Is hier in België nog iets in de fik te steken?

Dat Peter Drehmanns zijn personages graag in een voertuig drukt bleek al uit (2013). In de krachtige, vorige roman van Peter Drehmanns (De man die brak) reed een taxichauffeur in ziedende woede door een stad, foeterend op alles en iedereen. In opvolger De brand in alles (de agressieve titel die W.F. Hermans altijd wilde, maar nooit durfde te gebruiken) is de taxi verruild voor een aftandse ambulance. Achter het stuur zit de springerige Bram Kiezel, een locatiescout die door Belgische dorpjes scheurt, op zoek naar plekken die dienst zouden kunnen doen als filmset. Er moet een huis in brand kunnen.

Kiezel komt een beetje roestig op gang, tot hij in het foeilelijke en raadselachtige Helst belandt. Dat ‘Helst’ dienen we waarschijnlijk te lezen als ‘de hel is het’, want ook de rest van de roman zit vol met knipoogjes, verwijzingen en, vooral cinematografische, citaten. Wat dat laatste betreft lijkt het Drehmanns streven te zijn om Kiezel langzamerhand in de waan van de fictionaliteit te laten doldraaien. Alles wat hij in Helst ziet doet hem aan films denken.

Een gemakzuchtige lezer zou zomaar op kunnen merken dat Drehmanns een begaafd stilist is. Drehmanns deelt Kiezels tic om indrukken onmiddellijk in te zetten voor ‘de kunst’. Dat betekent in het geval van de schrijver vooral: verfraaien. De ambulance is ‘een griesmeelkleurig slagschip’, en als er een telefoon uit iemands handen valt, ‘spartelt deze als een pas gevangen piranha in het ruim van een boot’. Deze beeldspraak levert een onderhoudende lezing op, maar blijft aan de oppervlakte. Want waarom lijkt die telefoon op een piranha?

En dat is het cruciale verschil tussen De man die brak en De brand in alles. Waar de eerste roman een gevoel van urgentie opwekte, daar gaat de tweede gebukt onder vrijblijvendheid. In een begeleidend schrijven spreekt Drehmanns de hoop uit dat de lezer net zo veel plezier ervaart bij het lezen van De brand in alles als hij had bij het schrijven ervan. Daar valt helaas geen keihard, griesmeelkleurig, ‘ja’ op te antwoorden.