De politiek en het einde van de nieuwsgierigheid

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de fall-out van de campagne voor de coalitie, Buma, Wilders en Plasterk. Ofwel: een kleine winst- en verliesrekening van de verkiezingen.

Verkiezingscampagnes: je hoort er veel over maar je merkt er weinig van. Virtuele werkelijkheid. Een overaanbod van politici op televisie. Optredens met veel grote woorden die meestal ongeverifieerd blijven. Media die hun eigen buzz en beeldvorming creëren.

Het eindresultaat: onthutsend. Vijf televisiedebatten in twaalf dagen en de burger die nuffig een wenkbrauw optrekt: opkomst minder dan vijftig procent.

Inderdaad: ook op deze pagina werd laatst iets te gretig een campagnepraatje uitvergroot. Het zou een gevecht tussen Pechtold en Wilders worden, stond er. D66 en PVV in een zelfgecreëerde tweestrijd om de grootste te worden. Als streven bestond het, de peilingen gaven er voedsel aan. Maar bekijk de uitslag van woensdag en zie wat het voorstelde: D66 de derde partij, PVV de vierde.

Het laat zien hoe die dingen gaan: in een goede campagne wordt het streven naar een nieuwe werkelijkheid voortdurend met de werkelijkheid verward. Een plan wordt een feit, een doel een realiteit.

Dus de geoefende kiezer denkt: eerst zien. Zo ontstaat dat scheve beeld: politici die (bijna-)nieuws genereren maar amper interesse wekken. En toeren uithalen – tweestrijd suggereren, dansje op TV doen – om dit te doorbreken.

Nu is het ook zo dat politici hier tegen een probleem oplopen dat zich tot ver buiten de politiek uitstrekt. Een ontregelend verschijnsel waar de hele westerse wereld mee te maken krijgt: het einde van de nieuwsgierigheid.

In het schitterende rapport waarin de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) eind 2013 kansen op economische innovaties documenteerde, Naar een lerende economie, stond al hoe slimme ondernemers de komende periode geld kunnen verdienen. Dat is niet via de bekende tweeslag: nieuwe kennis ontdekken en die via een product verkopen.

Neen, het probleem is juist, zeggen de WRR-onderzoekers, dat de wereld te veel nieuwe kennis heeft. En dus is de kunst van de deze tijd, aldus de WRR, om reeds verzamelde kennis te gelde te maken. Ergo: innovatie gaat niet meer om uitvinden en doorvertellen. Innovatie is voortaan toepassen en vormgeven.

Bekijk Amerikaanse vernieuwingen in het online nieuws: bijna niemand probeert nog te verdienen aan het aanboren van nieuwe informatie. Te duur. Alles is gericht op het presenteren van reeds vergaarde feiten. Innoveren in media is aggregeren en verleiden.

Daar ongeveer is ook de politiek beland. Laat even de hoofdthema’s van deze campagne op u inwerken: terreur, economie, belastingen, EU, Griekenland. Stuk voor stuk onderwerpen die al zeker tien jaar meegaan. Met leiders van de grootste partijen die óók al zeker tien jaar als Haags gezicht meegaan.

Dus daar heb je het: oude politieke thema’s en oude gezichten in een cultuur die steeds minder beloning op nieuwsgierigheid stelt. Dat stompt makkelijk af.

Het verklaart waarom al die VVD-affaires niet de electorale betekenis hadden die in die partij werd gevreesd: de VVD blijft, vooral dankzij Rutte, de grootste in de Eerste Kamer. Het verklaart ook waarom kleine partijen groeien en grote partijen steeds kleiner worden. En het verklaart waarom flankpartijen PVV en SP straks tezamen 24 procent (!) van de senaatzetels bezetten, zodat elke regeringscoalitie zo’n beetje gedwongen is als nationaal kabinet te opereren.

En democratie kan niet niet zonder oppositie: zonder tegenspraak geen samenspraak. Maar een keerzijde is er ook: wanneer niet-flankpartijen als automatisme geen zaken met een kabinet doen, is het land amper nog te regeren.

Wat dit betreft gaat CDA-leider Sybrand Buma, na het resultaat van deze week (plus 0,6 procent), een apart half jaar tegemoet. Alles wijst erop dat hij neen blijft zeggen wanneer het kabinet met hem wil praten over hervorming van het belastingstelsel. En de coalitie heeft hem hard nodig: anders moet het kabinet, naast de constructieve drie (D66, CU, SGP), bedelen bij het auto-onvriendelijke GroenLinks - een nachtmerrie voor de VVD. Het alternatief is de belastinghervorming opgeven – wat het einde voor Rutte II zou inluiden.

En dus liet Niek Jan van Kesteren, directeur van werkgeverslobby VNO-NCW, me weten dat werkgevers beducht zijn voor een crisis. De economie trekt aan, er is kans op robuust herstel, en dankzij de bewindslieden Dijsselbloem en Wiebes (Financiën, PvdA en VVD) is Nederland bezig een Europese aanval op zijn fiscale innovatiesubsidies af te slaan.

„Dus wij doen een beroep op het CDA om het gesprek met het kabinet over een nieuw belastingstelsel aan te gaan en tot zaken te komen”, zei Van Kesteren. „Niemand heeft nu belang bij een crisis.” Hij sprak namens VNO - maar iedereen in Den Haag begrijpt hier de pikanterie: dezelfde Van Kesteren wordt in mei namens het CDA senator.

Wilders wacht intussen vooral ellende. Hij kwam deze week weg met het verhaal dat de lage opkomst hem genekt had. Maar na een vierde nederlaag op rij – de PVV heeft sinds 2011 geen verkiezing meer gewonnen – en eindeloos veel peilingen waarin hij de grootste was (hoe zit dat, peilers?) was dit een erg simpel verhaaltje. In Rotterdam was de opkomst spectaculair laag (35 procent) en werd de PVV niettemin de grootste: hoe kon dat dan?

De fut is eruit, verzuchten ze in de PVV. En veel wijst erop dat het OM Wilders binnenkort zal dagvaarden voor ‘minder minder’. Bovendien wordt in de PVV als vaststaand gegeven aangenomen dat Wilders’ voormalige advocaat en vertrouweling Bram Moszkowicz leider wordt van VNL, de partij van oud-PVV’ers Bontes en Van Klaveren. Zodat hij voor het eerst concurrentie op rechts krijgt van iemand met vergelijkbare televisiebekendheid.

Maar ook de VVD en de coalitie kunnen nog genoeg ongemakken van de campagne ondervinden. Zo is de benoeming van voormalig advocaat Ard van der Steur tot minister van Veiligheid en Justitie nogal een risico. Niet voor niets had de VVD-top in eerste instantie Henk Kamp op het oog – maar die haakte af.

Van der Steur heeft, anders dan Opstelten, amper kennis van de politiepraktijk. Terwijl hij aan het hoofd van 60.000 man personeel komt te staan, middenin een reorganisatie. Een argwanende wereld die op dagbasis bananenschillen produceert.

En dan is er nog de fall-out van de zaak-Houwers: het VVD-Kamerlid dat vertrok toen een strafrechtelijk onderzoek tegen hem bleek te lopen. Onlangs trof hij een schikking, de VVD royeerde hem, nu claimt hij alsnog de vacature die Mark Verheijen achterliet.

Een drama in slow motion. Gevolg is dat de coalitie deze week niet alleen haar meerderheid in de Eerste Kamer verloor, maar óók haar meerderheid in de Tweede Kamer zag terugvallen tot 76 zetels. En er loopt genoeg miskend talent in de VVD- en PvdA-fractie rond om te voorzien waartoe dit leidt: naamloze parlementariërs die dreigen de coalitie op te blazen. Of het gewoon doen.

Zo brachten de Statenverkiezingen alle gebreken van Den Haag in beeld. Te veel politiek, te weinig publiek. Te veel theater, te weinig gezag. En: te veel partijen, te weinig grote partijen en te sterke flankpartijen – waardoor het bestel kraakt onder fragiele meerderheden en een gebrek aan bestuurbaarheid.

Geen diagnose waarvoor de oplossingen ingewikkeld zijn. Mogelijkheid één: politieke partijen slaan de handen ineen door te fuseren met gelijktijdige invoering van een kiesdrempel. Twee: de coalitie maakt haast met een speurtocht naar draagvlak om voorbestaan van het tweekamerstelsel te herzien.

In elk geval zal er iets moeten gebeuren. Dus Ronald Plasterk, minister van Binnenlandse Zaken, kan niet langer achterover leunen: hoogste tijd voor een agenderende en initiërende rol. De indruk bestaat dat zijn agenda wel wat ruimte biedt.