In Latijns-Amerika voelen de mensen zich het vrolijkst

Bewoners van Latijns-Amerika hebben een zonnige kijk op het leven. Of ze zeggen dat ze die hebben. Vandaag is het voor de derde keer Internationale Geluksdag. Die werd in 2012 uitgeroepen door de VN als tegenwicht voor de nadruk op het bbp als enige graadmeter van menselijk welzijn.

Ter gelegenheid daarvan publiceerde onderzoeksbureau Gallup gisteren een wereldwijde enquête naar geluk, of beter: naar persoonlijke blijheid. De wijze van vragen stellen levert een opmerkelijke ranglijst op. De toptien van de zogenoemde Positive Experience Index bestaat geheel en al uit Latijns-Amerikaanse landen. Van Paraguay op één via Colombia, Guatemala, El Salvador, het straatarme Honduras en het bijna failliete Venezuela naar Nicaragua op tien.

Gallup vroeg in 143 landen steeds aan duizend mensen of ze een dag eerder hadden gelachen, zich uitgerust hadden gevoeld en of ze iets interessants hadden gedaan. Die specifieke vraagstelling levert het beeld van een goedgehumeurde wereld op. Meer dan 70 procent van de ondervraagden antwoordde merendeels instemmend – wellicht volgens het adagium ‘met ons gaat het slecht, maar met mij gaat het goed’.

De opmerkelijke lijst is heel anders dan die in het World Happiness Report van de VN, waar de topvijf steevast bezet wordt door de Scandinavische landen en Nederland. Hierin worden zaken als een gezonde levensverwachting, keuzevrijheid en financiële onafhankelijkheid gemeten. Allemaal dingen die in een straatarm land als Honduras ver te zoeken zijn, maar kennelijk zonder dat de Hondurezen bij de pakken neer gaan zitten. Zoals mensen in andere Latijns-Amerikaanse landen hun humeur niet laten verpesten door een economische crisis, een hoog misdaadcijfer of massale emigratie van de jeugd.

Onderaan in de index staan landen als Soedan en Oekraïne. De gegevens van Syrië ontbreken in het rapport.