Eresaluut aan Thomas

In Milaan-Sanremo timmert de weg aan de renner, niet omgekeerd. In wisselende landschappen, nagenoeg driehonderd kilometer lang. Met een paternoster van sacrale bulten: Tuchino, Le Manie, Copa Berta, Cipressa, Poggio… Proef de namen en je voelt de welhaast mystieke thrill van een pelgrimage. De Primavera is een sacrosanctum in het wielrennen. Gedenk de grootheden die deze klassieker hebben opgeluisterd met hun multidisciplinaire talent en ook ontroering wordt hors categorie. Klimmers en sprinters, tijdrijders en rouleurs, ze gaven de winst aan elkaar door. In estafette, bijna. Dat heb je minder in andere klassiekers. De Primavera liegt nooit.

De wedstrijd vraagt om flair, lef en slimmigheid. Voor een domme stoemper is Milaan-Sanremo onbegonnen werk. Rassprinters als Alessandro Petacchi, Erik Zabel, Oscar Freire en Mark Cavendish zijn kansrijker, zo bleek in het verleden. Toch hoort de Via Roma als triomfboog vooral het temperament van kamikazerenners toe. Sluw en meedogenloos zoals Jan Raas dat in zijn gloriejaren was, ook dat.

Schaars zijn de scheve dwergen à la Davide Rebellin die deze klassieker hebben gewonnen. Er kleeft iets van erotiek aan Milaan-Sanremo die je in andere wedstrijden niet hebt. Soleren op de Via Roma is ultieme catwalk. De benen tot glas geschoren, het gezicht schoongeveegd van snot, anders pleeg je blasfemie op deze boulevard naar roem en eeuwigheid.

Ik denk nog vaak aan Peter Post, legendarische renner en ploegleider. Met zijn wielerteams teambuilder avant la lettre. Peter liep er altijd extreem gesoigneerd bij, alsof hij op weg was naar de literaire Herenclub. De week voor Milaan-Sanremo ging hij nog gauw bij Oger langs voor een Italiaans uitziende blazer. Het moest wat chiquer, meer coupe in de schouderbladen. Geen krijtstreep zoals voetballers, wel altijd wit hemd en kleurrijk sjaaltje. En nog belangrijker: nieuwe mocassins, blinkend als notarisschoeisel. Peter droeg nooit kousen. Hij was ten voeten uit van de PC Hooftstraat, en dat bleef je zien, ook in het stof van Wallers.

De ploegmanager was nog van voor de versplintering in politiek en sport. Aan machtsdeling met renners deed hij niet, dat liet hij over aan de Poggio, aan de razende afdaling vooral.

Een aantal renners is parcoursgebonden. De een heeft kuiten voor Vlaamse kasseien, de ander is geënt op de Amstel Goldrace en de Waalse klassiekers. Dat fysieke onderscheid valt in Milaan-Sanremo weg. Daarnaast is iedereen gefascineerd door de afstand. Op de Capo Berta beginnen de benen te branden. De aanloop naar de Poggio – een spurt aan 60 kilometer per uur – is een lijf-aan-lijfgevecht. In de afdaling begint de Far West van loeren en slalommen.

Kan een Nederlander zondag winnen? Lars Boom heeft de grote vorm te pakken en Tom Dumoulin moet nu eindelijk maar eens voor winst gaan, niet voor een ereplaats. Het zou mooi zijn als eerbetoon aan Thomas Dekker die uitgerekend deze week afscheid heeft genomen van de wielersport. Mooie Thomas uit Dirkshorn had de Primavera zeker in de benen, maar het hoofd was te vaak afgeleid door drank en vrouwen.

Gebroken carrière: doodzonde. Maar gelukkig geen gebroken mens.

Ik gok op Philippe Gilbert als winnaar van Milaan-Sanremo. De honger en het plezier zijn terug. In Parijs-Nice was hij de gretigste jonge hond van het hele peloton. Loops, bijna. Gilbert is handgebeiteld zoals de standbeelden in Rome. Een Italiaan. Nieuwe ploegleiders hebben discipline in het BMC-team gebracht.

Zijn meest geduchte tegenstanders? Ik denk toch John Degenkolb en Zdenek Stybar.

Wie het ook wordt, de winnaar kan de rest van het seizoen uitzitten als een criterium. Niets hoeft nog.