Het Amazonewoud neemt minder CO2 op doordat bomen eerder sterven

De bomen in het Amazonegebied werden de afgelopen decennia almaar hoger, dikker, en talrijker. Maar die groei vlakt af, liet een internationaal team van ecologen gisteren zien in Nature. De bomen worden nog steeds groter, maar vooral gaan er meer dood. Het gaat daarbij om natuurlijke sterfte in gezonde bossen, dus niet om boskap.

Het Amazonebos en bossen in het algemeen nemen een aanzienlijk deel op van de broeikasgassen die mensen in de atmosfeer brengen. De bomen worden ‘bemest’ door de extra CO2 in de lucht, en worden daardoor groter en talrijker.

Die gunstige eigenschap wordt nu dus beperkter, in ieder geval in het Amazonegebied. Dat is langdurig gemeten op 274 plekken in de Amazone, door bomen te tellen en op te meten. Het team schat dat het Amazonebos in de jaren negentig per jaar 0,54 gigaton (een gigaton is een miljard ton) koolstof uit de atmosfeer haalde. In de jaren 2000 was dat gedaald tot 0,38 gigaton koolstof per jaar: een afname van 30 procent. De cijfers zijn onnauwkeurig, maar de trend is statistisch significant.

Het is onduidelijk waarom de bomensterfte in het Amazonegebied toeneemt. De sterfte houdt geen gelijke tred met droogte. Mogelijk is de sterfte een direct gevolg van snellere groei, waardoor de bomen minder sterk zijn.

De toename van biomassa (hout) in bestaande bossen wereldwijd is enkele jaren geleden geschat op 2,3 gigaton koolstof per jaar, waarvan 1 gigaton in tropische bossen. De verminderde groei van de bomen in het Amazonegebied heeft op dat cijfer dus een merkbare invloed. De bossen in gematigde streken nemen nog wel steeds meer koolstof op.

Mensen brengen jaarlijks 10 gigaton koolstof in de atmosfeer door uitstoot van fossiele brandstoffen, en 1 gigaton door boskap en ontginning in de tropen.