Wie wordt nu uitgenodigd op het Torentje?

Statenleden kiezen 26 mei de senaat. Het spel om belangrijke restzetels komt weer op gang. Drie onzekere factoren voor de Eerste Kamerverkiezing.

Mark Rutte in het Torentje. Hij ontving hier in 2011 het Zeeuwse Statenlid Johan Robesin. Foto David van Dam

Nu de stemmen zijn geteld, gaat het rekenen beginnen. Want de nieuwe Provinciale Statenleden weten misschien dat zij een zetel hebben bemachtigd, maar ze weten lang niet alle 570 op wie ze straks gaan stemmen voor de verkiezing van de Eerste Kamer.

Dat is waar premier Mark Rutte en alle andere Haagse politici met spanning op wachten. En wat ze met paaien, schuiven en ruilen zullen proberen te beïnvloeden. Want: „De provinciale verkiezingen raken direct het kabinet.” (Rutte)

De nog onbestemde (rest)stemmen zijn niet alleen cruciaal voor de partijen die hopen op, of vrezen voor, het voortbestaan van het huidige kabinet. Ook het volgende kabinet krijgt sowieso te maken met de Eerste Kamer zoals die op 26 mei wordt samengesteld. Daarom zijn bij elke partij nu handige rekenaars aan de slag met spreadsheets van alle provinciale uitslagen om te zien waar wat te halen valt. De kans is aanwezig dat er nog één tot drie zetels van potentiële eigenaar wisselen.

Dit zijn de drie meest onzekere factoren die Den Haag zullen bezighouden tot de Statenleden op die dinsdag in mei hun stem uitbrengen.

1. De ongebonden Statenleden

Aan provinciale verkiezingen doen niet alleen landelijke partijen mee, maar ook regionale clubs en gecombineerde lokale partijen. Die waren bij eerdere Eerste Kamerverkiezingen verenigd in de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF), maar die is met ruzie uit elkaar gevallen.

Bij elkaar zijn de ongebonden Statenleden – zoals mogelijk Limburger Jos van Rey (ex-VVD) – goed voor ruim één zetel in de senaat. Onduidelijk is of de regionale Statenleden zich alsnog landelijk weten te verenigen, of dat er ook stemmen voor landelijke partijen te bemachtigen zijn.

VVD, CDA en PVV voorzagen bij de formatie in 2010 al dat het onzeker was of ze na de provinciale verkiezingen van het jaar daarop een meerderheid in de senaat zouden halen. Nog voor hij premier werd, sprak Mark Rutte met de SGP over mogelijke steun. En met het onafhankelijke Statenlid Johan Robesin uit Zeeland.

Na de Statenverkiezingen van 2011 werd Robesin uitgenodigd op het Torentje. En hij stemde vervolgens op een VVD-senator. Om de puzzel voor het kabinet compleet te maken, stemde een VVD’er in Zeeland op de PVV. Robesin ontkent nu dat hij werd „gepaaid”, maar Rutte beloofde hem wel er alles aan te doen om de Zeeuwse Hedwigepolder niet onder water te laten zetten. „Ik begreep dat dat voor hem een principe was”, zegt Robesin. Maar in zijn tweede kabinet besloot Rutte alsnog tot ontpoldering. „Hij heeft me laten vallen als een baksteen”, zegt Robesin. In Zeeland lijkt de deal hem overigens niet in dank afgenomen, want hij is niet herkozen in de Provinciale Staten.

Hij is zelf ook kritisch op het schuiven met stemmen van Statenleden. „Die rekensommetjes en afspraken die alle Haagse partijen maken, daar kan de kiezer toch geen touw aan vastknopen”, zegt Robesin.

2. Het onberekenbare Statenlid

Lijstverbindingen voor de verdeling van restzetels zijn voor de Eerste Kamerverkiezingen sinds de vorige keer verboden. Maar Statenleden kunnen wel strategisch stemmen. Zo hebben ChristenUnie en SGP afgesproken dat zij hun Statenleden zo inzetten dat ze gezamenlijk tot het beste resultaat komen – als zij het spel slim spelen, zou er voor de ChristenUnie een vierde senaatszetel in kunnen zitten. Ook andere partijen gaan de komende twee maanden dealen op basis van de uitslag. De coalitiepartijen helpen elkaar waar mogelijk in eerste instantie, maar ook een VVD-Statenlid dat op D66 stemt is denkbaar, vanwege de gedoogsteun van die partij.

Maar om dit systeem te laten werken, moeten alle Statenleden wel meewerken.

Ook de oppositie kan het verzet bundelen. Vier jaar geleden had D66 zo ruim voldoende Statenleden voor zes zetels in de senaat, dat ze één stem in Zuid-Holland schonk aan de PvdA, destijds partner in de weerstand tegen Rutte I. Maar toen stemde het Noord-Hollandse D66-lid Wim Cool per ongeluk met een blauwe pen in plaats van het rode potlood en maakte zijn stem ongeldig. D66 raakte een senaatszetel kwijt aan de SP. Advocaat Mischa Wladimiroff kwam daardoor niet in de Eerste Kamer.

Cool stond deze keer weer op de D66-lijst in Noord-Holland, maar nu op de onverkiesbare twintigste plek. Volgens hem niet om wat er vier jaar geleden gebeurde, maar vanwege zijn leeftijd. Cool is nu 72, maar ook de vergissing van toen wijt hij aan „een seniorenmomentje”, zegt hij.

Ook een ziek Statenlid kan de boel in de war gooien. Statenleden kunnen trouwens ook opzettelijk anders stemmen dan hun partij wenst. Ze staan immers alleen in het stemhokje en stemmen „zonder last of ruggespraak”, zegt Cool.

Ze kiezen niet snel uit zichzelf voor een andere partij, maar wel voor een andere kandidaat dan die in het scenario van hun partij past. Vier jaar geleden stemden PvdA’ers in het noorden op Janny Vlietstra. Zij kwam daardoor met voorkeurstemmen in de Eerste Kamer. Zij verdrong oud-Tweede Kamerlid Adri Duivesteijn.

3. De (on)trouwe senator

Na het proces van doorschuiven, weggeven, uitruilen en inpalmen wordt twee maanden na de provinciale verkiezingen dan echt de senaat gekozen. De vorige keer ging alle aandacht daarbij uit naar die ene man op wie het kabinet-Rutte I zou steunen: Gerrit Holdijk. Jurist uit Uddel, met onderbreking sinds 1986 senator voor de SGP, en zo ongemakkelijk in de schijnwerpers dat hij op de verkiezingsavond wegbleef uit de Eerste Kamer om alle aandacht te ontlopen. Holdijk steunde Rutte, zelfs toen diens tweede kabinet D66-initiatieven steunde om godslastering uit de wet te schrappen en weigerambtenaren te verbieden.

Het waren juist PvdA-senatoren die Rutte II meer dan eens in paniek hebben gebracht. Adri Duivesteijn werd twee jaar geleden alsnog senator toen een partijgenoot uit de Eerste Kamer vertrok. Binnen een maand spuide hij kritiek op het woonakkoord en eind 2013 stemde hij daar pas na toezeggingen van minister Blok (Wonen, VVD) mee in. Vlak voor afgelopen Kerst stemde Duivesteijn met twee collega’s tegen een zorgplan van Edith Schippers (Zorg, VVD) waarna voor een kabinetscrisis werd gevreesd. Een senator met lidmaatschap van een coalitiepartij is dus geen garantie voor succes van een kabinet.

Eén ding is zeker: Robesin, Cool, Holdijk en Duivesteijn zijn na deze verkiezingen uit de politiek verdwenen. De vraag is welke onberekenbare factoren daarvoor in de plaats komen.