Zege met een bijsmaak: wel winst, niet de grootste

D66 vierde gisteren in Leiden een overwinning met een bijsmaakje. Aan de ene kant: de behaalde tien zetels betekenen de achtste verkiezingswinst voor de partij op rij. Een verdubbeling in de Eerste Kamer. En het beste resultaat in de senaat sinds 1991.

Aan de andere kant: nog altijd zijn de Democraten ‘slechts’ de derde partij, terwijl sommige peilingen in de aanloop naar de verkiezingen aangaven dat D66 misschien wel de grootste partij zou worden.

Typerend voor de stemming in het Level gebouw was de ontlading onder de ruim 300 aanwezigen toen een half uur na de eerste exitpoll, waarin D66 negen zetels kreeg, er nog een tiende bij kwam. Verdubbeling klinkt toch aanzienlijk beter.

„Het eigen positieve verhaal heeft vandaag gewonnen”, zei D66-leider Alexander Pechtold gisteren in zijn korte toespraak voor de achterban. De aanvoerder van de ‘constructieve oppositie’ eiste onmiddellijk zijn beloning op: „Meer zetels betekent meer invloed”. Pechtold wil dat het kabinet Rutte nog voor de zomer serieus werk gaat maken van plannen voor belastingverlaging om de werkgelegenheid te vergroten.

„De tien zetels die de coalitie heeft verloren, kunnen wij aanbrengen. Maar dat betekent wel dat wij onze ideeën willen terugzien”, zei Pechtold desgevraagd.

D66 heeft een belangrijke sleutelpositie verworven tegenover het kabinet. Maar dé sleutel heeft de partij niet in handen. Er zal moeten worden samengewerkt met andere ‘constructieve’ oppositiepartijen. Dat betekent voor Pechtold dus naar twee kanten toe onderhandelen: het kabinet en de partners in de oppositionele gedoogcombinatie (met CU en SGP).