Praatavonden voor optimisten

De journalistieke rubriek Tegenlicht van de VPRO biedt wekelijks zoveel stof tot napraten, dat de fans in elf steden in het openbaar bijeenkomen om de uitzendingen nog eens door te nemen.

Drie uitzendingen van Tegenlicht die dit jaar leidden tot volle napraat-avonden in het land (met de klok mee):De onderwijzer aan de macht (1 februari),Red de mens met econoom Piketty (18 januari), enBankgeheimen met Joris Luyendijk (4 maart). Foto’s VPRO

Achttien mensen zitten deze woensdagavond bijeen in een oude tandpastafabriek in Amersfoort. Op de vloer van het praathuis liggen grijze plavuizen, opgefrist met hier en daar een appelgroene tegel. In de hoek staat een 3D-printer. Op de tafel staat een smartphone op pootjes die alles registreert. Via de live stream app Meerkat kijken nog eens negentien thuisblijvers mee. Dit is een ‘Tegenlicht Meet Up’. De bezoekers van deze discussieavond praten na over de tv-uitzending van VPRO Tegenlicht over hoogtechnologische, duurzame landbouw. Zoals jonge sla die wordt gekweekt onder rood-blauw ledlampjes.

Amersfoort zet vraagtekens bij de zegeningen ervan. Cor Holtackers, adviseur in voedselveiligheid: „Het probleem is dat we zoveel eten weggooien. Als we straks duurzame ledsla eten en we gooien eenderde ervan weg, dan helpt het nog niets.”

Kees de Graaff, een oudere heer in een gilet: „ Dat gedoe met die hightech lampjes is VPRO’achtig trendy gedoe, een onbenullig aspect van de big picture. Het gaat om energie. De Romeinen zijn ook ten onder gegaan aan energieproblemen.”

Tegenlicht heeft iets bewerkstelligd wat geen ander tv-programma lukt. De journalistieke rubriek biedt wekelijks zoveel stof tot napraten, dat de fans in elf steden in het openbaar bijeenkomen om de uitzendingen nog eens door te nemen. De landelijke Tegenlicht Meet Up, in Amsterdam, is een samenwerking tussen Tegenlicht en debatcentrum Pakhuis de Zwijger. De andere bijeenkomsten – in Groningen, Zwolle, Maastricht, Middelburg, etc. – worden georganiseerd door de fans zelf. Jan-Henk Bouman, de organisator van de Amersfoortse editie: „We doen alles zonder gedoe, geld en papier.” De VPRO levert de beelden en de regisseur van de uitzending die behandeld wordt. De rest doen de liefhebbers zelf.

Mediamerken kweken graag een eigen gemeenschap om zich heen; online en ook door evenementen te organiseren. De meet ups zijn daar een goed voorbeeld van. Redacteur Jasper Koning, verantwoordelijk voor de websites en de praatavonden, zegt dat de praatavonden goed passen bij het karakter van het programma: „Tegenlicht gaat over de toekomst en hoe we ons daarop kunnen voorbereiden En de uitzendingen gaan vaak uit van do it yourself.”

Zelf doen is ook het uitgangspunt van de meet ups. Vertegenwoordigers van de ‘doedemocratie’ zijn er te over in Amersfoort, en ook op de landelijke meet up, een dag eerder. Zoals gastspreker Holtacker het verwoordt: „In Amersfoort is een hele grassroots-beweging gaande van kleinschalige voedselprojecten. Als de gemeente het niet voor ons doet, moeten we het zelf opknappen.” Op de avonden in Amersfoort en Amsterdam komen alternatieve initiatieven langs. Zoals een restaurant dat kookt met supermarktafval en een bedrijf dat met een ruimtevaartcamera de versheid van vis afmeet aan de bloedkleur in de vinnen.

De positieve toon van Tegenlicht (zie inzet) slaat ook aan bij de bezoekers van de meet ups. Ze komen niet om over problemen te praten, maar over oplossingen. Opmerkelijk is dat het niet de gebruikelijke debattijgers zijn, maar mensen die praten vanuit hun expertise. Volgens Koning verschilt het publiek ook per avond, per onderwerp. Als het over onderwijs gaat, zit de zaal vol met onderwijshervormers.

Ondertussen is de Amersfoortse groep min of meer tot een conclusie gekomen: Het voedselprobleem is niet op te lossen in Sillicon Valley, er moet een cultuuromslag onder consumenten komen. Nienke, in het dagelijks leven darmfloratherapeute ‘De Groene Vrouw’, keert zich tegen de intensieve landbouw: „Een boer zei tegen me: ‘De koeien geven aan de melkmachine omdat ze na afloop iets lekkers krijgen’. Wat een onzin. Uit ervaring weet ik: als je met zulke klaptieten zit, dan moet je wel gemolken worden. Ook zonder iets lekkers.”

Kees de Graaff: „Ik bén voedsel. Ik denk alleen aan mijn eigen maag. Afrika is me te ver weg.” Misschien hoort hij toch niet helemaal bij deze nieuwe generatie do-it-yourself-optimisten: „Ik weet het, ik ben een overtuigd kynicus, ik wéét dat de boel in mekaar gaat storten.”