‘Dubai-zaak heeft geen gevolgen voor beursgang ABN Amro’

Volgens minister Dijsselbloem was in de vestiging van de bank in Dubai geen sprake van fraude.

Werknemers van de vestiging van ABN Amro in Dubai hebben interne en lokale (gedrags)regels overtreden, maar er zijn geen bewijzen gevonden voor fraude, terrorismefinanciering en witwaspraktijken. Dat stelt minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in een brief aan de Tweede Kamer.

Naar zijn oordeel is de kwestie ook „geen aanwijzing voor een breder probleem van intern toezicht bij ABN Amro.” Het probleem zou beperkt zijn tot de vestiging in Dubai.

Eerder deze maand bleek dat de bank zes werknemers in Dubai had ontslagen. Het Financieele Dagblad meldde toen dat er sprake was van fraude. Dat spreekt Dijsselbloem tegen, op basis van uitleg die hij per brief heeft gekregen van ABN-bestuursvoorzitter Gerrit Zalm.

Volgens Zalm zijn er wel regels overtreden, in vijf concrete gevallen. Daarvoor zijn de werknemers ontslagen. Het gaat om zaken waarbij onterecht rekeningen van klanten zijn gebruikt voor zakelijke transacties. Ook heeft ABN Amro nagelaten om de identiteit van klanten en de herkomst van vermogens te controleren, zoals lokale regels vereisen.

Kamerleden hadden vragen gesteld over mogelijke witwaspraktijken door het kantoor. Minister Dijsselbloem zegt wel dat „voor zover er indicaties zijn dat klanten zich schuldig hebben gemaakt aan witwaspraktijken, er melding is gedaan aan de lokale toezichthouder.”

De zaken kwamen in 2014 intern aan het licht dankzij een anonieme klokkenluider. Dijsselbloem stelt vast dat er door ABN Amro „stevig en adequaat” is ingegrepen. Volgens Dijsselbloem heeft de zaak geen gevolgen voor zijn plannen om ABN Amro weer te privatiseren: „Het voorgenomen besluit zal hierdoor niet worden vertraagd”. Hij geeft echter geen uitsluitsel over de impact van mogelijke boetes van toezichthouders voor de overtredingen.