Wie stemt straks wie de Eerste Kamer in of uit?

De Statenleden die gisteren verkozen zijn, zullen op 26 mei de leden van de Eerste Kamer kiezen. Het grote rekenen is begonnen: wie gaat op wie stemmen? En welke Statenleden en senatoren zijn (on)betrouwbaar?

De verkiezingsavond van het CDA in Den Haag. Foto’s Rien Zilvold

Nu de stemmen zijn geteld, gaat het rekenen pas beginnen. Want de nieuwe Provinciale Statenleden weten misschien dat zij een zetel hebben bemachtigd, maar ze weten lang niet alle 570 op wie ze straks gaan stemmen voor de verkiezing van de Eerste Kamer.

Dat is waar premier Mark – „de provinciale verkiezingen raken direct het kabinet” – Rutte en alle andere Haagse politici met spanning op wachten. En wat ze met paaien en ruilen zullen proberen te beïnvloeden.

De nog onbestemde (rest)zetels zijn niet alleen cruciaal voor de partijen die hopen op, of vrezen voor, het voortbestaan van het huidige kabinet. Ook het volgende kabinet krijgt sowieso te maken met de Eerste Kamer zoals die op 26 mei wordt samengesteld. Daarom gaan bij elke partij vannacht al handige rekenaars aan de slag met spreadsheets van alle provinciale uitslagen om te zien waar wat te halen valt. Is er alleen met bevriende partijen zaken te doen of is ook bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren of 50Plus te verleiden met een cadeau voor hun achterban.

Dit zijn de drie meest onzekere factoren die Den Haag zullen bezighouden tot de Statenleden op die dinsdag in mei hun stem uitbrengen.

1 De ongebonden Statenleden

Aan provinciale verkiezingen doen niet alleen landelijke partijen mee, maar ook allerhande provinciale clubs en gecombineerde lokale partijen. Zij hadden zich bij eerdere Eerste Kamerverkiezingen verenigd in de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF), maar die groep is met ruzie uit elkaar gevallen. Onduidelijk is of de plaatselijke Statenleden zich alsnog landelijk weten te verenigen, of dat de stem van ieder van hen voor landelijke partijen te bemachtigen is. De vraag is hoe die lokalen te overtuigen zijn. En of de gebrekkige betrouwbaarheid van Mark Rutte daar een factor in is.

VVD, CDA en PVV voorzagen bij de formatie in 2010 al dat het onzeker was of ze na de provinciale verkiezingen van het jaar daarop een meerderheid in de senaat zouden halen. Nog voor hij premier werd, sprak Mark Rutte met de SGP over mogelijke steun. En met het onafhankelijke Statenlid Johan Robesin uit Zeeland.

Na de Statenverkiezingen van 2011 werd Robesin uitgenodigd op het Torentje. En hij stemde vervolgens op een VVD-senator. (Om de puzzel voor het kabinet compleet te maken, stemde een VVD’er in Zeeland op de PVV.) Robesin ontkent nu dat hij werd „gepaaid”, maar Rutte beloofde hem wel er alles aan te doen om de Zeeuwse Hedwigepolder niet onder water te laten zetten. „Ik begreep dat dat voor hem een principe was”, zegt Robesin. Maar in zijn tweede kabinet besloot Rutte alsnog tot ontpoldering. „Hij heeft me laten vallen als een baksteen. Ik ben heel erg boos op Rutte geweest”, zegt Robesin, al blijft zijn sympathie uitgaan naar de VVD.

De Zeeuw is sowieso kritisch op het schuiven met stemmen van Statenleden. „Die rekensommetjes en afspraken die alle Haagse partijen maken, daar kan de kiezer toch geen touw aan vastknopen”, zegt Robesin.

2 Het onberekenbare Statenlid

Lijstverbindingen voor de verdeling van restzetels zijn voor de Eerste Kamerverkiezingen sinds de vorige keer verboden. Maar Statenleden kunnen wel strategisch stemmen. Zo hebben ChristenUnie en SGP afgesproken dat zij hun Statenleden zo inzetten dat ze gezamenlijk tot het beste resultaat komen. Andere partijen gaan de komende twee maanden dealen op basis van de uitslag. De coalitiepartijen helpen elkaar waar mogelijk in eerste instantie, maar ook een VVD-Statenlid dat op D66 stemt is denkbaar, vanwege de gedoogsteun van die partij.

Maar om dit systeem te laten werken, moeten alle Statenleden wel meewerken.

Ook de oppositie kan het verzet bundelen. Vier jaar geleden kwam D66 niet in de buurt van een restzetel bovenop de zes die het in de senaat zou krijgen en schonk één stem in Zuid-Holland aan de PvdA, destijds partner in de weerstand tegen Rutte I. Maar toen stemde het Noord-Hollandse D66-lid Wim Cool per ongeluk met een blauwe pen in plaats van het rode potlood en maakte zijn stem ongeldig. D66 raakte een senaatszetel kwijt aan de SP.

Wim Cool stond deze keer weer op de D66-lijst in Noord-Holland, maar nu op de onverkiesbare twintigste plek. Volgens hem niet om wat er vier jaar geleden gebeurde, maar vanwege zijn leeftijd. Cool is nu 72, maar ook de vergissing van toen wijdt hij aan „een seniorenmomentje”, zegt hij.

Statenleden kunnen trouwens ook opzettelijk anders stemmen dan hun partij wenst. Ze staan immers alleen in het stemhokje en stemmen „zonder last of ruggespraak”, zegt Cool.

Statenleden kiezen niet snel uit zichzelf voor een andere partij, maar wel voor een andere kandidaat dan die in het ideale scenario van hun partij past. Vier jaar geleden stemden PvdA’ers in Groningen, Friesland en Drenthe allemaal op Janny Vlietstra. Zij kwam daardoor met voorkeurstemmen in de Eerste Kamer en passeerde kandidaat Adri Duivesteijn.

3 De (on)trouwe senator

Na het proces van doorschuiven, weggeven, uitruilen en inpalmen wordt twee maanden na de provinciale verkiezingen dan echt de senaat gekozen. De vorige keer ging alle aandacht daarbij uit naar die ene man op wie het kabinet-Rutte I zou steunen: Gerrit Holdijk. Jurist uit Uddel, met onderbreking sinds 1986 senator voor de SGP, en zo ongemakkelijk in de schijnwerpers dat hij op de verkiezingsavond wegbleef uit de Eerste Kamer om alle aandacht te ontlopen.

Holdijk heeft Rutte trouw gesteund, zelfs toen diens tweede kabinet D66-initiatieven steunde om godslastering uit de wet te schrappen en weigerambtenaren te verbieden. Het waren PvdA-senatoren die het huidige kabinet meer dan eens in paniek brachten. Adri Duivesteijn werd twee jaar geleden namelijk alsnog senator toen een partijgenoot uit de Eerste Kamer vertrok.

Binnen een maand spuide hij kritiek op het woonakkoord van het kabinet en eind 2013 stemde hij daar pas na toezeggingen van minister Stef Blok (Wonen, VVD) mee in. Vlak voor Kerst afgelopen jaar stemde Duivesteijn met twee collega’s tegen een zorgplan van Edith Schippers (Zorg, VVD) waarna voor de val van het kabinet werd gevreesd. Een senator van de coalitie is dus geen garantie voor succes van een kabinet.

Eén ding is zeker: Holdijk en Duivesteijn keren niet terug als senator. De vraag is welke onberekenbare factoren daarvoor in de plaats komen.

    • Derk Stokmans
    • Thijs Niemantsverdriet
    • Zoë Boven
    • Jos Verlaan
    • Emilie van Outeren
    • Philip de Witt Wijnen
    • Mark Kranenburg
    • Annemarie Kas