Krijgt de oude politiek in Andalusië de eerste klap?

Socialisten hopen dat de linkse traditie hen redt. Maar nieuwkomers willen in Andalusië hun slag slaan.

Jonge kiezers met PSOE-kopstuk Pedro Sánchez (midden). Foto Jorge Guerrero/AFP

‘Ik heb in mijn leven één grote fout gemaakt. Nadat ik jaren met plezier in Frankrijk en Peru had gewoond, ben ik om mijn zieke moeder teruggekeerd naar Jerez de la Frontera. Mijn moeder is nu dood en ik ben berooid. Er is hier simpelweg geen werk”, zegt Paco (54), die samen met andere werklozen bij de nonnen van parochie El Salvador in de rij staat voor een bord met eten. „De politieke partijen beloven van alles. Ik geloof ze niet meer. De PSOE noch de PP krijgt mijn stem. Het is tijd voor een nieuw bewind, maar er zijn genoeg masochisten die in Andalusië toch weer op de socialisten stemmen. Ik zie geen licht aan het einde van de tunnel.”

Andalusië gaat zondag naar de stembus, de eerste deelstaatverkiezingen van dit jaar. Van oudsher maakt de PSOE hier de dienst uit. Maar de macht van de socialisten brokkelt door de financiële crisis en corruptieaffaires steeds verder af. Veel steden, waaronder Jerez, zijn al sinds 2011 in handen van de PP. De PSOE lijkt nu ook de meerderheid in het parlement van Andalusië kwijt te raken. Het politieke landschap verandert snel. Nieuwkomers als het populistische Podemos en de liberalen van Ciudadanos dingen mee naar de stem van de kiezers. De verkiezingen van zondag markeren het einde van het tweepartijensysteem.

In Jerez zijn in de voorbije decennia wel meer zekerheden verdwenen. De stad dreef in de jaren zeventig en tachtig op de verkoop van sherry – met Nederland als een van de belangrijkste afzetmarkten. Maar de industrie stortte in, tal van wijnhuizen sloten hun deuren en de bevolking bleef in armoede achter. „Ze dachten dat de sherryverkoop altijd vanzelf zou gaan. Dat was een enorme misvatting”, vertelt Juan Aguilera tijdens een rondleiding op het complex van familiebodega González Byass.

Nergens in Spanje is de werkloosheid, ruim 40 procent, zo hoog als hier. Juan González schildert in het gebouw van vakbond CGT een sombere toekomst. „Een middenklasse bestaat vrijwel niet. Meer dan veertigduizend mensen zijn werkloos. Zo’n tienduizend families zijn afhankelijk van hulp van anderen. Die leven in pure armoede”, verzucht de secretaris-generaal van de vakbond. „Er is van alles geprobeerd. Jerez zou motorhoofdstad moeten worden, er waren Wereldruiterspelen en er zijn talloze flamencofeesten. Dat levert allemaal weinig structureels op. De grootste werkgevers hier zijn de gezondheidszorg en de gemeente.”

González werkt als hoofd beveiliging op het gemeentehuis, als een van de tweeduizend ambtenaren. „De politici hebben er een zootje van gemaakt. Eén voormalige burgemeester zit wegens corruptie in de gevangenis, een tweede staat op het punt in de cel te belanden en tegen de huidige burgemeester van Jerez loopt een onderzoek. Op wie moet je nog stemmen?”

De socialisten van Jerez hopen dat kiezers de PSOE uit traditie blijven steunen. „Andalusië was altijd een achtergesteld gebied. Er moest graan en katoen worden verbouwd. Velen zijn niet vergeten dat wij Andalusië na de dictatuur van Franco hebben opgebouwd”, zegt José Manuel Jiménez, raadslid voor de PSOE in Jerez. „Tegen fraudeurs moet hard worden opgetreden, maar de meeste politici deugen wel. Al scheren sommige groeperingen liever iedereen over één kam.”

Het raadslid doelt op Podemos, de populistische partij waarvan de aanhang in heel Spanje razendsnel is gegroeid. Podemos hoopt zondag in Andalusië de eerste grote klap aan de ‘oude politiek’ toe te brengen. De 27-jarige José Ignacio García is ervan overtuigd dat een nieuwe generatie zich zal losmaken van de PSOE. „Hun ouders zijn misschien nog door het verleden verbonden met de socialistische partij. In dertig jaar is er veel cliëntelisme ontstaan. Maar als je een baan noch een opleiding hebt, dan ben je de partij toch niets verschuldigd?”, zegt García, die als nummer zes voor Podemos op de lijst staat.