Klokkenluider Ad Bos eist alsnog tipgeld

De tipgever over zwartspaarders kreeg een percentage van de fiscale opbrengst van zijn melding. Bos eist dat via de rechter ook.

Ad Bos foto ROBERT VOS/ANP

Ad Bos, de klokkenluider die in 2001 grootschalige fraude in de bouw aan het licht bracht, wil van het ministerie van Financiën alsnog tipgeld. In een procedure voor de rechtbank in Den Haag eist hij een percentage van het bedrag dat de fiscus op basis van zijn schaduwboekhouding heeft geïnd aan navorderingen en boetes.

Bos wijst er in zijn claim op dat hij in 2001 te horen kreeg dat hij niet voor tipgeld in aanmerking kwam, terwijl de staat in datzelfde jaar een miljoenendeal sloot met drugscrimineel Cees H. In 2009 sloot toenmalig staatssecretaris van Financiën De Jager (CDA) ook een deal met degene die informatie had over Nederlandse zwartspaarders in Luxemburg. Bos wil net als die tipgever in aanmerking komen voor de tipgeldregeling die Financiën sinds 1985 hanteert. De Luxemburg-tipgever kreeg een beloning gerelateerd aan het bedrag dat de fiscus op basis van zijn informatie incasseerde.

Bos kreeg in 2008, nadat het Openbaar Ministerie hem jarenlang als verdachte van omkoping van een ambtenaar had aangemerkt, van toenmalig minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) een schadevergoeding om zijn advocaatskosten te betalen. Maar compensatie gekoppeld aan de honderden miljoenen die de fiscus na 2001 had binnengehaald, wezen de drie bij de bouwfraude betrokken ministers af. „Het is ongewenst dat we een toekomst tegemoetzien waarin elke tip vergezeld moet gaan van een financiële vergoeding”, schreven Benk Korthals van Justitie, Annemarie Jorritsma van Economische Zaken en Tineke Netelenbos van Verkeer en Waterstaat in november 2001 aan de Tweede Kamer. „De mogelijkheid dat Bos of een tipgever in het algemeen, aanspraak zou kunnen maken op een percentage van de gelden die naar aanleiding van het onderzoek kunnen worden ontnomen, kent ons rechtsysteem niet en dit zou ook niet moeten veranderen.”

Ook de tweede klokkenluider in de bouwfraudezaak, Floor Drost, ving bot toen hij schaduwadministraties in de bouwsector overhandigde aan de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst. Die boekhoudingen leverden de fiscus eveneens honderden miljoenen op aan naheffingen en boetes. Maar net als Bos kon ook Drost geen gebruikmaken van die tipgeldregeling uit 1985. Sterker nog, het bestaan van zo’n regeling werd ontkend toen hij daar bij de Fiod-ambtenaar om vroeg.

In een procedure bij de rechtbank in Utrecht wil Drost opheldering over die tipgeldregeling. Mag het ministerie van Financiën daar selectief mee omgaan, of heeft iedere tipgever die aan de voorwaarden voldoet, recht op tipgeld? Aangezien De Jager in 2009 op televisie sprak van „een paar procent” tipgeld maakt Drost aanspraak op minimaal 2 procent tipgeld over het bedrag dat de fiscus op basis van zijn administraties geïncasseerd heeft: 147 miljoen euro, zo bevestigt zijn advocaat Roberto Pennino.