Vijftig tinten rood tegen rechts

De regerende socialisten hopen te profiteren van ‘de geest van 11 januari’, maar vrezen zondag bij de departementale verkiezingen een forse afstraffing. Links zoekt eenheid tegenover het opstomende Front National.

Marine Le Pen foto BORIS HORVAT/afp

Manuel Valls is nog niet heel lang aan het woord als in zijn toespraak de naam van het Front National voor het eerst valt. „Tientallen en tientallen kandidaten” van de partij van Marine Le Pen hebben zich in de laatste weken „antisemitisch, racistisch, homofoob en seksistisch uitgelaten”, hamert de premier. Het volgeladen gymzaaltje in Évry, een stad op ongeveer veertig kilometer onder Parijs, fluit. „Wilt u een ranzig Frankrijk waar die haat vrijuit gaat? Ik niet. Ik wil niet dat mijn land, het grote land dat Frankrijk is, door het Front National vertegenwoordigd wordt.”

Het is een doordeweekse avond, enkele dagen voor de eerste ronde van de Franse departementale verkiezingen, en Valls is voor de zoveelste keer op veldtocht tegen de partij van Marine Le Pen, die volgens hem „niet van Frankrijk houdt”. Niet dat hij zelf kandidaat is, maar zijn partijgenoten van de Parti Socialiste (PS) kunnen een steuntje in de rug wel gebruiken. De PS heeft op dit moment 61 van de 101 departementen in handen, maar dreigt er zo’n veertig te verliezen. Ook de Essonne, waar Valls in hoofdstad Évry burgemeester was en het FN met streng veiligheidsbeleid op afstand hield, is onzeker.

Het FN koerst zondag bij de eerste ronde af op de beste uitslag uit zijn ruim veertigjarige geschiedenis. De partij, die sinds Marine Le Pen in 2011 de leiding nam naar eigen zeggen is „genormaliseerd”, doet voor het eerst mee in vrijwel alle kantons (kiesdistricten) en wordt, net als vorig jaar bij de Europese verkiezingen, zondag volgens de meeste peilingen met naar verwachting 30 procent van de stemmen de grootste partij. Voor de twee traditionele machtsblokken, de PS van Valls en Hollande, en de UMP van Sarkozy, is de eerste verkiezingsronde daardoor belangrijker dan ooit.

Want de kans dat het FN na de tweede ronde van een week later meer dan één of twee departementen wint, is klein. „Anders dan Marine Le Pen wil doen geloven blijft een stem op het FN voor veel mensen een proteststem”, zegt politicoloog Pascal Perrineau. Als kandidaten van het FN in de tweede, beslissende ronde tegenover kandidaten van de PS of de UMP uitkomen, kiezen ze vaak de veilige weg – hiertoe al dan niet aangemoedigd door de verliezers uit de eerste ronde, die hopen tegenover het FN een zogenoemd ‘republikeins front’ op te werpen.

Dat bleek vorige maand bij tussentijdse verkiezingen in het departement Doubs, op de grens met Zwitserland. Het FN kwam met ruime cijfers als grootste de eerste ronde door, maar legde het in de tweede ronde af tegen de kandidaat van de PS. Waar die stemming inhoudelijk over ging, werd nauwelijks duidelijk: de strijd draaide er in de eerste plaats om dat ‘extreem-rechts’ er geen parlementszetel bij zou krijgen. De uiteindelijke winst van de PS werd in de nasleep van de Parijse aanslagen gevierd als winst van de „geest van 11 januari”, de dag waarop gepolariseerd Frankrijk met de miljoenenmars in Parijs voor eventjes verenigd was.

Hoewel de PS, ook met de felle campagne tegen het „niet-republikeinse” FN, die eenheid probeert vast te houden, is de Franse politiek inmiddels terug naar normaal. Slechts ongeveer een maand kon François Hollande in de populariteitspolls profiteren van de in moeilijke tijden bindende kracht van het presidentschap. Had hij eind januari, kort na de aanslagen, nog steun van bijna 30 procent van de bevolking, nu is dat volgens opiniebureau Ifop weer gedaald naar 24 procent.

Ook de eigen, linkse gelederen bleven niet gesloten. Bij gebrek aan een parlementaire meerderheid moest Valls vorige maand per decreet door Brussel gewenste hervormingen doorvoeren. De opstandige ‘frondeurs’ in de PS blijven een linksere koers eisen en splijten de partij.

Daar is op de verkiezingsavond in de Essonne weinig van te merken. Behalve de PS zijn ook de Groenen, communisten en andere linkse varianten bijeen om de gemeenschappelijke kandidaat en zittend departementsvoorzitter Jérôme Guedj te steunen. Hij is, pikant genoeg, een van die frondeurs en drijft de PS-top in de woorden van eerste secretaris Jean-Christophe Cambadélis met zijn kritiek „in vijftig tinten rood” af en toe tot wanhoop. „Onze meningsverschillen zijn bekend, maar Manuel Valls en ik zijn het eens over de essentie”, lacht Guedj. Dat is: het bestrijden van het FN.

Het door links in de Essonne opgeworpen front tegenover het FN kan een soort repetitie zijn voor de presidentsverkiezingen van 2017, zegt Guedj na afloop. De enige hoop op een linkse kandidaat in de tweede ronde is versplintering in de eerste ronde voorkomen, meent hij.

Als de departementale verkiezingen van de komende twee weekends voor de PS inderdaad zo desastreus uitpakken als voorspeld, verwachten Franse media een herschikking van de regering en toenadering tot frondeurs en de Groenen. „Wat wij hier in de Essonne doen”, zegt een stralende Guedj, „is een voorbeeld voor het land.” Valls, zuinigjes: „Linkse eenheid is onvermijdelijk.”