Vijftig tinten anders

Na het wereldwijde succes van zijn debuut Voor ik ga slapen in 2011, over een vrouw die elke ochtend met volledig geheugenverlies ontwaakt, was een tweede thriller van de Britse schrijver S.J. Watson onvermijdelijk. Zijn debuut leed vooral aan medische ongeloofwaardigheid; in Tweede leven bereikt Watson kamerbrede ongeloofwaardigheid van kaft tot kaft.

Julia werd ooit uit de goot gered door een rijke, koene maar koude topchirurg. Met hem heeft ze in Londen de voogdij over de puberzoon van haar zus Kate, die in Parijs in de goot dreigt te belanden. Julia steekt geen poot uit, want Kate wil haar zoon terug en dat zint Julia niet. Dan wordt Kate door een onbekende vermoord en reist Julia, geplaagd door schuldgevoel, naar Parijs om de moord op te lossen. De politie blijft in de hoek staan om de plot niet te verstoren. Als Julia ontdekt dat Kate er via een erotische datingsite een met seks gevuld leven op na hield, doet ze zich op de site voor als haar zus om zo een dader uit zijn of haar tent te lokken. Deze speurtocht is spannend, goed geschreven en leidt tot succes.

Wat daarna gebeurt, kost het boek de kop en lijkt ingegeven door de vraag: wat verkoopt goed tegenwoordig? Antwoord: thrillers en klonen van Vijftig tinten grijs. Dus komt Julia, die verscheurd wordt door de moord op haar zus én een suf seksleven heeft met haar topchirurg, op het fabuleuze idee om beide zaken te combineren. Wat begint met chatten, mondt via webcam-seks en het uitwisselen van naam en adres (let wel: met iemand die wellicht haar zus doodde) uit in zinnen als: ‘We kussen elkaar weer. Ik voel hem hard worden tussen ons in en weet dat hij straks boven op me zal liggen en daarna in me zal komen, en dan komt het allemaal weer goed.’

Het komt niet goed, noch met het morele vacuüm dat Julia heet, noch met het boek, want Watson zet zich met zijn hitsige intrige zodanig klem dat hij met een abrupt open einde de handdoek in de ring moet gooien.