De vrouw die de Democraten links moet houden

Senator Elizabeth Warren laat een consequent links geluid horen. Een groep Democraten ziet in haar een sterke presidentskandidaat. „Sinds ze ontdekte dat de Amerikaanse droom niet meer bestaat, heeft ze de megafoon in handen.”

Volgens Elizabeth Warren draait het om de strijd van de gewone burger tegen de ‘macht’ – de politieke elite, banken en bedrijven. Foto: Chip Somodevilla/Getty Images

In de stad Manchester, in de Amerikaanse staat New Hampshire, is sinds een paar weken een kantoortje ingericht. Een paar tafels en stoelen, een koelkast, dat is het wel, zegt activist Renny Cushing aan de telefoon. Drie betaalde medewerkers hebben de ruimte versierd met zelf getekende posters. ‘Warren is zo sterk als graniet.’ En: ‘New Hampshire zegt: Run Warren Run!’

In Manchester wordt een kleine, maar serieus voorbereide actie geleid om de Democratische senator Elizabeth Warren (65) mee te laten doen aan de presidentsverkiezingen van 2016. Met geld (ongeveer een miljoen dollar) van de linkse lobbygroep MoveOn proberen activisten in New Hampshire en Iowa handtekeningen te verzamelen. De teller staat op 311.000 steunbetuigingen.

Deze twee staten, zegt Cushing, zijn cruciaal: hier worden in januari 2016 de eerste voorverkiezingen gehouden. Wie in een van deze staten wint, maakt grote kans op de nominatie, ook al ben je vooraf geen favoriet. Zoals Barack Obama in 2008 in Iowa verrassend won van Hillary Clinton.

Renny Cushing (60) is lid van het Huis van Afgevaardigden in New Hampshire, en een ervaren anti-doodstrafactivist. Hij herinnert zich hoe hij in 2008 enthousiast werd van Obama, toen nog presidentskandidaat. Eindelijk, dacht hij, is er een politicus die niet voor de gevestigde belangen opkomt, of het grote geld. Gaandeweg raakte hij teleurgesteld. De structurele problemen die tijdens de economische crisis van 2008 aan het licht kwamen, zegt hij, zijn nooit opgelost.

In Elizabeth Warren ziet hij de Obama van 2008 terug. Deze week kreeg hij 27 prominente Democraten uit New Hampshire zo ver dat ze zijn open brief aan Warren ondertekenden. Hoewel de president niet genoemd wordt, is zijn brief ook een signaal aan Barack Obama. „Het is tijd voor Democraten om iets te dúrven, om ergens voor te staan.” Alleen Elizabeth Warren, zegt Cushing, kan dat.

Er is alleen één probleem. Elizabeth Warren wil niet. „Ik doe niet mee aan de presidentsverkiezingen”, zei ze in december nog in een interview. „Wil je dat ik er een uitroepteken achter plaats?” En waarom zou ze ook? Hillary Clinton, die naar verwachting binnenkort haar kandidatuur bekend zal maken, vermorzelt de Democratische concurrentie in iedere peiling. Clinton haalt meestal zo’n 60 procent, Warren komt zelden verder dan 15 procent.

Toch stéékt Hillary’s almacht bij de progressieve vleugel van de Democratische Partij. Zij zien haar als de kandidaat van de partijelite, de kroonprinses van Barack Obama. Bovendien dreigt een rimpelloze voorverkiezing, zonder echt debat over de partijkoers. Als Clinton iedereen vooraf ontmoedigt, krijgen de progressieven straks geen stem.

Zoals de Republikeinse puriteinen zich in de Tea Party verenigen, zo is Elizabeth Warren een bron van enthousiasme op links. „Ze is uitgesproken, principieel en compromisloos”, zegt Dennis Kelleher, oud-medewerker van senator Ted Kennedy en een goede vriend van Warren. Kelleher werkt nu als voorzitter van Better Markets in Washington, een organisatie die Wall Street wil beteugelen. „In de twintig jaar dat ik haar ken, is ze niet van mening veranderd. Dat betekent dat echte overtuigingen haar drijven.”

Renny Cushing zegt: „Natuurlijk is Hillary Clinton een formidabel politicus. Maar Elizabeth Warren wijkt al decennia niet af van haar boodschap. Ze is consequent in haar kritiek op Wall Street, de huizenmarkt, en de uitwassen van het kapitalisme.”

Die positie maakt haar sinds een paar jaar machtig in de partij. De Democraten weten dat er ongemak leeft over Obama’s progressieve resultaten. Van een echte aanpak van Wall Street kwam het niet. Studieschulden nemen alleen maar toe, net als het verschil in inkomen tussen arm en rijk. Occupy Wall Street, een actiebeweging die in 2011 ontstond, was niet alleen tegen bedrijven gericht. Het was ook een progressieve uiting van onvrede aan het adres van Obama. Elizabeth Warren kanaliseert die onvrede. Zoals de Tea Party klein blijft en toch de Republikeinen naar rechts doet bewegen.

Echte politieke talenten hebben iets gemeen: ze weten hun politieke boodschap te vervlechten met hun persoonlijke geschiedenis. Barack Obama deed dat. Hij verbond zijn verhaal aan dat van Amerika. Ook Elizabeth Warren verbond haar persoonlijke verhaal aan een politieke boodschap. In Obama’s geval ging het om raciale spanningen in Amerika, bij Warren om haar worsteling met schulden en economische achterstelling.

Voordat Warren hoogleraar, senator en een progressief icoon werd, was ze Betsy Herring, uit de conservatieve staat Oklahoma. Ze was het jongste, vierde kind in een armoedig gezin, dat geldzorgen had sinds de Grote Depressie van de jaren dertig. Toen ze twaalf was, kreeg haar vader een hartaanval, en raakte hij werkloos. Warrens moeder en zijzelf moesten werken om niet uit huis te worden gezet. Warren leerde de wereld kennen toen ze zag hoe haar wanhopige moeder zich in een te kleine jurk wurmde, zodat ze naar haar werk kon. „Ik wist dat er geen andere nette jurk in de kast hing”, schrijft ze in haar autobiografie A Fighting Chance, die ze vorig jaar publiceerde. „Dat was het moment dat ik geen klein meisje meer was.”

Ze trouwde op 19-jarige leeftijd met haar schoolvriendje Jim Warren en kreeg al snel twee kinderen. Warren werd lerares, omdat ze niet fulltime mocht werken van haar man, en ging in de avonduren rechten studeren. Door haar familiegeschiedenis was ze geïnteresseerd in schulden, en ze wilde de fundamenten van het Amerikaanse kapitalisme leren begrijpen. Angst om weer arm te worden dreef haar. Toen ze een positie aan een rechtenfaculteit in Houston kreeg, en het haar definitief duidelijk werd dat ze geen huisvrouw wilde zijn, verliet haar man haar. Ze klom snel op in de academische wereld, en belandde als faillissementsexpert op de gerenommeerde Harvard Law School.

Elizabeth Warren onderzocht de financiële situatie van duizenden gezinnen, en kwam tot de conclusie dat burgers nauwelijks invloed hebben op hun lot. Iedereen met een beetje pech kan failliet gaan. Mensen steken zich in de schulden om vooruit te komen, maar een huis, een baan of een auto bood al sinds de jaren tachtig geen garantie meer op die vooruitgang. De Amerikaanse Droom, het idee dat iedereen die hard werkt hogerop kan klimmen, bestond niet meer. „Sinds die ontdekking”, zegt vriend Dennis Kelleher, „heeft ze de megafoon in handen.”

Warren nam het op tegen de banken, Wall Street en de rest van de financiële wereld, die volgens haar „de Amerikaanse droom verkwanseld hebben”. Ze schreef onder meer: „Het spel werkt in het voordeel van wie geld en macht heeft. Grote ondernemingen huren legers van lobbyisten in om miljarden aan belastingvoordeel te krijgen. Ze bespelen hun vrienden in het Congres om voor wetten te stemmen die in hun voordeel zijn. Tegelijkertijd wordt tegen Amerikaanse gezinnen gezegd dat ze maar moeten leren leven met minder mooie dromen voor hun kinderen.”

Warren beschrijft haar strijd tegen het kapitalisme vaak in oorlogstermen. Ze heeft het over het „winnen van veldslagen tegen de banken”, over „de aanval op de middenklasse”. Ze zag tijdens de economische crisis van 2008 een bondgenoot in Barack Obama, maar toen hij eenmaal president was, sloeg dat om. Niks Wall Street aanpakken, Obama kocht banken en verzekeraars uit met 700 miljard dollar. Warrens frustratie is van haar gezicht te lezen in een vinnige dialoog uit 2009 met minister Timothy Geither van Financiën, die een YouTube-hitje werd.

Warrens reputatie als progressieve hervormer was gevestigd. Ze trad op in The Daily Show van Jon Stewart, waar ze zo zenuwachtig was dat ze kotsend in de coulissen had gestaan, en vervolgens nauwelijks uit haar woorden kwam. Ze pleitte voor de invoering van een consumentenwaakhond, de zogeheten CFPB. Maar bij het Witte Huis kwam ze er niet meer in. Journalist Ron Suskind beschrijft in zijn boek Confidence Men hoe Obama steeds meer afstand van haar nam. De consumentenorganisatie werd inderdaad opgericht, maar Warren werd slechts ‘adviseur’. Een diepe vernedering voor de vrouw die de organisatie zelf had bedacht. Stafleden van Obama vonden haar lastig, omdat ze de president voortdurend bestookte met ideeën. „Alsof er niemand anders is om mee te mailen”, klaagde een staflid. Tegelijkertijd, schrijft Suskind, waren medewerkers jaloers op haar. Eén zegt: „Haar uitgesproken activisme hadden we soms meer in de president willen zien.”

Warren beschrijft in haar boek hoe Larry Summers, destijds Obama’s belangrijkste economische adviseur, haar na een etentje apart nam. Wilde ze een buitenstaander blijven, of ook bij Obama’s entourage horen? Insiders, zei Summers, hebben echte invloed. Mensen daarbuiten, zoals zij, roepen maar wat. Obama luistert toch niet. Er was één voorwaarde: als je er eenmaal bij hoort, lever je geen kritiek meer. Warren zag dit als een waarschuwing, en bleef afstand houden.

In 2012 liet Warren zich, na lang aarzelen, overhalen tot een politieke carrière. Ze nam het in de staat Massachusetts op tegen de Republikein Scott Brown. Ze won, onder meer doordat ze erin slaagde ruim 40 miljoen dollar aan donaties binnen te halen. Sinds die tijd, zegt Dennis Kelleher, heeft ze het podium waar ze altijd naar verlangde. Ze spaart als senator de Democraten net zo min als de Republikeinen. Kelleher: „We grappen altijd: Amerika kent geen tweepartijenstelsel. Er is maar één partij, de Partij van het Geld. Zij kiest voor de confrontatie, ook als haar partijgenoten dat niet leuk vinden.” Zo kwam ze met een kansloos voorstel om studieschulden aan te pakken, dat meteen geblokkeerd werd door de Republikeinen. Het is getuigenispolitiek waar Obama van terugschrikt, en die meer thuishoort bij de Tea Party.

Als politicus behoudt Elizabeth Warren het professorale van een Harvard-wetenschapper. Als ze spreekt, schuift ze steeds haar afzakkende bril naar boven. Ze grapt dat ze te lang praat, en dat ze soms te prekerig is. Ze geeft weinig om kleren, en draagt meestal hetzelfde lichtblauwe pak. Ze lijkt niet op vrouwelijke politici als Hillary Clinton of Nancy Pelosi, die voortdurend aan hun uiterlijk werken. Ze is vaak in gedachten verzonken. Toen ze op prime time mocht spreken tijdens de Democratische Conventie van 2012, botste ze vlak daarvoor tegen een verkeersbord. De voornaamste taak van haar medewerkers, schreef ze, is haar waarschuwen voor paaltjes.

Ze combineert haar eruditie en verstrooidheid met onvervalst populisme. Het draait volgens Warren om de strijd van de gewone burger tegen de ‘macht’ – de politieke elite, banken en bedrijven. In die zin heeft ze ook aantrekkingskracht aan de rechterkant, waar onder libertairen en zelfs Tea Party-activisten dezelfde instituten ook sterk worden gewantrouwd. In New Hampshire, een staat waar een sterk libertair anti-overheidssentiment heerst, valt die boodschap goed, zegt Congreslid Renny Cushing. „Mensen houden zich aan de regels, gaan naar de universiteit, kopen een huis. En vervolgens zitten we diep in de schulden. Je hoeft niet links of rechts te zijn om dit oneerlijk te vinden.”

Biedt dat Elizabeth Warren kans op een landelijke doorbraak? Succesvol progressief populisme is zeldzaam, zegt populismeonderzoeker Curt Nichols van Baylor University. „Er is er misschien maar één geweest: Harry Truman. Om door te breken, zou ze haar boodschap tot de economie moeten beperken. Maar ze heeft een kosmopolitische kijk op het leven. Haar achterban verlangt dat van haar. Ze is ook tegen vuurwapens, en voor immigratiehervorming.” Bill Clinton of Franklin Roosevelt deden op zulke onderwerpen water bij de wijn, Warren zou dat volgens Nichols ook moeten doen. Zo niet, dan rest de rol van kingmaker, waarin ze haar partij naar links kan trekken door progressieve ideeën of politici te steunen.

Er is volgens Renny Cushing electoraal ruimte voor de progressieve ideeën van Warren. Hij haalt een (overigens wat suggestief opgestelde) peiling van MoveOn aan, waaruit blijkt dat Warren Clinton in Iowa en New Hampshire kan verslaan. Cushing put verder hoop uit het verleden. In 1952 slaagde de groep Draft Eisenhower erin de populaire generaal te overtuigen mee te doen aan de verkiezingen, die hij later won. Eisenhower (bijnaam: Ike) had geen zin, maar vrijwilligers hadden in New Hampshire zoveel enthousiasme gecreëerd, dat hij zich bedacht. Cushing, monter: „We gebruiken het draaiboek van die beweging. Bellen, bij mensen aankloppen, alles wat ze toen ook deden. Elizabeth Warren kan de nieuwe Ike worden.”