Angstig op zoek naar de absolute vrijheid

Opnieuw laat de Oostenrijkse schrijver iemand wanhopig zoeken naar antwoorden op grote levensvragen. En weer overheersen existentiële angsten.

‘Antwoorden worden altijd overschat.’ Het is maar een van de vele one-liners uit Het grotere wonder, de nieuwe roman van de Oostenrijker Thomas Glavinic (1972). Deze komt uit de mond van Picco, een steenrijke, machtige maar doodzieke man, die zijn fortuin met maffiapraktijken heeft vergaard. Hij is ook degene die de twee vrienden van zijn kleinzoon adopteert, Jonas en zijn zwakzinnige halfbroer Mike. Het geven van antwoorden op de vele vragen van de jongens is niet zijn sterkste kant. Waarom de moeder van de jongens hen aan hem afstond, waarom hij zijn eigen zoon nooit ziet, of al die ondoorgrondelijke mensen uit zijn huispersoneel echt moordenaars zijn – ze krijgen nooit antwoord.

De opvoeding die Picco de drie jongens geeft is op zijn zachtst gezegd ongebruikelijk. Ze gaan niet naar school, maar krijgen thuis privéles van Nobelprijswinnaars, atleten van wereldfaam en grote wetenschappers. Ze mogen hun wildste jongensfantasieën realiseren, inclusief het terroriseren van het Oostenrijkse dorp waar ze opgroeien en het (per ongeluk) opblazen van een nabij gelegen boerderij.

Landhuis

Gestraft wordt er nooit. Alles kan. Wie hen aanvalt, slecht behandelt of moedwillig benadeelt, betaalt dat met zijn leven, of in ieder geval met zijn gezondheid. Waarom? Picco wilde dat ze ‘mensen werden die voor niets en niemand bang zijn, mensen die het opnemen tegen duivels en moordenaars en schaduwen’, mensen ook ‘die alles eruit halen wat erin zit’. Toch realiseert Jonas zich al vroeg dat hij in ‘een meer dan wanordelijke wereld leefde’. Picco geeft ze ook een groot landhuis, waarvan bijna alle kamers op slot zitten. In de loop van hun leven zullen ze af en toe een sleutel vinden waarmee ze een kamer kunnen openen, een variant op Blauwbaard, net zo mysterieus en niet minder angstaanjagend.

Picco laat Jonas, na de tragische dood van de beide andere jongens, zijn hele fortuin na, waarna deze weinig anders doet dan de wereld rondreizen, van Cuba naar Rome, van appartement naar hotel, van vliegveld naar treinstation. Hij redt een Japanner van de dood, die hem de rest van zijn leven zijn diensten aanbiedt. Hij koopt een onbewoond eiland, geeft opdracht tot het vervaardigen van een enorm jacht, laat in the middle of nowhere een boomhut bouwen die miljoenen kost, geeft kinderen in een Russisch dorp een toekomst. Vooral reist hij, overal ter aarde, op zoek naar de liefde van zijn leven, van de ene naar de andere zonsverduistering.

Over the top, dit verhaal, zou je zeggen, en in zekere zin is dat ook zo. Maar het boek heeft meer te bieden dan een duizelingwekkende achtbaan over de continenten van een rijke puber die niet weet wat hij met zijn geld en zijn leven aan moet. Meer dan het portret van het prototype van een verwende, West-Europese jongeman die van de ene kick naar de volgende experience rent. Ook in twee eerdere romans van Glavinic heette zijn hoofdpersoon Jonas. In Nachtwerk ontwaakt hij om te ontdekken dat hij nog de enige levende persoon op de wereld is. In Het verwenste leven krijgt hij de kans om één wens in vervulling te laten gaan en wenst hij dat ál zijn verlangens in vervulling gaan. Beide elementen komen samen in Het grotere wonder. Pure eenzaamheid voegt zich bij een bezetenheid en een onstilbaar verlangen naar... Ja, naar wat eigenlijk? De volledige vrijheid? De vlucht uit de diepe eenzaamheid die hij kent sinds zijn vriendin hem heeft verlaten?

In de tweede verhaallijn beklimt Jonas de Mount Everest. ‘Spookbeelden. Taferelen. Episodes. Angsten. Gedachten. En Marie. Ze was altijd in zijn hoofd’. Naarmate hij de zone des doods nadert, boven de 7000 meter, waar de mens maar even kan vertoeven, en naarmate zijn lichaam steeds meer protesteert tegen de idiote beproevingen die het worden opgelegd, leert Jonas zichzelf steeds beter kennen. Hij raakt totaal uitgeput, ‘alles om hem heen betekende gevaar, mensen hadden hier geen bestaansrecht’. Waarom doet hij zichzelf dit alles aan? Waartoe, waarom?

Wolk

Zijn alomvattende verlangen de absolute vrijheid te bereiken gaat hand in hand met de angsten die hem van jongs af aan kwellen. Wat is tijd en hoe werkt de tijd? ‘Ik ben niet onkwetsbaar, ik ben niet onsterfelijk, ook ik zal opgaan in de grote wolk waaruit ik ben voortgekomen’.

Met dergelijke zinnen nadert Glavinic de thematiek van Stephan Enter in zijn magnifieke roman Grip. De gesprekken van Enters bergbeklimmers over onsterfelijkheid, tijd en vrijheid gaan dieper dan die van Glavinic, zijn subtieler ook, doordat ze minder worden uitgevent. De stijl van de Nederlandse en de Oostenrijkse auteur is volstrekt verschillend, maar in de geest zijn de romans verwant. Jammer is dat Glavinic af en toe in platitudes vervalt (‘Je moet jezelf niet zo belangrijk vinden. Miljarden mensen voor jou hebben van iemand gehouden. De meesten hebben weleens pech gehad’). Dat je hem dit vergeeft komt door de onderstroom van passie en gedrevenheid die je het hele boek door voelt.

Glavinic gaat voor de grote greep. De zoektocht van Jonas is de zoektocht van iemand die bevangen is door existentiële angsten, die wanhopig op zoek is naar vervulling. Het boek stelt vragen en inderdaad, antwoorden, overschat of niet, blijven veelal uit. Waar draait het om in het leven – dat is de grote vraag in alle literatuur, maar Glavinic stelt hem in hoofdletters.