Column

Verkiezingsverdriet

Het is geen leuk onderwerp, maar we zullen er even doorheen moeten: geestelijk lijden. Hoe voelt dat als het ruim vier uur moet duren omdat je lid van de PvdA bent? Ik was er tijdens de verkiezingsuitzending op tv getuige van en durf het een vorm van mentale waterboarding te noemen. Dit gebeurt er.

Het slachtoffer, thuis in de huiskamer, wordt een avond lang onder water gedompeld door steeds ongeveer dezelfde mededeling van Dionne Stax bij haar touchscreen: „En ja, de PvdA lijdt fors verlies in…” Waarna de naam volgt van een of andere bekende stad, óf een vlek waar niemand ooit van gehoord heeft. De mededeling wordt afgerond met de vaststelling: „Die partij levert hier dus ook stevig in.” Haar handje gaat snel omhoog: woesj – weg!

Daarna volgt een kort vraaggesprekje met iemand die een verklaring denkt te weten voor dat ‘forse verlies’. Het kan met partijvoorzitter Hans Spekman zijn, die zich voor deze gelegenheid juist niet heeft geschoren, of met een andere partijbons die erbij staat of hij zijn moeder net heeft begraven. Vervolgens krijgt het partijlid thuis vijf minuten de tijd om bij te komen, waarna Dionne opnieuw in beeld komt om monter te hervatten: „En ja, de PvdA….”

Ik weet nu wat dit in een mens kan aanrichten. Mijn vrouw werd er op den duur uit balorigheid zelfs een beetje lacherig van – een uiting van geestelijke overlevingsdrang die misschien wel aanbevelenswaardig is.

Ik probeerde af en toe haar lijden te verlichten door naar Barcelona – Manchester City te zappen, maar dit werd, merkwaardig genoeg, minder gewaardeerd dan je zou verwachten. We moesten weer snel terug naar het handje van Dionne. Zou een zeker masochisme bij de mindset - mijn Engels wordt steeds beter – van het gemiddelde PvdA-lid horen?

Hoe troost je iemand die bezig is een catastrofaal verlies te lijden? Het is nooit mijn grootste gave geweest, ik kan alleen maar onvruchtbare gemeenplaatsen bedenken. „Over twee jaar nieuwe verkiezingen en nieuwe kansen.” „De VVD heeft óók verloren.” En (gestolen van Wouter Bos): „Het diepste punt is nu voorbij.”

Mijn leedwezen strekte zich uit naar al die andere huiskamers waar PvdA-leden machteloos toekeken. Hun kwelling duurde tot na middernacht toen Roemer en Pechtold hun triomfantelijke rancune in het slotdebat afreageerden – Roemer schudde een compleet minderwaardigheidscomplex van zich af. Het ontaardde in een potsierlijk gesteggel over koers houden (Rutte) of koers verleggen (Buma) en bootjes waar je wel of niet gezamenlijk in moest plaatsnemen. Het klonk als de nieuwste variant van waterboarding en ik begon steeds heviger te verlangen naar de reddingsboot in mijn slaapkamer.

Hoe nu verder? Met of zonder Samsom naar de volgende verkiezingen? Ik durfde de vraag alleen via omwegen te stellen. Je zag die voorzichtigheid ook bij de interviewers op tv, ze wilden niet te veel zout in deze open wonde strooien.

Mijn vrouw haalde haar schouders op. „Dat zien we dan wel weer”, mompelde ze, „voorlopig moet hij gewoon blijven. Hij heeft zijn nek uitgestoken en zijn best gedaan, hij moet het nu ook kunnen afmaken. Politici zijn geen voetbaltrainers die je zomaar aan de kant zet.”

Ik wilde haar niet tegenspreken na zo’n lange avond vol verkiezingsverdriet, maar het leek me een onderwerp waar het laatste woord nog niet over is gezegd.