Een onterechte Kamerzetel

Het ziet ernaar uit dat de Tweede Kamer vanaf komende week zestien fracties dan wel groepen telt. Dit is te danken aan het voornemen van het in 2013 vertrokken Kamerlid Johan Houwers (VVD) om terug te keren als politieke zelfstandige. Hij neemt de plek in van het Kamerlid Mark Verheijen die vorige maand opstapte nadat bekend was geworden dat hij met enkele declaraties in strijd had gehandeld met de integriteitregels van de VVD. Houwers keert echter niet terug als lid van de VVD-fractie, maar als zelfstandig Kamerlid.

Nieuw is deze praktijk niet. De meeste grote fracties hebben wel ervaring met, zoals dat door de gedupeerden veelal wordt aangeduid, zetelroof. Meestal gaat het dan om fractieleden die zich niet langer kunnen verenigen met de koers van de partij, hun lidmaatschap opzeggen en vervolgens op ‘eigen gezag’ doorgaan. DS’70 en de Politieke Partij Radicalen (PPR) kregen op deze manier in de jaren zestig en zeventig hun eerste Kamerzetels. Hetzelfde geldt voor Geert Wilders die zich in in 2004 van de VVD afscheidde vanwege een inhoudelijk verschil van mening.

Reglementair kan het allemaal. Want hoewel het in de praktijk anders lijkt, worden Tweede Kamerleden individueel – „zonder last”, zoals de Grondwet stelt – verkozen. Zij hebben in theorie hun geheel eigen mandaat.

Toch is het geval-Houwers tamelijk uniek. Hij gaf zijn zetel twee jaar geleden op toen bekend werd dat de Rijksrecherche een onderzoek had ingesteld naar mogelijke malversaties van hem. Hij zou onjuiste inkomensgegevens hebben verstrekt in verband met het verkrijgen van een hypotheek. Zijn vertrek kwam tot stand onder forse druk van de VVD-fractie. Inmiddels heeft Houwers een schikking getroffen met justitie. Dat maakt volgens hem de weg vrij voor een rentree als Kamerlid.

De VVD denkt daar terecht anders over. In de woorden van fractievoorzitter Halbe Zijlstra: „In de VVD-fractie is geen plek voor fraudeurs.” Dit heeft Houwers doen besluiten om dan maar buiten de VVD fractie om te gaan ‘zetelen’.

De vraag is wie Houwers hiermee een dienst bewijst behalve zichzelf. Als Kamerlid leidde hij een vrij onopvallend bestaan. Hoewel het aantal van 3.709 voorkeurstemmen dat hij bij de verkiezingen in 2012 behaalde zeker voor VVD-begrippen relatief hoog is, kan Houwers zich niet beroepen op een echte achterban. In elk geval is het zeker geen achterban die een eigen zetel rechtvaardigt.

Houwers’ handelwijze tast opnieuw het gezag van de politiek aan, dat bij het grote publiek toch al niet groot is. Dat hij dit niet inziet, zegt alles over hem.