Een plukje SP hier, een beetje PVV daar

Voor alle partijen geldt: ze groeien naar elkaar toe in omvang. Maar vooral voor de PvdA heeft dat grote gevolgen. De partij verliest traditionele bolwerken, zoals in Oost-Groningen. De SP profiteert daar het meeste van, maar ook GroenLinks, D66 en PVV.

ZUIDOOSTEN

Groningen verloren, rampspoed geboren. Die provincie is voor de PvdA decennialang een van de vaste ankers geweest. Nog maar drie jaar geleden, bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012, kregen de sociaal-democraten er in veel gemeenten meer dan 30 procent van de stemmen. In het Oost-Groningse Oldambt zelfs iets meer dan 40 procent. Maar gisteren bleef daar maar 13 procent van over in die gemeente, waar Winschoten de belangrijkste plaats is.

Wat is er gebeurd met de PvdA-stemmers? In het linkse Oldambt is dat goed te zien. De PvdA was er altijd oppermachtig, maar achter die partij ging lang een tweede, nog veel linksere stroming schuil: de communisten. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1972, waarna Joop den Uyl premier werd, kreeg de Communistische Partij van Nederland in Winschoten bijna 15 procent van de stemmen.

Een dergelijke uitslag zou landelijk 22 zetels in de Kamer hebben opgeleverd, een ongekend groot aantal. Nochtans was de PvdA er in dat jaar bijna drie keer zo groot. Samen hadden ze 56 procent van de stemmen.

Nu, 43 jaar later, is er van de hegemonie van de PvdA weinig meer over. Maar de linkerflank bloeit nog altijd. Het zijn weliswaar geen communisten meer, maar wel aanhangers van een partij die zich als linkser dan de PvdA profileert: de SP. Die partij groeide in Oldambt fors (van 16 naar 21 procent), terwijl de PvdA meer dan halveerde (van 31 naar 13). De SP is er nu dus groter.

En dat verschijnsel doet zich in een groot deel van het land voor. Vier jaar geleden, bij de vorige Provinciale Statenverkiezingen, was in bijna heel Nederland de PvdA groter dan de SP. Alleen in oostelijk Brabant, waar partijleiders Jan Marijnissen en Emile Roemer vandaan komen, was het beeld andersom. Maar kijk nu eens naar de kaart van Nederland: in een ruime meerderheid van de gemeenten is de SP groter geworden dan de PvdA.

De SP is vooral zichtbaar doordat de PvdA zo sterk is gekrompen

Toch is dat niet zozeer de verdienste van de SP, want de socialisten hebben landelijk maar een klein beetje gewonnen. Eerder geldt dat de SP zichtbaar is geworden dankzij de sterk gekrompen PvdA. Het verlies van één partij betekent niet dat één andere partij er met die stemmen vandoor gaat. Ook bijvoorbeeld GroenLinks, D66 en de PVV hebben her en der stemmen gekregen van ex-PvdA’ers.

Dat fenomeen doet zich al enkele jaren voor in Nederland, en het zorgt er ook voor dat er misschien wel zes partijen nodig zijn om een meerderheid in de Eerste Kamer te vormen. Gerekend naar het aantal behaalde Statenzetels, is de grootste partij (de VVD) slechts eenderde groter dan de zesde partij van het land (de PvdA).

Die egalisering van het politieke landschap is ook te zien op de kaart van grootste partijen: zelfs als SGP en ChristenUnie als één partij geteld worden – en in sommige provincies hebben ze inderdaad een gezamenlijke lijst – dan nog zijn er acht verschillende partijen die ergens in een gemeente de grootste zijn. Vier jaar geleden was dat weliswaar ook al zo, maar toen werd de kaart toch gedomineerd door slechts drie partijen: VVD, CDA en PvdA.

Voor de rest was sprake van regionale uitzonderingen: een plukje SP hier, een beetje PVV daar, twee D66-studentensteden, de Partij voor Zeeland in Sluis en natuurlijk de Biblebelt. Maar kijk nu eens: nog steeds zijn VVD en CDA zeer zichtbaar, maar D66, SP en PVV zijn geen kleine plukjes meer. De PvdA juist wel. Eigenlijk is alleen de Volkspartij Limburg een uitzondering. De partij van de van corruptie verdachte ex-VVD’er Jos van Rey is in één gemeente, zijn woonplaats Roermond, in één klap de grootste geworden.

Maar ofschoon alles er anders uitziet, is er eigenlijk weinig veranderd. De meeste stemgerechtigden wonen nog in dezelfde gemeente als in 2011, en hun kijk op het leven zal in vier jaar doorgaans weinig veranderd zijn. En dat geldt dus ook voor hun politieke opvattingen. Het CDA blijft sterk vertegenwoordigd op het agrarische platteland. D66 en GroenLinks blijven groot in studentensteden. De VVD blijft dominant op de rijke zandgronden en in de steden met grote recente nieuwbouwwijken. De PVV is juist sterk in gemeenten met oudere nieuwbouw, West-Brabant en Limburg. Eigenlijk lijkt alleen de PvdA echt te wijken uit haar traditionele bolwerken: de grote steden en, zoals gezegd, Groningen.