Brieven

Testimonium van verval

Een Haarlemse lezeres ergerde zich aan de ‘onnodige deftigheid’ van ‘Latijnse, Franse of Duitse citaten in NRC’ (17 maart). Want als ‘gewone NRC-lezer’ heeft zij nou eenmaal ‘geen klassieke opleiding genoten’. Aanleiding voor haar brief was testimonium paupertatis in het commentaar van 14 maart.

Naast dat commentaar stond de voltreffer van professor Vincent Icke over de voltooide sloop van het onderwijs in Nederland. Wie mocht twijfelen aan Ickes gelijk, herleze het briefje uit Haarlem.

Opzoeken is ook leuk

Jammer dat Mimi Rietdijk zich er niet van bewust is dat het leuk is om iets op te zoeken als je het niet meteen begrijpt. Leuk om moeite en je best te moeten doen om te snappen wat er wordt bedoeld. Het is mooi dat wij (sommigen althans) een begrip dat honderden jaren geleden onder woorden werd gebracht, nog steeds kennen. Ik kende de uitdrukking ook niet, maar ik vind dat we moeten waken voor verschraling. Uit het axioma ‘voor iedereen leesbaar en begrijpelijk’ spreekt gemakzucht. Op twee manieren: wat testimonium paupertatis betekent, kun je gemakkelijk opzoeken. En ten tweede: je zoekt niet alleen de betekenis op, je staat ook stil bij de boodschap van een tekst. Zo kun je het ook zien.

Nanet van Braam Houckgeest

Blijf slijpsteen van de geest

In ‘Al dat Latijn’ schrijft mw. Rietdijk over haar verdriet dat in NRC niet-Nederlandse citaten voorkomen die haar het gevoel geven tekort te schieten in kennis. De uitdrukking testimonium paupertatis deed duidelijk de emmer overlopen.

Direct wordt duidelijk dat ze zich er niet van bewust is dat ze woorden gebruikt die ze pas na haar 12e jaar heeft leren benutten: commentaar, klassieke opleiding, context en citaten. Wel is zij bij de tijd door ‘googelen’ en ‘internet’ te gebruiken in haar betoog, geen Nederlandse woorden.

Ik ben kennelijk zeer gehecht aan het begrip éducation permanente (foei!) zodat ik NRC, slijpsteen van de geest, wil aanmoedigen daaraan voor ons allemaal een bijdrage te blijven leveren. Gebruik niet zuiver Nederlandse uitdrukkingen; verklaar die dan maar door tussen haakjes de vertaling of betekenis weer te geven.

Hans Vos

Eerste Kamer

Juist onafhankelijk orgaan

Het hoofdredactioneel commentaar noemt de Eerste Kamer ‘een anachronisme’ en de getrapte verkiezing ‘in wezen ondemocratisch’ (17/3).

Mij lijkt dat de Eerste Kamer juist regelmatig haar nut bewijst door ‘prutswerk’ van de Tweede Kamer naar de prullenbak te verwijzen. Ze is wijs genoeg om die macht spaarzaam te gebruiken, maar houdt als dreigend zwaard van Damocles toch de gekozen Tweede Kamer scherp en met de voetjes op de vloer. Dat ze indirect wordt gekozen heeft – behalve het journalistendom – nooit iemand gestoord. De senatoren zitten er omdat ze zich als kritisch en onafhankelijk denkende persoonlijkheden hebben bewezen, n’importe welke partij.

Als de ‘losgeslagen’ Tweede Kamer volgende keer een kabinet wil formeren met wel een veilige marge in de Eerste Kamer, zijn we verlost van deze ongewenste spanning tijdens provinciale verkiezingen, die dan weer over regionale thema’s kunnen gaan.

Albert Appelo

Brief commissaris Overijssel

Overtuigend was het niet

De commissaris van de koning in Overijssel schrijft een brief over Overijssel als participatieprovincie (17 maart). Zij schrijft dat ze Overijssel als best practice naar voren wil schuiven. Dat zij preekt voor eigen parochie is haar goed recht, al is zoiets doorgaans weinig overtuigend; het zou veel overtuigender zijn als een commissaris uit een andere provincie Overijssel als voorbeeld had genoemd. Erger is dat zij haar brief schrijft in het meest suffe ambtenarenproza met een droge opsomming van inhoudsloze en uitwisselbare clichés met een grote abstractie: ‘verbroken verbinding, toegroeien naar een participatiesamenleving, actief de dialoog gezocht, impulsen voor regionale economie, succesvolle alternatieven voor vervoer, een brug slaan naar de samenleving, open staan voor onze uitgestoken hand’.

Ik kan niet wachten om naar Overijssel te verhuizen, want in andere provincies hebben we dat allemaal niet.

A.J.M. van Unnik