Column

Poetins nucleaire wapengekletter

Het klinkt erger dan het is, maar president Poetin heeft zondag kernwapens ingezet in het conflict over Oekraïne. Hij heeft ze niet daadwerkelijk als militair wapen ingezet – dan was er, onder de overlevenden, wel meer opschudding over ontstaan. Maar hij heeft ze wel gebruikt als politiek instrument.

In een Russische documentaire over de annexatie van de Krim, die zondag werd uitgezonden, vertelde Poetin uitgebreid hoe die operatie vorig jaar was verlopen. Schijnbaar achteloos vermeldde hij dat hij destijds had overwogen om Russische kernwapens in een verhoogde staat van paraatheid te brengen.

„We waren bereid dat te doen” – uit vrees, legde hij uit, dat het Westen zich militair in de kwestie zou mengen. Hij deinsde er niet voor terug om „het zwartste scenario” onder ogen te zien. Maar uiteindelijk besloot hij toch dat het activeren van deze nucleaire optie niet nodig was.

Het deed denken aan van die al dan niet louche filmfiguren, die zachtjes met hun hand op de holster van hun pistool kloppen. Hij zit er nog in, is dan de boodschap, maar hij kan er ook uit.

Maar zo simpel – als een nauwelijks verhuld dreigement – valt de uitspraak van Poetin niet te verklaren. Want wat had hij nou eigenlijk overwogen te doen? Iets wat al decennia staande praktijk is. Rusland heeft altijd al kernwapens in de hoogste staat van paraatheid, ‘on hair trigger alert’. Overigens net als de Verenigde Staten. De Koude Oorlog is al een kwarteeuw voorbij, en de twee nucleaire grootmachten hebben hun arsenaal kernwapens flink ingekrompen, maar in ondergrondse silo’s en op onderzeeërs hebben ze nog altijd strategische kernraketten klaarstaan die zo nodig binnen enkele minuten tot een half uur kunnen worden afgevuurd. Het pistool ís al uit de holster.

Maar er zijn verschillende categorieën kernwapens, in een uiteenlopende toestand van gereedheid. De meeste staan al jaren niet meer continu op scherp. Als de kernkoppen ergens anders zijn opgeslagen dan de bijbehorende raketten, wat voor veel van deze wapens geldt, dan kost het veel meer tijd om ze te kunnen lanceren.

Dat biedt een kernmacht de mogelijkheid allerlei signalen af te geven die kunnen helpen binnen een afschrikkingsstrategie. Door bijvoorbeeld een verandering aan te brengen in de mate van gereedheid van bepaalde kernwapens, en te zorgen dat buitenlandse veiligheidsdiensten dat ook zien. Bewegingen bij een opslagbunker kunnen al een stapje in een escalatie zijn.

Poetin heeft alleen maar gezegd dat hij heeft overwógen om iets aan de paraatheid van kernwapens te veranderen. Maar ook daarmee geeft hij al een boodschap af. De vraag is alleen: welke boodschap? En voor wie is die bedoeld?

Russische functionarissen en staatsmedia gaan zich wel vaker, en ook luidruchtiger, aan nucleair wapengekletter te buiten. Poetin zelf zei in augustus op een conferentie in Jalta dat Rusland werkt aan een nieuw type nucleair aanvalswapen. Twee weken later onderstreepte hij op een jongerenconferentie dat Rusland „een van de sterkste kernmachten” is. Het is aannemelijk dat die boodschappen vooral voor intern gebruik waren, om de eigen bevolking te laten zien dat Rusland meetelt in de wereld.

Welk signaal Poetin precies wilde afgeven met zijn opmerkingen in de documentaire van zondag valt niet met zekerheid te zeggen. Maar zonder met zoveel woorden te dreigen met een kernoorlog heeft hij het Westen en Oekraïne gedwongen stil te staan bij de mogelijkheid dat Rusland de Krim zó belangrijk vindt, dat het er onder bepaalde omstandigheden kernwapens voor in het spel wil brengen. Lees: de Krim geven we nooit meer op, het is voor Rusland een vitaal belang, de Russische atoomparaplu strekt zich voortaan uit over de Krim. En straks misschien nog wel verder.