Op 11 kilometer hoogte spettert de zon op de maan uiteen

Nergens was de zonsverduistering beter te bekijken dan in een vliegtuig boven de Atlantische Oceaan. Als je maar bij het raampje zat.

Foto: Yara van der Velden/NRC

„Ik verzoek het u nog een keer dringend. Ga zit-ten op uw sto-oel.”

De purser klinkt verontwaardigd. Het is al de tweede keer binnen een paar minuten dat hij zijn oproep doet, maar zijn stemgeluid weet amper de rumoer in de cabine te overstijgen.

Het is een beetje chaos aan boord van vlucht HV7533, ruim elf kilometer boven de noordelijke Atlantische Oceaan. Sinds het toestel een kwartier geleden een flinke bocht heeft gemaakt, is de zonsverduistering via de raampjes aan de rechterkant van het toestel goed te zien. Aan boord van de Transavia-vlucht zijn medewerkers van de luchtvaartmaatschappij, uitgenodigde journalisten en dertig prijswinnaars van een Facebook-actie.

De hemel is helder, maar terwijl de maan langzaam voor de zon schuift, veranderen de kleuren van het wolkendek per minuut. Van wit naar grijsblauw tot mysterieus asgrijs. Doffe kleuren met scherpe schaduwen. Waar het wolkendek is opgebroken, weerkaatst het zeewater het laatste restje zonlicht. Aan de horizon ontstaat een oranje gloed.

De passagiers op de F-stoelen bij het raam duwen hun gezichten, met daarop grote zwarte eclipsbrillen, tegen het plexiglas. De ruimte die overblijft wordt ingenomen door camera’s van de passagiers op de E-stoelen. De enige eclips die de overige passagiers voorlopig zien, ontstaat doordat de minuscule raampjes vrijwel volledig worden geblokkeerd.

Terwijl het toestel met 800 kilometer per uur door het luchtruim vliegt, nadert in de verte de schaduw van de maan met 3.200 kilometer per uur. Het is alsof er een grijze deken over de wolken wordt gelegd. Vlak voordat de maanschaduw het vliegtuig inhaalt gaan de eerste brilletjes af. Iets te vroeg. De zon prikt nog even in de ogen, maar als snel wordt het donker. De zon is veranderd in een zwarte bol, omringd door een schitterende lichtkrans.

De aarde, de maan, de zon én dit vliegtuig bevinden zich precies op één lijn. Heel even lijkt het alsof de wereld stilstaat. Het is alsof de zon „op de maan uiteenspettert”, zoals een passagier het omschrijft. De ring is perfect en zonnevlammen zijn goed te zien. Is dit het „kosmisch gevoel” waar astronaut André Kuipers – ook aan boord – het voor de zonsverduistering over had? Dat moment waarop je beseft dat we in een zonnestelsel zitten „waarin de bollen langs elkaar heen bewegen”?

Misschien, maar het kosmische gevoel duurt aan boord van HV7533 in elk geval niet lang. „Kut! Ik zie niets!”, schreeuwt een vrouw keihard door de cabine. Waar vogels op de grond door de zonsverduistering stilvallen, beginnen mensen in de lucht lawaai te maken. Links en rechts buitelen mensen over elkaar heen om de eclips te zien. Cameraploegen en fotografen verdringen elkaar. Opnieuw klinkt de stem van de purser. Op een van de stoelen aan de linkerkant kijkt een vrouw chagrijnig voor zich uit omdat zij zich wel aan de instructies houdt maar als gevolg daarvan niets ziet.

Het kan gezichtsbedrog zijn, maar doordat zoveel passagiers zich verdringen bij de raampjes aan de rechterkant, lijkt het toestel die kant op te hellen.

Ondertussen dendert de schaduw door, sneller dan het vliegtuig. Na drie minuten wordt het toestel van achteren ingehaald door een lichtstrook en binnen enkele seconden schijnt buiten weer een fel licht. De maan verduistert nog steeds een deel van de zon, maar daar heeft niemand nog oog voor. Wat de passagiers kort daarvoor nog speciaal vonden – de maan die een deel van de zon blokkeert – is opeens niet meer de moeite waard.

Er wordt nog even nagemopperd – dat het veel te snel ging, dat de foto’s niet zijn gelukt, dat er te veel mensen aan boord waren – maar al snel wordt duidelijk dat iedereen in het vliegtuig iets van de volledige zonsverduistering heeft meegekregen. Foto’s worden vergeleken, lovende woorden vliegen door de cabine. De prijswinnaar uit Vlissingen op rij 23 die eerder nog vloekte en tierde, laat weten dat ze alles „supermooi” vond. Terwijl ze met haar camera bezig was heeft ze wel „effe kunnen kijken af en toe” en daarbij waren de tranen in haar ogen gesprongen, zegt ze. Het zag er zo dreigend uit – alsof de wereld verging. „Ik schoot gewoon vol. Je beseft je opeens dat je, of wij hier in het vliegtuig zo klein zijn. Nietig zelfs.”

Dan maakt het vliegtuig een bocht naar rechts om koers te zetten naar Schiphol. Na vijfeneenhalf uur is de rondvlucht voorbij. Bij de landing klinkt applaus.

Lex Boon vloog mee op deze vlucht op uitnodiging van Transavia