Virtuoze, dramatische mode

Het grote overzicht van het werk van modeontwerper Alexander McQueen in het Victoria & Albert Museum in Londen is een van de meest indrukwekkende en beste mode-exposities ooit.

The Cabinet of Curiosities, het hart van de tentoonstelling

‘Ik wil de bedenker zijn van een silhouet of een manier van snijden. Zodat mensen na mijn dood weten dat de 21ste eeuw begon met Alexander McQueen.” Het is een ambitieuze uitspraak, die op de muur geschreven staat in de eerste zaal van de grote overzichtstentoonstelling over McQueen in het Victoria & Albert Museum in Londen, Savage Beauty.

Voordat McQueen, die op 11 februari 2010 zelfmoord pleegde, begon aan de masteropleiding van de beroemde modeafdeling van Central Saint Martins in Londen, werkte hij bij een traditionele kleermaker op Savile Row, en dat is te zien aan zijn scherpe tailoring, zoals dat in het Engels heet. Naast beeldschone jasjes – met extra lange revers, prachtige schouders, of bijvoorbeeld een open rug – staan in de eerste zaal een aantal voorbeelden van zijn bumster, een broek die zo laag hing dat hij bilnaad en schaamstreek maar nipt bedekte. Het doel van het ontwerp was de torso langer te laten lijken en de nadruk te leggen op de onderrug, volgens McQueen het mooiste deel van het lichaam.

Dankzij de bumster zakte de broekband midden negentig radicaal naar beneden. Twintig jaar later zit de tailleband van de meeste broeken nog steeds onder de navel. Dus ja, Alexander McQueen, Lee voor zijn familie en vrienden, heeft een groot stempel op de hedendaagse mode gedrukt. Het is een conclusie die je doorgaans trekt aan het einde van een mode-expositie. Maar Savage Beauty kan het zich permitteren daarmee te beginnen. Want na die constatering begint het pas echt.

De tentoonstelling, die vier jaar geleden in iets kleinere vorm al in New York was te zien was en daar in drie maanden meer dan 660.0000 bezoekers trok, is een van de meest indrukwekkende en beste mode-exposities ooit. Met name de fantasierijke en dramatische jurken, vanaf de tweede zaal te zien, zijn ongelooflijk knap gemaakt; weinig ontwerpers hebben de virtuositeit van McQueen gehad.

Bang

Maar het is was niet zijn bedoeling vrouwen – zijn mannenmode maakt geen deel uit van Savage Beauty – mooi te maken. McQueen, de zoon van een Londense taxichauffeur, leed al jaren voor zijn dood aan depressies. Mode was voor hem een manier om, zoals hij zelf eens zei, „mijn demonen uit te drijven”. Hij had het liefst dat mensen bang werden van de vrouwen die hij kleedde, en zijn shows moesten vooral „geen cocktailparty’s” zijn. „Ik heb nog liever dat mensen kotsend weggaan.”

Cocktailparty’s waren het bepaald niet, de groots opgezette spektakels, waarbij modellen door de lucht vlogen of door water liepen, een witte jurk door twee robotten werd bespoten met verf. En waarin verwijzingen naar het oude Egypte moeiteloos werden gemixt met laat 17de-eeuwse kleding of modellen werden begeleid door een lugubere film vol naakte vrouwen, zwermen sprinkhanen en gezichten die overgingen in brandende schedels.

Met schedels werd McQueen overigens het meest bekend bij het grote publiek. Ten tijde van zijn dood waren zijn shawls met schedelprint een grote hit, en ze werden op grote schaal nagemaakt.

Zwaar geschut

Het is altijd lastig om de geest van een modeontwerper of -huis te vangen in een museum, waar de kleding gedragen wordt door statische poppen. Bij Savage Beauty is het gelukt. Daar is dan ook zwaar geschut voor ingezet. Overal hoor je flarden muziek en vogelgeluiden. Alle zalen – die bijna allemaal een titel hebben gekregen die met Romantic begint, zoals Romantic Gothic, Romantic Exotism, et cetera – hebben een totaal andere inrichting. In de zaal Romantic Primitivism (mode met leer, bont en hoorn) staat een grote hut die is opgetrokken uit botten en schedels. In een bol scherm aan het plafond lijkt een gekleed model te zwemmen. De dramatische ontwerpen in Romantic Gothic staan in barokke kasten met verweerde spiegels, bij Romantic Naturalism hebben de poppen, als zeldzame opgezette dieren, alle hun eigen vitrinekast.

Maar vooral zijn het de kledingstukken zelf die spreken. Een jurk die helemaal bezet is met kunstbloemen en echte – nu dode – bloemen. Een strak jasje van koeienhuid waar hoorns uit lijken te groeien. Een vloerlange jas van haar. De futuristische, geborduurde digitaal geprinte korte jurken uit zijn allerlaatste show, die vrouwen veranderen in een soort waterdieren. Een getailleerde jas van gouden veren over een wijde tule rok, uit de allerlaatste collectie die hij ooit maakte en nooit helemaal afmaakte – een paar weken voor de presentatie ervan, en een dag voor de begrafenis van zijn geliefde moeder, hing McQueen zich op in zijn kledingkast. Elk ontwerp vertelt bijna een verhaal op zich.

Het hart van Savage Beauty is The Cabinet of Curiosities, een zeer hoge, zwarte zaal die is ingericht als een reuzenkast, gevuld met extreme, vaak tikje wrede schoenen, korsetten, sieraden. Daartussendoor draaien poppen en spelen video’s van zijn shows, die meestal nog niets van hun kracht hebben verloren. Alleen al in die zaal kun je zo een uur zoet zijn.

In de achttien jaar dat hij als ontwerper actief was heeft McQueen een onvergetelijk oeuvre gemaakt. Het is bijna onmogelijk geen brok in je keel te krijgen van deze expositie. Zijn tragische dood geeft een extra lading, natuurlijk, het is alsof zijn worsteling en verdriet voelbaar zijn. Is het projectie? „Mijn mode is altijd biografisch”, zei McQueen in 2002.