Noord maakt z’n eigen stroom, als ’t mag

NDSM Energie ontstond in 2012. Eerste doel: eigen windmolens aan het IJ. Draaien ze volgend jaar? De provincie is voorzichtig.

Artist impression van zes toekomstige windmolens, naast de al bestaande. Foto Paul Fennis, bewerking NSDM Energie

Aan het eind van een molengang wacht vaak de Raad van State. Ook de komst van nieuwe windmolens in Amsterdam ligt op de plank bij de bestuursrechter. Die bepaalt komende herfst of provinciale bezwaren tegen bouw ervan aan het IJ terecht zijn.

„Maar voor die tijd zijn stad, provincie en wij het alláng eens”, weet Martijn Pater, bestuursvoorzitter van initiatiefnemer NDSM Energie. Een windmolen heb je tegenwoordig acht maanden na bestelling, zegt Keijen van Eijk, die het projectbureau runt: „Zomer 2016 draait de eerste van de zes.”

Want in feite, zeggen Van Eijk en Pater, wil iedereen die molens. Er moet meer duurzame energie komen, en de noordelijke IJ-oever is er een prima plek voor. Alleen stelde Noord-Holland tijdens het kabinet-Rutte 1 vast dat er géén windmolens bij mochten komen. Die draaien immers vooral op subsidie, aldus toenmalig gedoogpartner PVV.

Dat procedurele vuiltje moet nog even worden weggewerkt. De provincie wil zelf immers begin 2016 acht plekken aanwijzen voor nieuwe windparken. Voorwaarden: minimaal zes molens, en voldoende draagvlak. „Dat zijn wij”, stelt Pater monter vast.

Pater is het type dat geen problemen ziet, maar slechts uitdagingen, kansen en oplossingen. Zijn adviesbureau Fronteer Strategy is gevestigd op de NDSM-werf. Daar vond hij voldoende „andere innovatieve ondernemers” om plannen voor eigen energieopwekking uit te werken. Dat leidde in 2012 tot NDSM Energie. De coöperatie telt inmiddels zo’n zestig bedrijfsleden. ‘Kantelaars’, in de woorden van Pater, „mensen die de nieuwe samenleving vorm willen geven”.

Ook de banken geloven in het windpark, verzekert hij. De aanleg kost zo’n 4 miljoen euro per molen. Leden leggen ongeveer 2,4 miljoen euro in voor het hele park, de rest wordt gefinancierd. De molens produceren genoeg stroom voor de ruim 400 bedrijven op de werf en 6.000 huishoudens in Noord. En volgens Pater gebeurt dat rendabel, zeker met de – al toegekende – rijkssubsidie voor groene energie.

Het optimisme ten spijt is er nog een obstakel: de 2-voor-1-regeling. Noord-Holland heeft bepaald dat voor elke nieuwe molen twee oude weg moeten. Dat frustreert nieuwe initiatieven, zegt Pater. „Mensen met een oude molen zeggen tegen ons: ‘je mag er twaalf weghalen, wat heb je voor de mijne over?’ Ze willen nu de helft van ons windpark hebben. Een moderne windmolen op een goede plek is serieus geld waard. Maar voor ons is het essentieel dat we zelf eigenaar zijn, dat lasten én lusten lokaal terechtkomen.”

NDSM Energie heeft dat Noord-Holland uitgelegd, en denkt de provincie er nu van te hebben overtuigd dat die regel weg moet. Want hoe krijg je anders een windmolen in iemands ‘achtertuin’? Er staat nu een ‘kleintje’ aan het IJ, NDSM Energie wil er zes grote bij plaatsen. Horizonvervuiling, geluidoverlast, schaduw – er zijn nogal wat redenen om tegen te zijn. Maar de vergunningaanvraag bij de gemeente verliep soepel: nul bezwaren.

Het geheim van de smid: iedereen mag meedoen. Pater: „Weet je waar doorgaans de bezwaren vandaan komen? Van de buren: de mensen die wel last hebben van zo’n molen, en geen baat.” Doordat iedereen een aandeel in de molens kan verwerven, bedrijven zo goed als bewonersverbanden, profiteren ze allemaal. Sterker: hoe dichter bij de molens, zo is het plan, hoe goedkoper de afgenomen energie.

Daarmee kan NDSM Energie ook een andere drempel slechten. Tussen molenlocatie en huizen ligt nu 500 meter, minder dan de 600 die de provincie voorschrijft. Het zal geen bezwaar zijn, meent Van Eijk. De molens komen op een industrieterrein en langs een drukke snelweg. Daar is al veel meer geluid dan in landelijk gebied.

Noord-Holland deelt desgevraagd niet in het tempo waarin NDSM Energie vooruit kijkt. Zo zal de provincie pas in de loop van 2016 aanvragen voor nieuwe windparken honoreren. En die 2-voor-1-regeling is er ook niet voor niets, legt een woordvoerder uit. De provincie wil af van solitaire, luidruchtige en minder productieve molens, en vertrouwt daarbij op marktwerking.

Maar stel dat het de coöperatie toch lukt, en heel Amsterdam wil deelnemen in het succes? Prima, zegt Pater. „In het Westelijk Havengebied is plek voor tientallen nieuwe molens.”