Van winterpeen en tomaat naar quinoasalade

Rommelige tuinen, feestjes en pompoensoep naast de patat. De volkstuin verandert. Fotografe Christa Deen legde het vast.

Rotterdam is met maar liefst 43 volkstuinverenigingen een volkstuinstad. De tuinders veranderen, de verenigingen veranderen mee. Fotografe Christa Deen (66) nam vijftien jaar geleden een volkstuin met haar man, bij VTV Blijdorp. Ze was er een vreemde eend in de bijt. „Onze vrienden verklaarden ons toen voor gek. ‘Tussen de oude Rotterdammers die hun winterpeen kweken. Wat moeten jullie daar?’ Pas toen ze langskwamen, begrepen ze ons. Op nog geen kwartier fietsen, tussen de snelwegen, heb je opeens een prachtige, natuurlijke plek.”

In de afgelopen jaren zag ze de tachtigers plaatsmaken voor dertigers. De eerste groep was vooral bezig met in een strak ritme harken, planten en opruimen. Die laatste groep met feestjes, rommelige tuinen en biologisch tuinieren.

Christa’s vereniging neemt geen uitzonderingspositie in met deze demografische wijziging. Volkstuinen zijn inmiddels bezaaid met jongere hogeropgeleiden uit de binnenstad, om voor zichzelf of de kinderen een buitenruimte te creëren. Of, zoals Christa het noemt, „een beetje te rommelen”.

Haar eigen tuin, gelegen aan de rand van het complex, noemt ze een georganiseerde chaos. De natuur wordt licht gestuurd. Christa heeft geen akker, of kabouters, of een keurige grasmat. Een beetje zoals de architecten en kunstenaars verderop, met hun lichtdoorlatende huizen gemaakt van pallethout, in een woeste verzameling van bloemen, vijvers en tomatenplanten.

De nieuwe leden hebben niet alleen een nieuwe manier van tuinieren, ook van verenigen. Voorzitter Jan Wielaard vertelt dat het bestuur vroeger zichzelf ‘hoofdbestuur’ noemde. „Ze droegen op het complex een das van de vereniging. Op foto’s van de vergaderingen van toen heeft het bestuur een deftig pak aan. Ze hadden het er druk mee. Heel de dag taken uitdelen, brieven beantwoorden en besluiten maken. Dat doe ik niet. Het is meer collegiaal nu, met vrijwilligers die klussen doen en de leden die dingen organiseren.”

VTV Blijdorp, overigens gelegen in Overschie, behield haar naam toen de vereniging in 1941 verhuisde van de geografische naamgever naar deze plek. De VTV heeft met haar leden een werkplaats en een winkel van de grond af aan ontworpen, gebouwd en zwart geschilderd. In de werkplaats staan de ploegen en de hakselaars, waar senioren nog veel gebruik van maken. In de winkel worden tuinbenodigdheden op zaterdag verkocht en geven de leden cursussen over snoeien en composteren. De kinderen hebben met de aanwezige kunstenaars een insectenhotel gemaakt. En naast de klaverjasavonden en patat in het clubhuis, serveren de vrijwilligers van ‘Happy Kitchen’ tegenwoordig ook pompoensoep en quinoa-salade.

Christa besloot na vijftien jaar tuinbezitterschap, al haar volkstuinburen te fotograferen voor het tachtigjarig jubileum van de vereniging. Elke zaterdag van maart tot september ging zij naar het milieupark, alleen dan een uurtje per dag geopend, om de tuinders met hun tuinafval te fotograferen. De wand die achter alle tuinders in beeld is gebracht, is die van de nieuwe collectieve schuur.

Op gestandaardiseerde wijze verschillende mensen op dezelfde manier in beeld brengen. Net als in 1985, toen ze het project ‘Kijk Rotterdammers’ bedacht. „Op het moment dat de bevolkingssamenstelling van Rotterdam begon te veranderen, besloot ik verschillende inwoners te fotograferen. Oude en nieuwe Rotterdammers, iedereen op een bankje. Die markante Rotterdammers, met van die ongepolijste koppen, naast de Turken, Antillianen en Marokkanen. Inderdaad, nu de samenstelling van het complex verandert, wilde ik ook die diversiteit vastleggen.”

Voor dit project koos ze de tuinder met zijn kar. „Een tuinder met een kruiwagen, of een andersoortige bak, dat is voor mij een iconisch beeld. Toen we hier kwamen, wilde mijn man destijds meteen een kruiwagen. ‘Wat moeten we nou met een kruiwagen?’ zei ik. ‘Iedereen heeft hier een kruiwagen, dus ik ga er ook een kopen’. We wisten nog nergens vanaf, ik begreep niet waar je dat ding voor zou kunnen gebruiken. Achteraf bleek een kruiwagen essentieel, je kunt niet zonder. Je moet altijd wel wat wegbrengen.”

Volgens Christa vertelt niet alleen de persoon achter de kar, maar ook de inhoud van de kar, wie hij is. „Tussen mijn foto’s zitten mensen van het eerste uur, diegenen die de volkstuin zagen als kans om hun warme maaltijd aan te vullen met boontjes, kolen en aardappelen, en 35-jarigen met een goede baan, die het lollig vinden om hun eigen tomaatjes en kruiden te kweken.”

Het resultaat is een bonte verzameling. Van bebaarde en biologische hipsters, tot grijze en traditionele opa's en oma's. Met – goed kijken – zorgvuldig verwijderd onkruid, flinke bossen bamboe en grote gasflessen.