De geboren zondebok

Niemand hoeft zijn afkomst te verloochenen om volwaardig mee te doen in Nederland, vindt Özcan Akyol. „Het is een misvatting dat iemand met een geslaagde carrière automatisch een voorbeeld is voor andere jongeren met dezelfde roots.”

In de zoveelste poging om mij van mijn slaapstoornis af te helpen, merkte de specialist terloops op dat migrantenkinderen uit Marokko en Turkije een verhoogde kans op schizofrenie hebben. Dat blijkt uit verschillende onderzoeken van Jean-Paul Selten – een onderzoeker en psychiater, destijds verbonden aan het UMC Utrecht. Waar dit precies aan ligt, is voorlopig onbekend, maar dat het leven in twee culturen voor emotionele verwarring en instabiliteit zorgt, wordt door GGD-cijfers bevestigd.

Ik heb niet de indruk dat ik dit momenteel in psychotische toestand schrijf, maar bij de suggestie dat veel migrantenkinderen door sociale achterstellingen en tegenstrijdige verwachtingen van de maatschappij en hun familie in geestelijke crises raken, kan ik me van alles voorstellen. En wie de afgelopen jaren het verharde integratiedebat in Nederland heeft gevolgd, zou zich daarom eens met terugwerkende kracht moeten afvragen hoe eerlijk en zuiver de alom geprezen vertegenwoordigers van een nieuwe groep Nederlanders zich nu in werkelijkheid presenteren. We kunnen heel goed mensen op een betuttelende manier fêteren, vooral als iemand ons niets kost en geen last bezorgt.

Maar helaas is deze lof niet altijd terecht.

Ik weet zeker dat Yasmina Haifi tijdens haar inmiddels ten grave gedragen carrière vaak is gecomplimenteerd. De voormalige senior HR-adviseur voor het ministerie van Justitie en Veiligheid vergaloppeerde zich echter na een dienstverband van twintig jaar door op social media te stellen dat IS niets met de islam heeft te maken, maar gewoon een zionistisch complot is, bedacht door joden die moslims imagoschade willen berokkenen.

Voor een moment had ze haar waanideeën niet onder controle en maakte ze ons deelgenoot van de borrelpraat die normaal alleen in haar woonkamer plaatsvindt. Het masker viel af. Het welwillende en genuanceerde gastarbeiderskind bleek in werkelijkheid een fundamentalist.

Er bestaan ook representanten van etnische stromingen in onze samenleving die minder hun best doen om extremistische opvattingen te verhullen. Neem nu bijvoorbeeld Rachid El Ghazoui, ook wel bekend als rapper Appa, een activist die geen mogelijkheid onbenut laat om te zeggen dat de stem van Marokkaanse Nederlanders in de media wordt genegeerd. Op een pro-Palestina-manifestatie riep hij keihard: ‘Fuck de Talmoed’. Daarna eiste hij respect, aangemoedigd door NIDA-voorman Nourdin El Ouali en Gouden Kalfwinnaar Nasrdin Dchar, die zich dikwijls progressief voordoen. Ik vraag me af hoe de achterban van El Ghazoui zou reageren als iemand op een plein ‘fuck de koran’ roept.

We laten dit soort zogenaamde wegbereiders of bruggenbouwers graag aan het woord, iets wat zij op hun beurt gretig doen. Maar waarom eigenlijk? Er heerst een grote misvatting in Nederland: dat een bekende schrijver, acteur, voetballer of cabaretier met ouders uit Marokko of Turkije door een geslaagde carrière automatisch een voorbeeld is voor andere jongeren met dezelfde roots. Veel te vaak claimen zij deze rol, al dan niet aangemoedigd door autochtonen, terwijl zij in werkelijkheid andere waarden en wetten hebben.

Nog te veel gastarbeiderskinderen leven met de gedachte dat ze hier als zondebok zijn geboren en kiezen ervoor niet de identiteit van hun voorzaten los te laten. Ze willen niet als nestbevuilers worden gezien en voelen zich ook niet gesterkt door het xenofobische klimaat in de politiek – dat laatste is begrijpelijk.

De crux zit hem in de conservatieve opvoeding die ze thuis kregen. Veel jongeren worden nog steeds met religieuze dogma’s grootgebracht, die zij op hun beurt cultiveren. Ze leven volgens culturele bepalingen die ooit in het bergdorp van hun opa’s zijn bedacht.

Op het moment dat er ontwikkelingen zijn die de islam negatief belichten, trekken Nederlandse moslims het harnas aan en willen ze ons vurig het tegendeel bewijzen. De drang om hun reactionaire kant te verdedigen lijkt wel aangeboren als een verdedigingsmechanisme tot behoud van denkbeelden die bij de opvoeding werden meegegeven. Maar op een of andere manier is deze groep minder fanatiek als het om hun eigen burgerschap in Nederland gaat. Dan verzoenen zij zich liever met de rol van outsider en omarmen ze, vaak terecht, de gedachte dat ze geïnstitutionaliseerd worden tegengewerkt vanwege hun afkomst.

Het blijft een kwestie van kiezen. Niemand hoeft zijn afkomst te verloochenen om volwaardig mee te doen in Nederland. Maar je chronisch afzetten tegen een maatschappij, en leven met gespleten identiteit, zal tot niets goeds leiden.