WHO wachtte bewust met uitroepen noodtoestand rond ebola

Een Liberiaanse vrouw rouwt bij het graf van haar overleden broer op een nationale begraafplaats in Disco Hill. De begraafplaats is speciaal aangewezen hier voor slachtoffers van de ebola-epidemie. Foto EPA / Ahmed Jallanzo

De afdelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in West-Afrika trokken vorig jaar juni al aan de bel over de ebola-uitbraak in de regio. Maar het hoofdkwartier in Genève wilde nog niet de noodtoestand uitroepen.

Dat blijkt uit interne e-mails en documenten, meldt persbureau AP. Volgens AP was het advies van het hoofdkwartier om te wachten met het alarmeren van de internationale gemeenschap. En dat terwijl op dat moment de epidemie al de dodelijkste uitbraak van ebola was tot dan toe, en er een ernstig tekort aan hulp was.

De WHO heeft eerder toegegeven dat de hulp langzaam op gang kwam. Maar de VN-organisatie zei ter verdediging dat de snelle verspreiding van het virus ongekend was. Uit de interne communicatie zou nu blijken dat de top van de organisatie zeer goed op de hoogte was van hoe ernstig de situatie was.

Al in april waarschuwden gezondheidsexperts in de regio die samenwerkten met de WHO dat medisch personeel in Guinee was besmet. Een van hen schreef:

“Dit is het topje van de ijsberg. WE HEBBEN HULP NODIG.”

Om politieke reden werd echter besloten om niet de noodtoestand uit te roepen, schrijft AP. Het zou kunnen worden opgevat als een “vijandige daad”. Zo wilde de WHO lokale mijnactiviteiten en de jaarlijkse bedevaart in oktober naar Mekka niet verstoren. Het departement epidemische ziekten schreef in een e-mail van 5 juni naar collega’s, die suggereerden om de noodtoestand uit te roepen, het volgende:

“Het is het uiterste middel. Het is mogelijk efficiënter om diplomatieke middelen in te zetten.”

Doordat hulp te langzaam op gang kwam, kon ebola gemakkelijk en ongehinderd door gebrekkige gezondheidszorg de poreuze grenzen oversteken. In augustus, toen al meer dan duizend mensen bezweken waren, riep de WHO uiteindelijk wel de noodtoestand uit in het getroffen gebied. De organisatie had overigens ook te maken met een uitbraak van MERS in mei. Een hogere functionaris schreef in juni dat de organisatie “overweldigd”
was.

Sinds de uitbraak zijn meer dan tienduizend mensen bezweken aan de ziekte.

    • Anouk Eigenraam