Lamar laat je naar adem happen

Tegen verdrukking van de zwarten: Kendrick Lamar treedt op bij de 56ste Grammy Awards-uitreiking in LA. Foto AFP foto afp / FREDERIC J. BROWN

Met zijn eerste twee krachtige, narratieve hiphopalbums Section.80 (2011) en good kid, m.A.A.d. city (2012) tilde Kendrick Lamar (27) gangstarap een nieuwe fase in. De westkustrapper vond, vertelde hij in 2012 aan deze krant, dat het genre nog te vaak „het verhaal van de andere kant miste, van jongeren die straatimago’s niet ophemelen maar juist hun best doen er van weg te blijven.”

Op To Pimp A Butterfly schroeft Lamar zijn ambities verder op. Hij duikt diep in de geschiedenis van zwart zijn in een door wit gedomineerde wereld; van „vastzitten in de ghetto” naar zijn bezoek aan Mandela’s cel en van de ketens van de katoenvelden naar het politiegeweld tegen zwarte mannen in het Amerika van nu.

Hoewel Lamar inmiddels een mainstreamrapper is die wereldwijd op grote popfestivals staat, richt hij zich op zijn plaat direct tot de groep die zijn emoties en ervaringen het meest zal herkennen. „Ik heb het niet tegen de mensen in de buitenwijken”, vertelde hij deze week in een profiel van The New York Times. „Ik praat als iemand die uit auto’s is gesleurd en op wie geweren zijn gericht.”

Zijn album begint met krakend vinyl en het gesampelde citaat ‘every nigger is a star’ uit het gelijknamige nummer van Boris Gardiner. In openingsnummer Wesley’s theory staat acteur Wesley Snipes – in 2008 tot drie jaar cel veroordeeld vanwege belastingontduiking – symbool voor hoe Amerika volgens Lamar met succesvolle zwarte mannen omgaat. „We should never gave niggers money, go back home,” klinkt het schmierend op een rubberen funky baslijn met piepende synthesizertonen.

Het is het openingssalvo van een album dat put uit P-Funk en G-Funk, rap en spoken word, jazz en soul, met koper, drums en bassen virtuoos gespeeld door een keur aan (vaak met hiphop opgegroeide) jazzmuzikanten uit voornamelijk Los Angeles. Die musici geven de instrumentaties een losse, associatieve feel die goed past bij de steeds intenser wordende raps van Lamar; dramatische, poëtische voordrachten die bij vlagen doen denken aan grondleggers The Last Poets.

Lamar schakelt in zijn raps tussen personages en perspectieven en zet zijn stem steeds anders in, van fier en strijdbaar tot dronken en gefrustreerd. Hij maakt depressie, woede, hoop en wanhoop extreem invoelbaar. To Pimp A Butterfly is een bij momenten hermetisch album om bij naar adem te happen. Een 78 minuten lang, niet eenvoudig te verteren kunstwerk dat onder je huid gaat zitten, propvol muzikale en tekstuele verwijzingen naar de wortels van de man én de artiest Kendrick Lamar, introvert en militant, hoopvol en verscheurd, met het gewicht van de wereld op zijn schouders.