Nederland heeft dubbele moraal over kernwapens

Er bestaat niet zoiets als ‘goede kernwapens’ in bezit van ‘goede landen’, meent Krista van Velzen.

‘Heel ernstig’ en ‘machismo’. Zo classificeerde minister Koenders de uitspraken van president Poetin over diens onthullende bereidheid om zijn kernwapens in staat van paraatheid te brengen aan het begin van de crisis op de Krim. Alleen al het overwegen om deze wapens in paraatheid te brengen, is volgens Koenders „tromgeroffel dat gaat leiden tot verdere spanningen in Europa”.

Een terechte constatering. Poetins uitspraken maken duidelijk dat zolang er kernwapens zijn, er direct of indirect gedreigd zal worden met het gebruik ervan. Koenders doet echter zonder gene aan hetzelfde machtsspel mee. Gevraagd of ‘we’ in reactie nu Rusland gaan bedreigen met kernwapens, antwoordde hij: „Nee, en dat hoeft ook niet. De NAVO heeft zelf al kernwapens op haar grondgebied.”

De verontwaardiging van de Nederlandse regering getuigt dan ook van een dubbele moraal. De Amerikaanse kernwapens in Nederland en andere NAVO-landen vormen net zo goed een dreigement jegens Rusland. De verontwaardiging over Rusland zou geloofwaardiger zijn als de Nederlandse regering behalve de splinter in het oog van de ander ook de balk in het eigen oog ziet – en die eruit haalt.

Ten eerste heeft Nederland als ondertekenaar van het non-proliferatieverdrag de verplichting te werken aan onderhandelingen die leiden tot nucleaire ontwapening. De Nederlandse regering stelde herhaaldelijk „volledig toegewijd te zijn aan een kernwapenvrije wereld”. De huidige geopolitieke spanningen zijn volgens Koenders „geen reden om af te zien van nucleaire ontwapening”. Ook stelde hij dat de verwoestende humanitaire gevolgen van kernwapens ten grondslag liggen aan de inspanningen van de Nederlandse regering op het gebied van ontwapening en non-proliferatie. Om zich vervolgens uit te spreken tegen onderhandelingen over het enige logische instrument dat zou moeten volgen uit deze analyse: een verbod op deze massavernietigingswapens.

Om van de twintig Amerikaanse kernwapens op onze eigen bodem af te komen, hoeft niet eens onderhandeld te worden: daartoe volstaat het de Nederlandse handtekening onder de bilaterale overeenkomst met de VS weg te halen. Griekenland en Canada gingen daarin voor. Steun van de Tweede Kamer is verzekerd. Die nam een motie aan dat het nieuwe gevechtstoestel JSF geen kernwapentaak mag hebben. Maar: de motie wordt niet uitgevoerd; de nieuwe gevechtsvliegtuigen worden doodleuk klaargestoomd voor kernwapens.

De regering roept kernwapenstaten regelmatig op om transparant te zijn over hun nucleaire arsenalen, maar weigert zelf open te zijn over uitvoering van de kernwapentaak in Nederland. Ambitie staat of valt met daden die deze ambitie reflecteren. In mei komen de lidstaten van het non-proliferatieverdrag een maand bij elkaar om de voortgang van het verdrag te bespreken.

Zij zullen tot de conclusie moeten komen dat er veel te weinig is ondernomen om de kernwapenwedloop te stoppen. Dit kan voor onze regering het moment zijn om haar ambities hard te maken en, met een beroep op de verwoestende effecten van deze wapens, te pleiten voor verbodsonderhandelingen.

Er bestaat niet zoiets als ‘goede kernwapens’ in handen van ‘goede landen’. Natuurlijk moet Nederland de volstrekt onacceptabele spierballenretoriek van Poetin veroordelen. Maar het is ook erg om als land niet je verantwoordelijkheid te nemen voor een veiliger wereld – daar waar de kansen voor het oprapen liggen.

    • Krista van Velzen