Een kinderachtige meeloper

Echte Jeeps bestaan niet meer. De Renegade zal het volgens Bas van Putten van zijn charme moeten hebben.

Merken en mensen hebben een levenscyclus. Die verloopt in identieke stadia van opkomst, glorietijd en ondergang. Autofabrikanten ontkomen in de herfst van hun bestaan niet aan een pijnlijk en langdurig ziekbed. Wat is verdrietiger dan autobouwers die hun voeling met de markt kwijt zijn, maar nog net niet zo ver dat ze de poort moeten sluiten?

Ik wist niet beter of Jeep was zo’n merk. Ik dacht het op te kunnen maken uit de schandelijk mislukte auto’s die ze Europese klanten in de maag splitsten. Ik noem een Compass of een Patriot, met namen als titels van B-films, kleinburgerlijke parodieën op het actiegenre. Het verdwijnen van de markt voor de spartaanse 4x4’s, die Jeep als merk van de bevrijders ooit met glans bespeelde, bood eveneens weinig perspectief. De nieuwe wittenboordenklanten die Jeep zocht, werden door anderen behendiger bediend en de klassiekers bleven hangen in de wereld van oude Marlboro-reclames. Zo’n Wrangler, met die Flintstone-achtige uitwendige scharnieren voor de deuren, sprak ruwe bolsters aan die hier niet meer worden geboren.

Zo vallen merken, zo is de natuur. DAF was klaar en Saab was klaar, verkalkt en uitgespeeld. Waarbij nog kwam dat Jeep net in de hoek zat waar de klappen vielen. De kleine terreinwagen koop je tegenwoordig bij Dacia, een grote bij Land Rover; het middenkader had Jeep zelf verjaagd met die bezopen Compass.

Blijkbaar keek ik door een iets te Europese bril. Jeep leeft. Vorig jaar bouwde het Amerikaanse merk onder de paraplu van Fiat-Chrysler meer dan een miljoen auto’s, een record. De vraag die overeind blijft is of je ze nog Jeeps mag noemen, of liever; of dit merk de Europese markt nu wel genoeg begrijpt om het ook hier te redden. De nieuwe Cherokee lijkt nergens naar.

Voor het Jeepje op mijn erf, met zwarte sterren op de flanken, staan de sterren gunstiger. „Wat een leuk autootje”, zeggen de vrouwen, en dan weet je het wel; zijn Playmobil-gehalte werkt vertederend.

Metroseksueel

De cowboys zullen huiveren. Dit is dan ook geen echte Jeep. Het is een Fiat, in Italië gesmeed uit Fiat-onderdelen. Esthetisch is hij van een metroseksuele dubbelzinnigheid, John Wayne na een make-over door de visagist van Prince.

De Renegade, Jeepser kan een naam niet klinken, staat op het platform van de Fiat 500X en evenals de donorauto is het een cross-over in het genre ‘betaalbaar ruim’. Vierwielaandrijving is een optie die hem helaas veel duurder maakt dan de circa 23 mille die de goedkoopste Renegade moet opbrengen, wel een beschaafde prijs voor best veel auto.

Voor cynici is het een godsgeschenk dat ze hem Renegade hebben genoemd, van renegaat, afvallige. Poeh! Bij echte Jeeps van vroeger stond de geuzennaam voor de onaangepastheid die je van deze meeloper niet hoeft te verwachten, aangezien hij niets anders begeert dan snelle integratie in de Europese SUV-cultuur. Hij doet hartstochtelijk zijn best om tot zijn wortels terug te keren. Het design is van kop tot kont een hommage aan een groots verleden. Boven het navigatiedisplay staat ‘Since 1941’, de achterlichten hebben het kruispatroon van de geallieerde jerrycans die een Jeep vroeger aan zijn tors had hangen. In de toerenteller zijn gestileerde modderspatjes aangebracht, over de rand van de voorruit zie ik een gestickerd Jeepje rijden. Achter de binnenspiegel tref ik een roostertje met zeven brede verticale sleuven en twee gaatjes aan weerszijden, de Jeep-grille met de koplampen. Hij is zo kinderachtig dat je er bijna van moet huilen. Dit is een Jeep-medley, een postmoderne cover van het origineel, het prentenboek van zijn geschiedenis. Een nostalgische bezwering van een onherroepelijk verloren levenssfeer, met Italiaanse oppervlakkigheid veruiterlijkt tot gimmick.

De epische deconfiture waarop ik rekende, blijft uit. Het is een heel aardige auto met als zwakke punt dat ik geen spijkerharde argumenten kan verzinnen om hem in zijn soort tot winnaar uit te roepen. Hij is ook achterin opvallend ruim, een neergeklapte achterbank levert – steeds zeldzamer – een praktisch vlakke laadvloer op en hij rijdt aangenaam. Helaas wemelt het in deze prijsklasse van SUV’s met vergelijkbare geloofsbrieven. Hij zal het van zijn charme moeten hebben. Het goede nieuws is dat hij op dat vlak uitsluitend Fiat op zijn pad vindt. De concurrentie wordt een thuiswedstrijd.