Beijing belooft schone, goedkope Winterspelen

Volgende week komt het Internationaal Olympisch Comité langs in Beijing, dat de Winterspelen van 2022 wil binnenhalen. De Chinezen maken nog een goede kans ook, al hebben ze nauwelijks sneeuw.

Een park in Beijing, februari dit jaar. Foto Reuters

Alleen de mondkapjes tegen de luchtvervuiling zijn in Beijing werkelijk sneeuwwit, de symbolische kleur van de Olympische Winterspelen. Sneeuwt het hier dan kleurt het poeder al voor het is neergedaald asgrijs door de smog van auto’s en industrie.

Toch denken de autoriteiten dat de Chinese hoofdstad, zelfs zonder de luchtvervuiling geen wintersportstad, een geschikte locatie is voor de Winterspelen van 2022. Alles op alles wordt gezet om daar volgende week de Evaluatiecommissie van het Internationaal Olympisch Comité van te overtuigen.

„Wij zijn een hele goede, veilige en betrouwbare keuze. En we doen het nog goedkoop ook”, zegt ADO Den Haag-eigenaar Wang Hui, die optreedt als woordvoerder van het Chinese comité dat de kandidatuur heeft voorbereid. „Wij garanderen dat de luchten blauwer dan blauw zijn”, aldus burgemeester Wang Anshun vorige maand bij de presentatie van de Beijingse kandidatuur, die onverwachts kansrijk is.

Beijing is favoriet geworden bij gebrek aan een betere keus, de tegenstand is sneller weggesmolten dan de sneeuw deze winter in Beijing. München, Stockholm, Krakow en het Oekraïense Lviv hebben zich teruggetrokken omdat de plannen niet worden gesteund door de plaatselijke bevolkingen of omdat de situatie te onveilig is. Behalve Beijing is alleen nog de wintersportstad Almaty in het Centraal-Aziatische Kazachstan in de race. Op 31 juli valt het besluit.

Misschien zijn de bezoekers van het IOC betrekkelijk makkelijk te overtuigen dat Beijing een geschikte stad is als het om de binnensporten gaat. Het bekende Vogelnest-stadion zal opnieuw gebruikt worden voor openings- en sluitingsfeesten; het oplichtende, kubusvormige nationale zwembad wordt omgebouwd tot een curling-hal, twee andere indoorstadions worden verbouwd tot schaatshallen en de plannen voor een biatloncentrum zijn al in uitvoering.

Iedereen gebruikt kunstsneeuw

Maar ongetwijfeld zullen er wenkbrauwen gefronst worden als de twee ver van Beijing verwijderde locaties voor de alpine-sporten worden geïnspecteerd. Bij Yanqing op 150 kilometer van Beijing en bij Zhangjiakou op bijna 300 kilometer afstand zullen olympische dorpen verrijzen en zal er worden geskied, gesnowboard en gebobsleed. Behalve de afstand is de lichte sneeuwval een probleem, hooguit 20 centimeter in de heuvels van Yanqing en nog geen meter in het Chinese „ski-mekka” (China Daily) Chongli bij Zhangjiakou.

„In elk potentieel gastland van de Winterspelen moet er kunstsneeuw worden geproduceerd”, wuift Wang Hui de bezwaren weg. En als het over de bereikbaarheid gaat moet hij lachen. Het nationale netwerk van hogesnelheidstreinen in de regio wordt uitgebreid, waardoor een bus- of autoreis van drie tot vijf uur uur wordt gereduceerd tot 50 minuten. Dat dat geen pocherij is, heeft China elders in het land allang bewezen.

De kosten van deze nieuwe hsl-verbindingen en van de nieuw te bouwen schaatshal in Beijing en een springschans bij Chongli zijn buiten de ingediende begroting van 3,9 miljard dollar gehouden. Deze voorzieningen zouden namelijk sowieso worden gebouwd, zeggen de autoriteiten. De provincies ten noorden van Beijing willen de wintersport hier ontwikkelen en zien in de Winterspelen van 2022 een geweldige kans.

O ja, en de mensenrechten?

De mannen van het Chinese biedingcomité weten dat het IOC beslist geen herhaling wil van het extravagant dure festijn in het Russische Sotsji, dat met 51 miljard dollar alle records brak. Daarom wordt benadrukt dat de Winterspelen 2022 met 3,9 miljard dollar voor IOC-begrippen een koopje zijn, nog geen tiende van de uitgaven aan de Zomerspelen van 2008. Daarmee hebben de Chinezen een sterke troefkaart in handen.

Kazachstan doet daar overigens niet voor onder en denkt ook de Winterspelen voor ongeveer 3,5 miljard dollar te kunnen organiseren in de „echte wintersportstad Almaty”, aldus de Kazachse autoriteiten die spreken over de „meest compacte Spelen ooit”. Alleen is dat voor het Centraal-Aziatische olieland een aanzienlijk zwaardere last dan voor de tweede economie van de wereld: China, dat jaarlijks voor rond de 100 miljard dollar investeert in spoorwegen, sportvoorzieningen, vliegvelden en wegen.

Los van de kosten zijn na de ervaringen in Rusland ook het milieu, de arbeidsomstandigheden in de bouwprojecten en mensenrechten doorslaggevende kwesties geworden, althans dat zegt het IOC dat in december 2014 strengere regels opstelde voor de officiële, geheime contracten met de organiserende gastlanden. Homo’s in woord en daad discrimineren mag echt niet meer, migranten-arbeiders uitbuiten ook niet. En de luchtkwaliteit moet voldoen aan internationale standaarden.

Organisaties als Human Rights Watch volgen de voorbereidingen van de Winterspelen in de twee autoritair geregeerde landen dan ook van dichtbij. „De olympische geest is afgezakt naar de volgende situatie: twee autoritaire landen dingen naar de eer om de olympische wintersporters in 2022 te ontvangen; twee totaal ondemocratische landen voeren een hele kostbare strijd met elkaar, alleen maar om hun internationale imago te verbeteren”, aldus Minky Worden van de New Yorkse mensenrechtenorganisatie.

Dat laatste geldt meer voor Kazachstan dan voor China. Had China in 2008 de Olympische Spelen meer nodig dan de Olympische Spelen China, in de aanloop naar 2022 lijkt om financiële en praktische redenen het omgekeerde het geval te zijn. Grote kans dus dat Beijing als eerste stad in de geschiedenis beide Spelen op zijn naam krijgt, en ook nog eens in betrekkelijk korte tijd van elkaar. Goed dat de bloembakken, waarmee de Beijingse boulevards in 2008 versierd werden, er nog hangen.