Opinie

    • Raymond van den Boogaard

Moeilijk beroep, tijdgeestonderzoeker

‘Tijdgeestonderzoeker’ – als ik niet lang geleden journalist was geworden, had me dat misschien ook wel een leuk beroep geleken. Maar wat is het? Op naar het jubileumcongres van het 20-jarige CAOP waar het optreden van tijdgeestonderzoeker Farid Tabarki staat aangekondigd. Het CAOP is het „kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken in het publieke domein”. Een soort kleine SER, voor overleg tussen de sociale partners, oorspronkelijk voor ambtenaren, maar – omdat er door bezuinigingen en privatiseringen steeds minder ambtenaren zijn – nu voor de ‘publieke sector’. En het CAOP, begonnen als onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken, is verzelfstandigd.

Het jubileumcongres vindt plaats in de nette ambiance van de Haagse kunstinstelling Pulchri. De meeste van de honderden aanwezigen zijn zo te zien gestaald in decennia van arbeidsvoorwaardenoverleg. De tijdgeestonderzoeker is een opgewekte jongeman met moderne schoenen onder een grijs kostuum. Zijn presentatie begint met een video: een in vrouwenkleren gehulde persoon met een snor zingt het lied I want to be free. Het blijkt de zanger Freddie Mercury, van de Britse popgroep Queen. Die is al in 1991 overleden, maar de tijdgeestonderzoeker acht deze video niettemin de perfecte indicator voor de tijdgeest van thans.

Niet in die zin dat we allemaal met snor in een jurk willen rondlopen, maar omdat de mensen allemaal vrij willen zijn. Geen knellende banden meer, of andere vormen van continuïteit, maar voortdurend maar wendbaar zijn, gebruikmakend van de technische mogelijkheden van internet en dergelijke. Meteen kunnen ingrijpen en je roeren, als er iets aan het handje is, of wanneer je iets wilt of een kans ziet. En wat de factor arbeid betreft, spiegelt de tijdgeestonderzoeker ons voor dat in de toekomst mogelijk niemand meer een vaste baan heeft, maar iedereen betaald wordt voor het vervullen van een bepaalde, tijdelijke taak.

Opvallend is hoezeer de tijdgeest de neiging vertoont zich in metaforen te manifesteren. Zo is er sprake van een piramide – welke wordt niet geheel duidelijk – die in tweehonderd jaar ‘industriële revolutie’ gegroeid zou zijn, maar nu is omgedraaid – op het scherm is inderdaad een omgedraaide piramide te zien. Tegelijkertijd ‘smelt’ deze piramide (zie scherm). Alles in onze samenleving smelt trouwens, en alles wordt ‘vloeibaar’.

Ik kan me nog de tijd herinneren waarin het woord ‘vloeibaar’ een pejoratieve bijklank had – als in ‘onder druk worden alle principes vloeibaar’. Maar dat is hier duidelijk niet de benadering. ‘Vloeibaar’ is hier de toekomst.

Het betoog van de tijdgeestonderzoeker heeft de structuur van artikelen over de moderne zeden die je soms in damesbladen ziet. Dan heet het bijvoorbeeld dat ‘polyamorie steeds gewoner wordt’, maar weet je als lezer nooit precies of het hier nu een proefondervindelijke vaststelling betreft, of een pleidooi.

Hoe de publieke sector moet reageren? „Dat is nog niet zo makkelijk”, zegt spreker, en dat zegt hij vijf keer in zijn betoog van een kwartier. Moeilijk beroep, tijdgeestonderzoeker. Ik blijf nog wel even journalist.

    • Raymond van den Boogaard