen.” De Ibiss-bestuurders buigen zich over de vraag hoe het „levenswerk van Van Buuren” kan worden voortgezet. Voorzitter Plantenberg: „Hij heeft iets verduvelds goeds achtergelaten.”

NASCHRIFT

De Ibiss Foundation heeft op zijn website een reactie gezet op de berichtgeving door NRC. De reactie van NRC daarop valt hier te lezen.