Slapen op door ratten aangevreten matras

Amsterdamse daklozen willen elke nacht worden opgevangen. „Niemand slaapt vrijwillig op straat.”

Protest van daklozen afgelopen maandag tegen de sluiting van de nachtopvang. „Ze weten niet waar ze nu naartoe moeten.” Foto Maarten Brante/ANP

Amsterdamse daklozen willen een dak. Of nou ja, een dak: een nachtopvang. Maandagochtend protesteerden zij voor de Valeriuskliniek, nadat daar de winteropvang gesloten was. De eis: laagdrempelige nachtopvang voor elke dakloze.

Afgelopen winter kregen daklozen vanuit de gemeente dezelfde opvang als uitgeprocedeerde asielzoekers. Op 20 december opende de opvang, die ruimte bood aan 320 daklozen. Niet ieder bed werd beslapen: de hoogste bezetting was 280 man.

Het was voor het eerst dat daklozen continue winteropvang kregen – normaal gesproken krijgen ze dat alleen als de temperatuur onder nul zakt. Maandag stonden ze weer op straat.

Patric Hartwig is voorzitter van de Daklozenvakbond. Hij is zelf dakloos en woont in een zelf gebouwde hut in een natuurgebied in West. Samen met andere daklozenorganisaties maakt hij zich sterk voor meer nachtopvangcentra in Amsterdam. Hij vindt dat elke dakloze, elke nacht, ergens terecht zou moeten kunnen. „Niemand kiest er vrijwillig voor om buiten te slapen”, zegt hij, en alleen winteropvang is daarom niet genoeg. Bovendien is de zomer voor buitenslapers niet per se beter dan de winter. „Luchtvochtigheid is voor een matras in de open lucht even schadelijk als regen”, zegt Patric. En: „In de zomer is het soms ook nog best koud.”

Twee of drie keer per week maakt Patric een rondje langs daklozenslaapplaatsen. Hij kijkt hoe het met iedereen gaat en deelt spullen uit waar nodig. Deze donderdagavond rijdt hij op een brommer door natuurgebied De Bretten in West, de slaapplaats van daklozen Steven en Kino.

De hut van Steven is een tent met daaromheen muren van stokken. „Prachtig”, vindt Patric. Hij wijst naar de houten voordeur: „Daar zou toch zo een kabouter naar buiten kunnen komen!” Steven is een natuurmens en leidt een zelfgekozen nomadenbestaan. Hij slaapt op een matras, in een slaapzak. Een houtkacheltje verwarmt de hut, koken gebeurt op een gaspitje. Pasta, meestal. Steven heeft nachtopvang in principe niet nodig. Hij redt zich wel, hij heeft een kachel.

Voor Kino liggen de zaken anders. Hij kwam in 2003 vanuit Roemenië naar Nederland om te werken, raakte aan de drank en belandde op straat. Zijn hut is een verzameling van stukken plastic, opgehangen tussen twee bomen. De grond is bezaaid met peuken en kapotte eieren. Verwarming heeft hij niet, zijn matras is door ratten aangevreten.

Voor mensen als Kino, mensen die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen, zijn opvangcentra belangrijk, zegt Patric. De meeste mensen die tot afgelopen maandag in de winteropvang verbleven, is hij alweer uit het oog verloren. „Het zijn allemaal verslaafde chaoten”, zegt hij. „Ze slapen in portieken, ze weten niet waar ze nu naartoe moeten.”

Een woordvoerder van de gemeente laat weten dat continue nachtopvang voor daklozen op dit moment niet aan de orde is. „Er gaan wel stemmen voor op in de gemeenteraad, maar die vormen zeker geen meerderheid.”

Voor Patric is het allang helder: „Als bij de gemeente niet zoveel overbodige mensen zouden werken,konden ze een opvang makkelijk betalen.”