Column

Wacht niet op 2017 Rutte, doe het in 2016

Twee jaar volhouden en dan de vruchten plukken. Dat was en is het plan van de coalitie van VVD en PvdA, óók na de verkiezingen van gisteren waarin met name de PvdA een flinke klap kreeg. Het gaat intussen beter met de Nederlandse economie. En ook al is de basis voor het kabinet zeer wankel, wachten loont – hoe moeilijk dat ook is.

Maar stel dat de coalitie het inderdaad uithoudt, hoe ziet de economie er dan uit in maart 2017 wanneer de eerstvolgende verkiezingen voor de Tweede Kamer gepland staan?

De enige harde actuele voorspelling die op dit moment in de buurt komt is die van het Centraal Planbureau (CPB) dat vorige week een prognose publiceerde tot en met 2016. In dat jaar groeit de economie met 1,8 procent en is de werkloosheid gedaald van 7,4 procent in 2014 tot dan 7 procent. Dat zijn die 635.000 werklozen die in de verkiezingscampagne al veelvuldig en verwijtend werden aangehaald.

Het kabinet krijgt dus nu al niet de kans om goede sier te maken met de gedaalde werkloosheid van straks. We weten dus dat die 635.000 er nog steeds te veel zullen zijn. Maar er is altijd nog 2017. Begin dat jaar, als de vaart er een beetje in blijft, zou de werkloosheid verder gedaald kunnen zijn.

Dat is wel een gok. Het IMF heeft zijn tussentijdse prognoses al geactualiseerd, maar alleen voor de grote landen. Dat geldt ook voor de OESO. Op nieuwe IMF-voorspellingen is het nog een maand wachten.

Voor Nederland varen we, uitgezonderd de cijfers van het CPB, dus nog een beetje blind – voor zover prognoses op deze termijn al wat waard zijn. De wereldeconomie en de eurozone kunnen in een mooie opwaartse spiraal geraken, waar de cijfers voor groei, werkloosheid en begroting telkens meevallen. Twee jaar na nu kunnen VVD en PvdA daar dan de vruchten van plukken.

Maar de geschiedenis heeft een flinke waarschuwing in petto. Ga de recente crises maar eens na. 1973-1974, oliecrisis. 1980-1981, tweede oliecrisis. 1989 had een crisisjaar kunnen zijn, maar dat werd tot 1991 uitgesteld door de Duitse eenwording. Dan volgt de dotcom-crisis van 2000-2001 en uiteraard de financiële crisis van 2008 waarvan we nog steeds de nasleep beleven.

Niet dat de conjunctuur nu een exact spoorboekje heeft, maar toch: de intervallen tussen de aanvang van deze crises zijn respectievelijk 7 jaar, 11 jaar, 9 jaar en 8 jaar. Dat geeft een gemiddeld interval van 8,75 jaar. Mocht de crisisconjunctuur zich hier aan houden dan voltrekt de volgende calamiteit zich vroeg in 2017 of misschien eerder. Kandidaten zijn er genoeg: China is een tijdbom, Rusland op een andere manier ook. Er is de euro, met de Grieken als blijvend onzekere factor. De Britten kunnen hun euro-referendum al hebben gehouden, het monetaire beleid van de ECB kan ontploffen. En er is gewoon de loop der dingen in de conjunctuur. De huidige economische situatie is nog steeds zo wankel dat je zomaar vergeet dat Lehman alweer 6,5 jaar geleden is.

Dat maakt het best riskant om te gokken op verkiezingen in maart 2017. In de tussentijd lijkt het er op dat de conjunctuur goed op stoom komt – ook al is dat op de anabole steroïden van de ECB, de zwakke euro en de lage olieprijs. Het consumentenvertrouwen in Nederland bleek vanmorgen voor het eerst sinds 7,5 jaar weer positief, de investeringen trekken aan en werkloosheid daalt (zij het door een afname van de beroepsbevolking).

Het scenario is heel goed denkbaar dat de economie in het eerstvolgende jaar vol positieve verrassingen zit, om daarna door welk voorval dan ook aan zijn periodieke neergang te beginnen. Een beetje politiek strateeg van de coalitie zou moeten gokken op verkiezingen in 2016. Wachten tot het jaar daarop lijkt op het tarten van het lot.